We moeten kiezen: de tweede pensioenpijler verder uitbouwen of ontmoedigen?

Het lijkt stilaan wel voor iedereen duidelijk dat we met het wettelijke pensioen alleen geen correct of toereikend pensioenpeil zullen halen. Bovendien wordt dat probleem met een vergrijzende bevolking alleen maar nijpender. Daarom wil de regering – in de voetsporen van haar voorganger – de tweede pensioenpijler verder ontwikkelen om het manco van de eerste pijler op te vullen. En die uitdaging is niet van de minste.


Marie-Noëlle Vanderhoven, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
03 maart 2021

De combinatie van meerdere pensioenpijlers moet voor alle gepensioneerden een correcte vervangingsratio verzekeren, en tegelijk de risico’s en lasten billijk tussen de generaties verdelen. De tweede pijler positioneert zich tussen de eerste en de derde omdat het economisch efficiënter is dat de kapitalisatie gebeurt op ondernemings- of sectoraal niveau dan op individueel niveau. De tijdshorizon voor een individu is immers te beperkt om veel investeringsrisico te nemen, terwijl kapitalisatie alleen zin heeft als er mogelijkheid is om de rendementen te optimaliseren.

De jongste tijd gaan stemmen op tegen het beleid van fiscale en sociale incentives waarmee de overheid de tweede pijler wil ondersteunen. Dat beleid zou een verspilling van publieke middelen inhouden ten voordele van een beperkt aantal werknemers en moet volgens die critici dus op de schop.

Het probleem is dat die kritiek gebaseerd is op sterk “vertekende” statistieken. De ongelijkheden die ze lijken aan te tonen, zijn dat bij een correcte analyse niet.  

Om te beginnen moeten we de verschillen bekijken in termen van vervangingsratio, eerder dan op basis van absolute bedragen: als we rekening houden met de verschillende salarisniveaus, biedt de eerste pijler een duidelijk lagere vervangingsratio voor de hoogste inkomens, terwijl die voor lagere inkomens veel hoger is. Het is dan ook logisch dat de tweede pijler in absolute waarde hoger ligt bij werknemers met een hoger inkomen.

En aangezien de hoogste inkomens aan de sociale zekerheid (en dus aan de eerste pensioenpijler) bijdragen op basis van hun totale bezoldiging, maar het wettelijk pensioen berekend is op een geplafonneerd inkomen, vormt dat bovendien al een belangrijk element van solidariteit onder werknemers.

Verder moeten we de vastgestelde verschillen bekijken in een historische context en in het licht van de looptijd van de belegging. De sectorale plannen zijn recenter dan de bedrijfsplannen. De verworven reserves zijn logisch kleiner in de recente sectorale plannen waarin maar sinds korte tijd kon worden bijgedragen, terwijl in een bedrijfsplan al decennialang bijdragen konden worden gestort.  

Tot slot kunnen we ongelijkheden die opduiken niet los zien van de situatie op de arbeidsmarkt. Het pensioen is niet meer dan een afspiegeling van ieders loopbaan. Een gefragmenteerde loopbaan in een minder goed betaalde sector zal niet hetzelfde pensioen opleveren als een volledige carrière in een sector met voordeliger en rijpere pensioenstelsels.

VBO – Het VBO vindt het huidige fiscale en parafiscale beleid passend en noodzakelijk om de tweede pijler aan te moedigen en de maatschappelijke uitdaging van de vergrijzing aan te gaan. Stabiliteit en vertrouwen zijn in dit dossier van essentieel belang, vooral omdat de bedragen die we in de tweede pijler beleggen voor lange tijd vast zitten. Hoe kunnen we dan plannen maken om de tweede pijler uit te breiden als we tegelijk angst en onrust zaaien bij de betrokkenen?

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.