Nieuwe sociale maatregelen op 1 januari 2019

Begin 2019 is een reeks nieuwe maatregelen voor de bedrijven in werking getreden. Hierna volgt een overzicht van de voornaamste.

Gianni Duvillier, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
Annick Hellebuyck, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
Jean-Charles Parizel, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
Marie-Noëlle Vanderhoven, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
08 januari 2019

Fonds Sluiting Ondernemingen
Op het Beheerscomité van het Fonds Sluiting Ondernemingen is omtrent de bijdragevoeten voor 2019 een akkoord bereikt. Dit is ondertussen in het Advies nr. 2109 van de NAR bevestigd. In 2019 zal de bijdrage voor de klassieke opdrachten van het Fonds behouden blijven op 0,14% of 0,19%, naargelang de onderneming minder dan 20 werknemers dan wel 20 of meer werknemers tewerkstelt. De bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid zal van 0,11% naar 0,10% dalen, de historisch laagste bijdrage ooit.

Loonbonus (cao 90)
Het RSZ-maximumbedrag van de bonus bedraagt 3.383 euro bruto in 2019 (het fiscale plafond ligt voortaan op 2.941 euro netto).

In 2019 zullen werkgevers ook hun toetredingsakte elektronisch kunnen doorsturen (e-bonusprocedure). Daartoe werden alle formulieren aangepast. Die nieuwe formulieren zijn beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg. Ze zijn verplicht ongeacht de methode die de werkgever kiest om het plan in te dienen.

Opgelet: het opmerkingenregister moet nog steeds worden ingediend via aangetekend schrijven, zelfs wanneer de werkgever gebruikmaakt van de e-bonus!

Wijninckx-bijdrage op premies gestort in een tweede pensioenpijler: inwerkingtreding van de definitieve regeling
De definitieve regeling voor de berekening van de Wijninckx-bijdrage trad in werking op 1 januari 2019.

In 2019 zal de bijdrage van 3% dus niet meer alleen berekend worden in functie van de bijdragen gestort voor de opbouw van een tweede pijler (drempel van 30.000 euro), maar zal ze afhangen van het bedrag van de verworven pensioenreserves van de werknemer. Als de som van de verworven reserves van de werknemer en de schatting van het wettelijk pensioen de pensioendoelstelling vastgelegd door de wetgever overschrijdt, zal de bijdrage van 3% verschuldigd zijn, ongeacht het bedrag van de doorheen het jaar gestorte premies. Omgekeerd zou een premie van meer dan 30.000 euro kunnen leiden tot het niet betalen van de bijzondere bijdrage als de pensioendoelstelling niet wordt overschreden.

De pensioendoelstelling is vastgesteld op 78.453,60 euro (wettelijk maximumpensioen van de overheidssector). Dat bedrag moet worden geproratiseerd op basis van het aantal gepresteerde dienstjaren.

Tweede pensioenpijler: aansluiting vanaf indiensttreding en onmiddellijk verworven rechten
In uitvoering van de wet van 27 juni 2018 tot omzetting van de Europese ‘portability’-richtlijn (BS 5 juli 2018), moeten sinds 1 januari 2019 alle werknemers die deel uitmaken van de personeelscategorie die een pensioentoezegging geniet, aangesloten zijn bij het plan vanaf hun indiensttreding, ongeacht hun leeftijd en het type of de duur van hun arbeidsovereenkomst.

Bovendien zullen alle aangeslotenen verworven rechten genieten op de volledige pensioentoezegging in geval van uitstap, en dat ongeacht de duur van hun aansluiting.

Om de administratieve kosten te beperken, zal de pensioeninstelling aan de aangeslotene zijn rechten noch keuzes in geval van uitstap moeten communiceren indien die rechten lager liggen dan 150 euro (geïndexeerd). Die zullen dan behouden worden bij de pensioeninstelling zonder wijziging van de pensioentoezegging. Werkgevers die gebruik willen maken van die uitzondering moeten hun reglement aanpassen met inachtneming van de procedures voorzien door de WAP.

Regeling zachte landingsbanen: verlenging van regelingen ingevoerd via individuele overeenkomst
In het kader van de jobsdeal besliste de regering om de voorwaarden te versoepelen om vergoedingen toegekend door de werkgever of het sociaal fonds in het kader van een verlichting van de werklast van werknemers van 58 jaar en ouder vrij te stellen van sociale bijdragen. Het KB van 12 december 2018 tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 biedt individuele werknemers vanaf nu de mogelijkheid om met hun werkgever een zachte landingsbaan af te spreken en om een compensatie vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen te ontvangen (zelfs zonder cao of wijziging van het arbeidsreglement).

Stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag – verstrijken van de cao’s
De interprofessionele cao’s betreffende de specifieke SWT-regelingen (brugpensioen) zijn verstreken op 31 december 2018. Enkel cao 17 (algemene regeling op 62 jaar) blijft van kracht. De regering had in het kader van de jobsdeal een verstrenging van de loopbaanvoorwaarden voor deze regeling aangekondigd (41 jaar in plaats van de huidige 40 jaar). Het KB werd echter tot op vandaag nog niet gepubliceerd.

Wat de specifieke SWT-regelingen betreft (zware beroepen, lange loopbanen en lichamelijke problemen), is het wachten op de resultaten van het IPA voor de voorwaarden en regels. Merk wel op dat werknemers ontslagen in 2018 van wie het contract eindigt in 2019 nog SWT kunnen genieten als ze in 2018 voldeden aan de leeftijdsvoorwaarde voorzien door de cao van kracht in 2018.

Wat de specifieke regelingen voor de ondernemingen in herstructurering en/of in moeilijkheden betreft, besliste de regering om de leeftijd op te trekken (59 jaar in 2019 en 60 jaar in 2020), maar ook dat KB werd nog niet gepubliceerd.

‘1/3 – 2/3’-maatregel voor meer inzetbaarheid van ontslagen werknemers
Er is voorzien in een bijzondere bijdrage van 1% ten laste van de werknemer en 3% ten laste van de werkgever in geval van niet-toepassing van de ‘1/3 – 2/3’-maatregel bij een ontslag betekend vanaf 1 januari 2019. De RSZ vindt echter dat zolang geen enkele sectorale cao het ‘ontslagpakket’ bedoeld in artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 definieert, er geen sprake kan zijn van uitvoering en dus ook niet van sanctionering bij gebrek aan uitvoering. Als gevolg daarvan zal de RSZ die bijzondere bijdrage niet afhouden wanneer de sector waartoe de werkgever behoort geen cao heeft afgesloten over maatregelen voor meer inzetbaarheid.

Nuttige bedragen voor de werkgevers

a. Loondrempels
Sinds 1 januari 2019 werden de loondrempels die zijn bepaald in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aangepast aan het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden (BS van 12 november 2018):

  • de drempel van 34.180 euro die van toepassing is op het concurrentiebeding (laagste grens) en het scholingsbeding werd opgetrokken tot 34.819 euro;
  • de drempel van 68.361 EUR die van toepassing is op het concurrentiebeding (hoogste grens) en scheidsrechterlijk beding werd opgetrokken tot 69.639 euro.

Voor het scholingsbeding is sinds 10 november 2018 de drempelvoorwaarde niet meer van toepassing in geval van een opleiding voor een beroep dat of een functie die voorkomt op de lijsten van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies (wet van 14 oktober 2018, BS, 31 oktober 2018). De plaats van tewerkstelling bepaalt welke gewestelijke lijst van toepassing is.

Ter herinnering: de bedragen van 2013 blijven nuttig voor het bepalen van “deel 1” van de opzeggingstermijn die van toepassing is op bedienden aangeworven vóór 1 januari 2014:

b. Voor beslag of overdracht vatbare loonbedragen
Sinds 1 januari 2019 zien de voor beslag of overdracht vatbare loonbedragen er als volgt uit (KB van 16 december 2018 tot uitvoering van artikel 1409 §2 Ger.W. en bericht over de indexering van de bedragen voor kind ten laste van het KB van 27 december 2004, beide verschenen in het BS van 28 december 2018):

Het forfaitaire bedrag voor de verhoging voor kinderen ten laste is 70 euro.

c. SWT en nachtarbeid
Ieder jaar bepalen de sociale partners de herwaarderingscoëfficiënt van de aanvullende vergoeding in geval van SWT (cao nr. 17) en in geval van werkloosheid bij nachtarbeid (cao nr. 46), om rekening te houden met de evolutie van de reële lonen. Op 1 januari 2019 werd er geen herwaarderingscoëfficiënt toegepast omdat de coëfficiënt zeer laag was.

Het maximumbedrag van het bruto refertemaandloon dat dient voor de berekening van de aanvullende brugpensioenvergoeding werd op 1 september 2018 vastgesteld op 4.032,80 euro na indexering. De vergoeding ter aanvulling van de werkloosheidsuitkeringen waarin is voorzien door cao nr. 46 betreffende de ploegenarbeid met nachtprestaties is sinds 1 september 2018 vastgesteld op 146,89 EUR/maand na indexering.

Mobiliteitsbudget en mobiliteitsvergoeding
Het wetsontwerp tot invoering van het mobiliteitsbudget werd nog niet goedgekeurd in het parlement. Het is dus nog niet van kracht.

In het Belgisch Staatsblad van 27 december 2018 verscheen een KB van 16 december 2018  tot bepaling van de nadere regels volgens dewelke inlichtingen noodzakelijk met het oog op de aanvraag van een mobiliteitsvergoeding door de werknemer aan zijn nieuwe werkgever worden bezorgd. Dat KB verplicht de werkgever voortaan om de werknemer van wie het contract eindigt een document te bezorgen met bepaalde informatie over de bedrijfswagen en/of de mobiliteitsvergoeding waarover de werknemer beschikte. Aangezien het KB in kwestie geen bepaling bevat die de inwerkingtreding vaststelt, is het in werking getreden op de tiende dag volgend op de publicatie in het Belgisch Staatsblad, dus op 6 januari 2019. 

Berekening van de pensioenen die ten vroegste ingaan op 1 januari 2019
De grens waarboven de vergoeding niet meer in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het pensioen bedraagt 57.602,62 euro voor 2019.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.