VBO-analyse: onze werkgelegenheid is van goede kwaliteit, maar onze arbeidsmarkt heeft nood aan nieuwe structurele maatregelen

De voorbije maanden haalden verschillende onderwerpen de politieke agenda, zoals migratie, energie, klimaat en koopkracht.  Over de economie en de arbeidsmarkt werd er weinig gedebatteerd. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) wil via een informatieronde die ‘It’s still the economy, stupid’ werd gedoopt, ook het belang van de economie,  de competitiviteit en de werkgelegenheid in de kijker plaatsen. Daartoe heeft het VBO een kwalitatieve en kwantitatieve analyse van onze arbeidsmarkt gemaakt. De conclusie is duidelijk: in het algemeen zijn de jobs die de afgelopen vijf jaar in de private sector werden gecreëerd, voltijdse jobs. Er is wel een nieuwe batterij aan structurele maatregelen nodig om de werkzaamheidsgraad verder op te krikken.

Pers, COMMUNICATION & EVENTS
02 mei 2019

Tijdens de vorige legislatuur werd de jobcreatie gestimuleerd, vooral in de private sector

Het beleid dat de Zweedse coalitie de afgelopen jaren gevoerd heeft om onze competitiviteit te verbeteren - taxshift, indexsprong en hervormde wet van ’96 -, heeft er immers voor gezorgd dat de economische groei gepaard ging met de creatie van een groot aantal jobs. Volgens de Nationale Bank van België werden tussen Q3 2014 en Q4 2018  in totaal meer dan 240.000 jobs gecreëerd, waarvan 181.400 in de private sector. In 2018 groeide de werkgelegenheid in de private sector (+1,4%) zelfs even snel als de economie wat hoogst uitzonderlijk is. 8 op 10 van de gecreëerde jobs (45.900 van de 58.500 nieuwe jobs in het totaal) kwamen daarmee tot stand in de privésector.

Die positieve effecten hebben ook bijgedragen tot een  toename van onze exportmarktaandelen, meer productie, en bijgevolg ook tot een grotere vraag naar arbeidskrachten. Nu de kostprijs van arbeid redelijker is geworden, zijn ondernemingen minder geneigd om hun productie te delokaliseren of om arbeidskrachten door machines te vervangen. De positieve effecten zijn sterk voelbaar in de industrie. Na een lange daling is de werkgelegenheid in de industrie gestabiliseerd en recent zelfs lichtjes gestegen.

Die jobs zijn geen precaire jobs

Zoals de cijfers van de RSZ enerzijds aantonen zijn de meeste gecreëerde jobs voltijdse jobs (of meer dan 2/3). In de private sector geldt dat voor 7 op 10 gecreëerde jobs (68,9%). Een voltijdse job blijft de norm voor ongeveer ¾ van de werknemers. Men kan dus niet zeggen dat het jobs van lage kwaliteit zijn.

Anderzijds tonen cijfers van de NBB over de jobcreatie voor de periode 2005-2017 aan dat iets meer dan 6 op de 10 gecreëerde jobs (63%) vaste jobs waren. Uit de jongste cijfers van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK 2018) blijkt dat vast werk (of COD) nog steeds de norm is in België, waar ongeveer 9 op 10 werknemers (89,2%) vast werk hebben.

De werkzaamheidsgraad is nog te laag 

Ondanks de positieve jobcreatie stijgt de werkzaamheidsgraad slechts traag en meer bepaald van 65,8% begin jaren 2000 tot 69,7% in 2018. In het laatste kwartaal van 2018 werd de grens van 70% overschreden. Maar dat is nog steeds lager dan in de andere landen. Bovendien had België een werkzaamheidsgraad van 73% vooropgesteld in het kader van de EU 2020-strategie.  Er bestaan echter grote verschillen (tussen de gewesten) en bepaalde bevolkingsgroepen hebben het moeilijker om zich in te schakelen in het arbeidsproces (naar leeftijd, origine en opleidingsniveau).

Wat moet er nu gebeuren?

Flexibele arbeidsmogelijkheden in de arbeidsorganisatie worden (te) weinig ontwikkeld in ons land. In een Europese vergelijking bengelt België onderaan in de rangschikking, of het nu is voor nachtarbeid, avondwerk, weekendwerk of ploegenarbeid.

Ons land is een exportgerichte economie, consumenten klikken vandaag op een aankoop die ze morgen thuis willen hebben, werknemers verwachten meer autonomie en vrijheid in de organisatie van hun werk om arbeid en gezin beter te kunnen combineren, bedrijven moeten wendbaar kunnen inspelen op gewijzigde arbeidsmarktomstandigheden… Redenen genoeg dus om meer arbeidsflexibiliteit in onze wetgeving in te bouwen en een aantal verouderde regels te herzien.

Het VBO is er dan ook voorstander van om dit beleid van enerzijds lastenverlagingen op arbeid en anderzijds een verdere versoepeling van de arbeidsmarkt verder te zetten, om zo de werkzaamheidsgraad verder te verhogen. Om dat te bereiken, moet onze arbeidsmarkt  structureel hervormd worden, zoals dat reeds gebeurde in andere Europese landen, zoals de Scandinavische landen, Duitsland en Nederland. Het komt er nu op aan om politieke moed te tonen en die hervormingen uit te voeren.

We pleiten er dan bijvoorbeeld ook voor dat ondernemingen de kans krijgen om te experimenteren onder meer inzake arbeidsduur en avond- en weekendwerk, waarbij de vrijheid wordt gegeven om bepaalde zaken uit te proberen (zoals een nieuwe activiteit of een nieuw arbeidsregime), om zo voor een “regeling op maat” te kunnen opteren. Het spreekt voor zich dat dit gebeurt met respect voor een aantal absolute grenzen en op basis van vrijwilligheid bij de werknemers. Na de evaluatie van het experiment zal dan worden nagegaan of het experiment succesvol was voor de onderneming en haar werknemers, wat de impact is op de tewerkstelling en of er een conventionele regeling nodig is dan wel of bepaalde bestaande wettelijke regelingen moeten worden aangepast dan wel afgeschaft,’ besluit Monica De Jonghe, directeur-generaal van het VBO.


Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.

VBO-NIEUWSBRIEF IMPACT

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.