Annualisering arbeidstijd: oude wijn in nieuwe zakken?

De eerste nieuwe maatregel in de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk, die meteen ook het meeste stof deed opwaaien, is een annualisering van de arbeidstijd binnen het stelsel van de flexibele uurregelingen, voorzien in artikel 20 bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971, ook wel de ‘kleine flexibiliteit’ genoemd.


Sandra Coenegrachts, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
15 maart 2017

Wat is ‘kleine flexibiliteit’?
De kleine flexibiliteit werd in de jaren 80 ingevoerd om piek- en dalperiodes in de activiteit van ondernemingen beter op te vangen en dus een grotere flexibiliteit in de arbeidsorganisatie te verzekeren.

Door middel van alternatieve roosters kan er van de gebruikelijke roosters afgeweken worden, met een maximum van 2 uur per dag, zonder evenwel 9 uur per dag te mogen overschrijden, en van 5 uur per week met een bovengrens van 45 uur per week. Het is evenwel essentieel dat de wekelijkse arbeidsduur die in de onderneming van toepassing is, gemiddeld gerespecteerd wordt over een op voorhand bepaalde periode, ‘referteperiode’ genoemd. Deze referteperiode mag de duur van één jaar niet overschrijden. 

Deze kleine flexibiliteit kan in de onderneming enkel ingevoerd worden via een cao of via een wijziging van het arbeidsreglement. Bij invoering via cao moet nadien ook nog de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement worden gevolgd. De alternatieve roosters moeten minstens 7 dagen op voorhand ter kennis van de werknemers worden gebracht.

Wat wijzigt er?
De referteperiode voor de berekening van de arbeidsduur wordt nu automatisch op één jaar gezet (een kalenderjaar of een andere periode van 12 opeenvolgende maanden) en wordt dus ‘geannualiseerd’. Een kortere referteperiode zal niet meer mogelijk zijn, tenzij deze regeling reeds opgenomen was in een uiterlijk op 31 januari 2017 neergelegde collectieve arbeidsovereenkomst of in een op dat ogenblik bestaand arbeidsreglement. Alle op 31 januari 2017 bestaande flexibele regelingen op basis van artikel 20 bis Arbeidswet blijven ongewijzigd van toepassing.

De invoeringsprocedure blijft dezelfde als voordien behoudens de bijkomende vereenvoudiging dat bij invoering van de kleine flexibiliteit via een cao, de bepalingen automatisch ingevoegd kunnen worden in het arbeidsreglement, zonder dat hiervoor nog de procedure tot wijziging zal moeten worden gevolgd, indien deze cao alle door de wet van 8 april 1965 vereiste vermeldingen bevat.

Voor het overige blijft artikel 20 bis Arbeidswet ongewijzigd.

VBO – Deze zo door de vakbonden bevochten maatregel brengt in de praktijk slechts beperkt verandering, ondanks de hoge verwachtingen die daaromtrent werden gecreëerd. Meer soepelheid in de organisatie van de arbeid is nochtans broodnodig om de huidige en toekomstige uitdagingen gewapend tegemoet te kunnen gaan.  

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN EN PERSBERICHTEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.