Pensioenhervorming als onderdeel duurzame sociale zekerheid

Velen hebben de mond vol van een ‘duurzame sociale zekerheid’. Voor ons betekent dit dat we de inkomsten en de uitgaven van onze sociale zekerheid beter in balans moeten houden en dat we het prijskaartje zeker niet mogen doorschuiven naar de komende generaties. Daarvoor moeten we keuzes maken. Enerzijds moeten we inzetten op meer efficiëntie en in mechanismen voorzien die bijsturing mogelijk maken. Anderzijds moeten we de juiste verhouding tussen actieven en inactieven herstellen door meer mensen (langer) aan de slag te krijgen en te houden. Alleen zo kunnen we ons stelsel future proof maken.

Geschreven door Bart Buysse, ALGEMENE DIRECTIE
21 juni 2017

Het verzekeringsprincipe in de sociale zekerheid dreigt te eroderen: waar vroeger vier werknemers bijdroegen voor één pensioen in de privésector, zullen dit er bij ongewijzigd beleid in 2060 nog maar 1,7 zijn.De gemiddelde Belgische werknemer treedt gemiddeld vóór zijn 60e verjaardag uit de arbeidsmarkt. In het kader van het pensioendossier moeten er dan ook, wat ons betreft, op korte tot middellange termijn drie maatregelen genomen worden. Gezien het tempo waaraan de levensverwachting stijgt en het aandeel 65-plussers groeit, is het immers belangrijk dat we sociaaleconomische hervormingen doorvoeren die de houdbaarheid van ons sociaal model blijven garanderen.

In de eerste plaats is het hoog tijd om het pensioensysteem met punten in te voeren. Dat moet toelaten om rekening te houden met demografische en economische factoren, met de evolutie van de loopbanen en de levensverwachting, en om zo nodig bij te sturen om inkomsten en pensioenuitgaven op elkaar af te stemmen. Voeg daar de idee van de ‘referentieloopbaanduur’ aan toe, zodat iedere werknemer zijn pensioenleeftijd kan kiezen binnen een bepaalde vork. Wie minder lang werkt, zal minder pensioen krijgen (nu is het de maatschappij die betaalt), wie langer werkt dan de ‘referentieloopbaanduur’ zal meer pensioen trekken.

Daarnaast bestaat een derde van de gemiddelde loopbaan uit ‘gelijkgestelde perioden’: niet-gewerkte perioden waarvoor men wel socialezekerheidsrechten opbouwt, maar men geen bijdragen betaalt. Of: uitgaven waar geen financiering tegenover staat en waarmee we bijgevolg zeer behoedzaam moeten omspringen.

Uiteindelijk moet er ook een oplossing gevonden worden voor het dossier van de ‘zware beroepen’, waarbij het vooral belangrijk is om in de juiste volgorde te werken: eerst het algemene systeem op basis van punten vaststellen alvorens men daarop uitzonderingen bepaalt. En de uitzondering mag niet de regel worden. Dat laatste is voor het VBO de logica zelf. Ik daag iedereen uit om het voorstel van de vakbonden toe te passen op zijn persoonlijke situatie. Wie valt niet onder de vier hoofdcriteria (fysiek zwaar werk, een belastende werkorganisatie, verhoogde veiligheidsrisico’s en mentale werkbelasting) of de 83 subcriteria die daarin opgenomen zijn? Heeft iedere werknemer, ambtenaar of zelfstandige dan een zwaar beroep? Dit voorstel heeft een enorme kost en holt de pensioenhervorming volledig uit. We hebben het dan nog niet over de administratieve rompslomp ervan voor werkgevers.

Een beheersing van de uitgaven en een duurzame financiering vergen ook dat we meer mensen (langer) aan het werk krijgen en de verhouding tussen actieven en inactieven weer in de juiste balans brengen. Via een politiek van loonlastenverlagingen zijn er heel wat jobs gecreëerd. Eind 2019 zullen er volgens de Nationale Bank over een periode van vijf jaar om en bij de 215.000 banen bijgekomen zijn. Dat is positief. Toch stijgt onze werkzaamheidsgraad nauwelijks door een gelijkmatige aangroei van de beroepsbevolking, onder meer als gevolg van migratie en inactiviteit. Een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt, met minder en soepeler regels, lagere aanwervingsdrempels en meer wendbaarheid, blijft noodzakelijk, evenals de bevordering van meer duurzame tewerkstelling. Dit kan door maatregelen die gericht zijn op het stimuleren van werknemers om met passie en veerkracht aan de slag te blijven, met een permanente monitoring en bijsturing van de arbeidskosten. 

De bedrijven kunnen in dit debat een grote rol spelen, maar we kunnen dit niet alleen. Het debat over langer werken is per definitie een debat waarin overheid, werkgevers en werknemers samen aan één zeel moeten trekken. Net zoals de pensioendiscussie in een ruimere context moet worden gezien. Business as usual is geen optie. We moeten het pensioensysteem hervormen om het leefbaar te houden. Dit uithollen met een ellenlange lijst aan (criteria voor) zware beroepen en gelijkgestelde perioden is uit den boze. We moeten ons houden aan het afgesproken kader en daarbinnen in overleg verder werken naar oplossingen. In het VBO vindt men alvast een betrouwbare partner om meer mensen langer aan wendbaar en werkbaar werk te helpen en om onze sociale zekerheid gezond te houden.

Bart Buysse, directeur-generaal


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.