Versterkte degressiviteit noodzakelijk voor een meer activerend werkloosheidsbeleid

Onze Belgische bedrijven zorgen voor veel bijkomende jobs. Een goede zaak, ook voor onze sociale zekerheid, mits we de vele openstaande jobs ook ingevuld krijgen. Dat stelt nu een probleem: we tellen meer dan 145.000 oningevulde vacatures en hebben de op één na hoogste vacaturegraad (3,5%) in Europa. Nochtans zitten heel wat mensen zonder werk: zo zijn er 355.000 werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen. Een groot deel van hen zou onmiddellijk aan de slag kunnen gaan, mochten zij bereid zijn en het geschikte profiel hebben om de openstaande vacatures in te vullen. En daar wringt (nog steeds) het schoentje … ons werkloosheidsstelsel is te weinig activerend!

Geschreven door Bart Buysse, ALGEMENE DIRECTIE
26 september 2018

Natuurlijk is er de mismatch tussen vraag en aanbod, die onderwijs, opleiding en heroriëntering moeten wegwerken. En natuurlijk moeten bedrijven hun aanwervingseisen bijstellen en niet langer zoeken naar witte raven. Net zoals werkzoekenden ruimer moeten zoeken en hun professionele gps bijstellen richting opportuniteiten op de arbeidsmarkt. Zij moeten daarin worden bijgestaan door de bemiddelingsdiensten, die via een bredere screening competenties en ervaring, maar ook werk- en leervermogen nog beter moeten kunnen matchen en heroriënteren om meer kansen op werk te bieden.

Maar er zijn veel vacatures die geen bijzondere kwalificaties of ervaring vereisen en die toch niet ingevuld geraken: 1 op 3 algemeen en zelfs 4 op 10 bij knelpuntvacatures.Hoe los je dat op? Eén van de sleutels ligt bij de werkloosheidsverzekering. Die biedt inkomenszekerheid wanneer men z’n werk verliest. Bedoeling moet zijn dat men daarna zo snel mogelijk terug aan de slag gaat. Om die reden is de werkloosheidsuitkering als financieel vangnet in alle andere Europese landen tijdelijk van aard en gaat ze steeds gepaard met een sterke opvolging en activering van werklozen.

In België zijn de werkloosheidsuitkeringen onbeperkt in de tijd. Werklozen werden ook lange tijd niet aangesproken op hun zoekgedrag naar werk. Dat gebeurt pas sinds 2004 en was toen een compromis dat de beleidsmakers hebben bereikt om een beperking in de tijd te voorkomen. We stellen echter vast dat, nu de begeleiding én de opvolging en controle van werklozen in één hand verenigd zijn, dit laatste aspect op de achtergrond dreigt te komen, terwijl het een wezenlijk onderdeel is van een performant werkloosheidsbeleid, ook in andere landen.

Een ander element dat onmiskenbaar een impact heeft op de inspanningen en het zoekgedrag van werklozen is het uitkeringsbedrag. Onder de vorige regering werd de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen enigszins versterkt, zij het onvoldoende. Er bestaat namelijk nauwelijks degressiviteit voor de laagste uitkeringen, die doorgaans het moeilijkst te activeren zijn.

De degressiviteit ligt in het kader van de Arbeidsdeal opnieuw op de regeringstafel. Doel is om de uitkering in de eerste werkloosheidsperiode te verhogen en nadien sneller te doen dalen. Het voorstel om de uitkering degressiever te maken, is positief. Een sterkere prikkel is nodig, maar die kan alleen werken indien men de uitkering na de eerste periode ook daadwerkelijk sneller verlaagt. Het is ook de enige manier om deze maatregel budgettair neutraal te houden en geen meeruitgaven te veroorzaken.

Daarbij is het niet de bedoeling om mensen in armoede te duwen. Werk is nog steeds de beste garantie tegen armoede, met amper 5% working poor in België tegenover gemiddeld bijna 10% in Europa. We kunnen bovendien de enveloppe voor welvaartsaanpassing inzetten om de laagste uitkeringen waar mogelijk te verhogen. Kwestie van de beschikbare middelen gericht te benutten, waar de noden het hoogst zijn, in plaats van ze breed uit te smeren over alle uitkeringen.

Hopelijk brengen een versterkte degressiviteit in combinatie met een sterke begeleiding naar werk en opvolging van werklozen soelaas. Zo dit naar de toekomst onvoldoende oplossing biedt, blijft er weinig anders over dan te doen wat andere Europese landen (ook de Scandinavische ‘modellanden’) die een hogere werkzaamheidsgraad kennen ons al lang hebben voorgedaan: de uitkeringen beperken in de tijd.

De werkloosheidsverzekering is immers, als onderdeel van onze sociale zekerheid, een verhaal van rechten en plichten, van solidariteit en verzekering, van collectieve maar ook van eigen verantwoordelijkheid. Die evenwichten moeten we bewaren als we ons systeem duurzaam willen houden.

Dit betoog liep als een rode draad doorheen de vele tussenkomsten die ik de afgelopen jaren als Directeur-generaal van het VBO heb gedaan in de domeinen die mij nauw aan het hart liggen. En het VBO zal die boodschappen verder blijven uitdragen, ook na mijn vertrek.

Op 1 oktober ga ik immers een nieuwe uitdaging aan, aan het hoofd van Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, waar ik de huidige CEO Chris Moris zal opvolgen. Daar zal ik voortaan heel wat andere zaken behartigen, maar nog steeds ten dienste van de Belgische ondernemingen.

Ik zal de voedingssector vertegenwoordigen in de Raad van bestuur van het VBO en blijf op die manier verbonden met de organisatie en haar werkterrein. De sociale thema’s en het sociaal overleg zijn in goede handen bij collega Monica De Jonghe, die de fakkel overneemt. Zij zal o.m. samen met CEO Pieter Timmermans zetelen in de Groep van Tien.

Ik dank de algemene directie, alle collega’s, leden en stakeholders van het VBO voor de fijne samenwerking en boeiende jaren en wens Monica en het ganse VBO-team veel succes toe. Er staan immers belangrijke tijden voor de Belgische werkgevers voor de deur: de onderhandeling van een nieuw IPA en de verkiezingen in 2019. Ik kijk ernaar uit om onze ondernemers verder te ontmoeten en ondersteunen, zij het voortaan in een andere hoedanigheid. Het allerbeste en graag tot binnenkort!

Bart Buysse, directeur-generaal


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.