Ontwerp van interprofessioneel akkoord 2019-2020

Op 26 februari 2019 heeft de Groep van Tien, onder het voorzitterschap van Bernard Gilliot, een ontwerp van interprofessioneel akkoord gesloten. Op dit moment raadpleegt elke werkgevers- en vakbondsorganisatie haar achterban. Het VBO verheugt zich erover dat eindelijk een ontwerpakkoord werd gesloten. Dit is een fundamentele pijler om enerzijds de competitiviteit, de groei en de werkgelegenheid en anderzijds de sereniteit en de sociale vrede in de sectoren en ondernemingen te stimuleren.

Geschreven door Pers, COMMUNICATION & EVENTS
27 februari 2019

In concreto is het een evenwichtig globaal akkoord dat op drie dimensies steunt: een economische, een sociale en een ecologische. Naast de akkoorden die in het kader van die drie dimensies werden gesloten, bevat dit globale akkoord ook tal van andere elementen. U vindt de details hierna. 

1. Loonvorming

De maximale marge voor loonkostenontwikkeling in de periode 2019-2020 werd door de sociale partners vastgelegd op 1,1%. Die 1,1% verhoging geldt voor die 2 jaren, dus niet 1,1% in 2019 plus nog eens 1,1% in 2020. De norm zal worden vastgelegd in een cao van de NAR en zal dus absoluut moeten worden nageleefd op alle overlegniveaus (vakbondsvertegenwoordigers in de sectoren/ondernemingen). De sociale partners hebben die verplichting ook vermeld in punt 7 van het akkoord rond de sociale vrede. De indexeringen en baremieke verhogingen worden gegarandeerd door de wet van 1996. Dit betekent dat ze worden toegekend ongeacht de beschikbare maximale marge en dus zelfs indien ze de maximale marge overschrijden.

Daarentegen staat het de sectoren vrij om de maximale marge, bepaald in de cao van de NAR, geheel of gedeeltelijk te gebruiken. Het ontwerp van IPA bepaalt dat bij de onderhandelingen over de invulling van de marge maximaal rekening moet worden gehouden met de specifieke economische situatie van elke sector en/of onderneming, het behoud en de creatie van tewerkstelling en de concurrentiekracht van de sector en/of de onderneming. De marge van de sectoren gaat dus van 0% tot 1,1%.

Er dient opgemerkt te worden dat alle conventionele verhogingen op de marge moeten worden aangerekend. Zo moet de verhoging van het forfait waartoe in het kader van dit ontwerp van IPA (zie lager) werd beslist, worden aangerekend op de loonmarge.

De sociale partners hebben in het bijzonder aandacht besteed aan de kwestie van de harmonisering van de pensioenstelsels tussen arbeiders en bedienden. Ze nodigen de sectoren en ondernemingen uit om werk te maken van de opheffing van de verschillen in behandeling tussen arbeiders en bedienden in de aanvullende pensioenstelsels. Ze verwijzen daarbij ook naar hun advies van 2014 waarin de sociale partners zich er samen toe verbonden hebben om dit harmoniseringsproces over meerdere IPA's te spreiden, rekening houdend met de eventuele kosten van dit harmoniseringsproces. We wijzen erop dat de sectoren na deze periode nog maar twee IPA's hebben (2021-2022 en 2023-2024) om die verschillen in behandeling daadwerkelijk op te heffen.

Met de kosten die met deze harmonisering gepaard gaan, zou rekening moeten worden gehouden voor het bepalen van de eventueel toe te kennen loonsverhogingen. In 2019-2020 zou een deel van de beschikbare marge dus gebruikt worden om het verschil in behandeling tussen arbeiders en bedienden te verkleinen.

Ten slotte verbindt de Groep van 10 zich ertoe om de door de sectoren geboekte vooruitgang nauw op te volgen en indien nodig maatregelen te nemen.

2. Minimumloon

Sinds de laatste aanpassing van het interprofessioneel minimumloon (cao nr. 43) in 2008 is er op fiscaal en parafiscaal vlak veel gebeurd (lastenverlagingen, werkbonus, enz.). De sociale partners stellen voor om in 2 stappen te werken: een stijging van het interprofessioneel minimumloon met 1,1% vanaf 1/07/2019 en de oprichting van een werkgroep die tegen 30/09/2019 voorstellen moet formuleren voor een aanzienlijke verhoging van het GGMMI. Hierbij moeten alle legale, fiscale en parafiscale elementen in rekening worden gebracht en moeten kostenverhogingen zoveel als mogelijk vermeden worden in de betrokken sectoren.

3. Welvaartsvastheid

Traditioneel wordt in het IPA ook de welvaartsenveloppe verdeeld over de verschillende takken van de sociale zekerheid (pensioenen, ziekte-uitkeringen, werkloosheidsuitkeringen,…).  

Het budget van de welvaartsenveloppe bedraagt in 2019 283,5 miljoen euro. Op jaarbasis en op kruissnelheid spreken we van 644 miljoen euro in 2020. De enveloppe zal worden ingezet op armoedebestrijding door de kloof tussen de armoedegrens en de minimumuitkeringen te verminderen, maar ook het verzekeringsaspect wordt niet over het hoofd gezien. Zoals bij het vorige IPA wordt ook nu weer gefocust op alleenstaande ouders met kinderen. Het VBO waakte er eveneens over dat er geen werkloosheids- of inactiviteitsvallen worden gecreëerd en dat de bestaande schuchtere degressiviteit in de werkloosheidsverzekering niet wordt aangetast.

4. Mobiliteit

Inzake mobiliteit willen de sociale partners een modal shift naar het openbaar vervoer en alternatieve (duurzame) vervoersmodi voor het woon-werkverkeer aanmoedigen.

Daartoe stellen ze 3 maatregelen voor:

-  Een stijging van de forfaits voor de werkgeverstussenkomst in de treinabonnementen voor woon-werkverkeer. De nieuwe forfaits worden vanaf 1 juli 2019 vastgelegd op 70% van de huidige prijs van de treinkaart. Het is niet de bedoeling dat die verhoging uitmondt in een verhoging van eventuele terugbetalingen voor het woon-werkverkeer met een privéwagen. Om die reden en om komaf te maken met elke band tussen die twee soorten terugbetalingen, zullen de nieuwe tabellen in een nieuwe cao worden gegoten.

-  Vervolgens zullen alle werknemers die metro, bus of tram gebruiken, vanaf 1 juli 2020 een tussenkomst van de werkgever krijgen vanaf de eerste kilometer. De limiet van 5 km waarin cao 19octies vandaag voorziet, wordt dus geschrapt.

-  Ten slotte willen de sociale partners een nieuw instrument ontwikkelen om die modale shift aan te moedigen en te faciliteren. Dit nieuwe instrument zal bestemd zijn voor werknemers zonder bedrijfswagen. Het moet ook een vereenvoudiging van de bestaande stelsels met zich meebrengen en ervoor zorgen dat er beter rekening wordt gehouden met de snelle evolutie op de markt van de alternatieve en duurzame vervoermiddelen. Het instrument zal in de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven worden ontwikkeld.

In hun akkoord formuleren de sociale partners ook meerdere aanbevelingen. In de eerste plaats bevelen ze de ondernemingen aan om de beschikbare instrumenten (mobiliteitsbudget voor werknemers met een bedrijfswagen, fietsvergoeding en derdebetalersregeling) te gebruiken en vragen ze de regering om de derdebetalersregeling te verlengen (dankzij de derdebetalersovereenkomst moeten werknemers dus niet langer de volledige prijs voor hun treinkaart betalen en hoeven ze het bedrag niet langer voor te schieten om vervolgens de terugbetaling van de werkgever te vragen omdat de vervoermaatschappij de werkgeverstussenkomst rechtstreeks aan de werkgevers factureert).

5. Vrijwillige overuren en artikel 39ter

Sinds de Wet betreffende Wendbaar en Werkbaar Werk kunnen werknemers, die hiervoor uitdrukkelijk opteren, 100 vrijwillige overuren per kalenderjaar presteren, die dan cash worden uitbetaald (artikel 25bis Arbeidswet). In de G10 werd beslist om dit quotum van vrijwillige overuren op te trekken van 100 naar 120 uren per jaar. Deze maatregel zal worden vastgelegd in een interprofessionele cao die voor onbepaalde duur in de Nationale Arbeidsraad zal worden gesloten. Dit belet de sectoren evenwel niet om dit quotum nog verder op te trekken tot het wettelijk maximum van 360 uren.

In het kader van artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt tegen 30 september 2019 op interprofessioneel niveau een alternatieve oplossing uitgewerkt om een deel van de opzeggingsvergoeding te gebruiken voor maatregelen die de inzetbaarheid van ontslagen werknemers verhogen.

6. Landingsbanen en SWT

De sociale partners willen het interprofessioneel kader voor de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en eindeloopbaanstelsels verlengen en tegelijkertijd de leeftijdsvoorwaarde voor de verschillende SWT's verder verhogen.

De sociale partners hebben een duidelijke en precieze doelstelling vastgelegd: de leeftijdsvoorwaarde voor de specifieke SWT's - met uitzondering van het stelsel voor oudere werknemers die mindervalide zijn of ernstige lichamelijke problemen hebben - wordt in 2021 op 60 jaar gebracht. De vereiste kader-cao's zullen in de NAR worden gesloten, net als het kader dat nodig is om een SWT voor zware beroepen in te voeren.

 

Tot slot wordt wat de eindeloopbaan betreft ook de (aangepaste) beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt aangepast.

Voor de SWT nachtwerk, bouwsector, zwaar beroep en zeer lange loopbaan vloeit uit de bestaande reglementering sowieso voort dat de aangepaste beschikbaarheid vanaf 1.1.2019 van toepassing is tot en met 61 jaar (vrijstelling vragen kan vanaf 62 jaar alsook als men 42 jaar beroepsverleden kan bewijzen). Deze vrijstelling kan evenwel enkel op voorwaarde van het sluiten van een NAR-cao 2019-20, het ontslag tijdens de geldigheidsperiode van deze cao en een sectorale cao SWT met uitdrukkelijke toepassing van voormelde NAR-cao. Buiten de voormelde hypothese is er in principe aangepaste beschikbaarheid tot 65 jaar.

De leeftijdsvoorwaarde en het vereiste beroepsverleden voor het vragen van vrijstelling van aangepaste beschikbaarheid in het kader van de ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering worden door de sociale partners verhoogd tot respectievelijk 62 jaar en 42 jaar voor de periode van 1.1.2019 tot 31.12.2019 en tot de leeftijd van 65 jaar of 43 jaar beroepsverleden vanaf 31.12.2019.

Bij de landingsbanen (eindeloopbaantijdskrediet) hebben de sociale partners rekening gehouden met de aanbevelingen van de bemiddelaars Soete & De Callatay van 3 december 2018 omtrent “Inaanmerkingneming van de zwaarte van het werk in het pensioenstelsel van de werknemers.”

Ze hebben bijgevolg enige souplesse ingebouwd in de verstrenging van de criteria voor toegang tot landingsbanen voor de zware beroepen en bij ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden. Er wordt een onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsstelsel: bij vermindering met 1/5 wordt de leeftijd van 55 jaar gehandhaafd. Voor de halftijdse stelsels wordt de leeftijd op 57 jaar gebracht. De sociale partners hopen dat die stelsels de werknemers zal toelaten om hun loopbaan daadwerkelijk te verlengen. Om die afwijkende leeftijdsgrenzen toe te passen, moeten de paritaire comités (of de ondernemingen voor het stelsel van ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden) net als in het verleden ook een specifieke collectieve arbeidsovereenkomst sluiten die verwijst naar de interprofessionele cao waartoe de sociale partners zich in het ontwerp van IPA verbonden hebben.

Buiten de specifieke stelsels wordt de leeftijd vastgelegd op 60 jaar.

7. Verlengingen en lopende dossiers

Naast de vraag om hoger vermelde derdebetalersregeling te verlengen en te bestendigen, vragen de sociale partners ook de verlenging van onderstaande dossiers voor de periode 2019-2020:

-  de werkgeversbijdrage van 0,10% voor de inspanningen ten voordele van de personen die tot risicogroepen behoren;
-  het systeem van de innovatiepremie;
-  de vrijstelling van de startbaanverplichting indien de sector een werkgeversbijdrage van 0,15% voorziet bij risicogroepen;
-   het behoud van de totale boete voor het niet aanbieden van een outplacementbegeleiding op 1.800 euro.

8. Sociale vrede

De sociale partners beschouwen dit ontwerp van IPA als een belangrijk element dat moet leiden tot competitiviteit, groei en werkgelegenheid evenals tot sereniteit en sociale rust in de sectoren en de bedrijven.

De in dit ontwerp van IPA gemaakte afspraken vormen de basis voor sector- en bedrijfsoverleg waarbij algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten kracht van wet hebben en dus op lagere overlegniveaus bindend zijn.

9. Oproep aan de regering

De interprofessionele sociale partners vragen de regering en het Parlement om dit IPA na goedkeuring mee te schragen door uitvoering te geven aan die bepalingen die een wetgevende of reglementaire neerslag vergen.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.