De Wet van 1996 is meer dan ooit nodig!

Eind deze week houdt het ABVV-FGTB een nationale manifestatie tégen de Wet van 1996. Het ABVV vindt dat de huidige wet ‘niet werkt’ omdat de marge die de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) berekende ‘onvoldoende onderhandelingsruimte toestaat’. Maar, …


Pieter Timmermans, GEDELEGEERD BESTUURDER
22 september 2021

… het ABVV vergeet wel te vermelden dat de maximale marge voor loonstijgingen (0,4% voor 2021-2022) boven op de loonindexering (2,8% initiële raming) en de baremieke verhogingen komt, die volgens diezelfde wet altijd zijn ‘gegarandeerd’. 

En die automatismen in de loonvorming vormen een belangrijk risico (1). België is immers het enige land van de middelgrote en grote Europese landen dat nog een systeem van veralgemeende automatische loonindexering kent. Dat maakt onze ondernemingen heel kwetsbaar. Bij elke internationale opstoot van olie- of grondstoffenprijzen (1973, 1979, 1982, 1993, 2006-2007) komt ons land als enige direct in een loon-prijsspiraal terecht en verliezen we concurrentievermogen en marktaandelen. Dat leidt ook telkens tot omvangrijk jobverlies. Tussen 1975 en 1984 gingen in de privésector 300.000 jobs verloren (-14%), tussen 1991 en 1994 nog eens 80.000 jobs (-3,5%). 

Delicaat evenwicht

De Wet van 1996 is dus allerminst een eenzijdig werkstuk maar bestaat uiteen delicaat evenwicht tussen het behoud van de automatische loonindexering enerzijds, en het vrijwaren van het concurrentievermogen van de ondernemingen en van de werkgelegenheid anderzijds (Lees ook, op deze website, ‘Zonder loonnorm, geen automatische loonindexering’). De wet tracht dit doel te bereiken door de verwachte loonstijgingen in de drie grote buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland te vergelijken met de verwachte loonindexering in België. Het verschil tussen die twee ramingen wordt dan door de CRB naar voor geschoven als een maximale marge voor de loonkostenontwikkeling boven op de index.

In de periode 2007-2013 werd echter vastgesteld dat de Wet van 1996 er toch niet in slaagde de loonkosten in de pas te doen lopen met de buurlanden. De verklaring was eenvoudig: de inflatie in België werd systematisch onderschat en de loonstijgingen in de buurlanden overschat. Slotsom: we dachten altijd dat we ons meer konden verloven dan de werkelijkheid die achteraf werd vastgesteld. Onze absolute loonkostenhandicap was in 2008 opnieuw opgelopen tot bijna 20%. Onze marktaandelen namen een duik en de economische groei leverde maar weinig banen op. 

194.500 extra jobs

Na enkele lastenverlagingsoperaties in 2010 en 2013, besliste de regering-Michel dan om de wet structureel te verbeteren wat uitmondde in een aangepaste wet in maart 2017. Die hervorming omvatte o.a. het werken met een ruimer staal aan economische prognoses, een meer sluitend correctiemechanisme, én een veiligheidsmarge voor voorspellingsfouten van 0,5% die wordt teruggegeven als ze achteraf niet nodig blijkt. Dat laatste was ingegeven door het voorzichtigheidsprincipe: liever iets niet geven dan iets later te moeten terugnemen. 

De aanpassingen aan de wet leverden goede resultaten op. In 2017-2018 en 2019-2020 werden twee sociale akkoorden gesloten waarin telkens een reële loonsverhoging van 1,1% boven op de index werd voorzien. Tegelijk werd de absolute loonkostenhandicap tussen 2017 en 2020 verder afgebouwd van bijna 12% naar ongeveer 10,5%. En er was vooral een heel sterke groei van de werkgelegenheid in de privésector: tussen het vierde kwartaal van 2016 en het vierde kwartaal van 2019 kwamen er in de privésector 194.500 jobs bij, een groei met maar liefst 5% (gemiddeld 1,65% per jaar). En dat bij een vrij bescheiden economische groei van 1,78% per jaar. Voor elk 1%-punt groei is dat 0,93%-punt jobcreatie: ‘du jamais vu’ in de laatste 25 jaar. 

Bescherming tegen inflatiespiraal

Er is dan ook geen enkele reden om aan de wet te sleutelen. Ze werkt goed, levert goede resultaten op en vormt de onlosmakelijke tegenhanger van de automatische loonindexering en de baremieke verhogingen. 

Bovendien is de aangepaste wet vandaag meer dan ooit noodzakelijk in het licht van de verontrustende inflatieontwikkeling van de voorbije maanden. 

De heropleving van de wereldwijde economie, geconcentreerd in een aantal heel specifieke domeinen (woning- en tuinrenovatie, elektronica, fietsen, …) leidde immers tot sterke prijsstijgingen voor heel wat grondstoffen (hout, metalen, mineralen, gas, …) en intermediaire goederen (computerchips, staal, isolatiemateriaal, containervervoer, …). 

“Zonder de (aangepaste) Wet van 1996 was België ongetwijfeld opnieuw de ‘zieke man van Europa’ geworden”

En hoewel die prijsstijgingen nog lang niet allemaal in de finale eindprijzen voor de consument zijn doorgerekend (2), liep de jaarstijging van de gezondheidsindex in de voorbije zomermaanden toch al op van 0,8% in mei tot 2,3% in augustus. De indexering in België zal daardoor in 2021-2022 al minstens 3,2% bedragen (i.p.v. de verwachte 2,8%) en wellicht nog beduidend meer gezien de prijsdruk die nog in de pijplijn zit. 

Opnieuw (voor de derde keer op rij) zal dus blijken dat de voorzichtigheidsmarge van 0,5% nodig zal zijn geweest. En dit keer zal ze wellicht zelfs niet volstaan … 

Een betere illustratie van de absolute noodzakelijkheid van de Wet van 1996 mét de aanpassingen van maart 2017 is nauwelijks denkbaar. Zonder die aangepaste wet waren we nu ongetwijfeld goed op weg om opnieuw de ‘zieke man van Europa’ te worden. Als we de wet correct toepassen, kunnen we zo’n scenario deze keer hopelijk vermijden!

(1) ECB, Monthly Bulletin, May 2008, Box 5: Wage indexation mechanisms in Euro Area Countries: “The Governing Council of the ECB is concerned about the existence of such schemes in which nominal wages are indexed to consumer prices. These schemes involve the risk of upward shocks to inflation, such as those currently observed in energy and food prices, lasting longer and even leading to a wage-price spiral. Such a spiral would complicate the ECB’s task of maintaining price stability and would be detrimental to employment and competitiveness in the countries concerned.”

(2) Dat zal maar geleidelijk gebeuren naarmate langetermijnleveringscontracten met vaste prijzen op vervaldag komen en de prijzen worden aangepast in de nieuwe leveringscontracten.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.