Herstructureringen en COVID-19 – Eerder de NAR-akkoorden toepassen dan de wet herzien

De economische crisis ten gevolge van de COVID-19-crisis woedt helaas ook in 2021 en ontziet niemand. De jongste weken berichtte de pers over meerdere aankondigingen van collectieve ontslagen. In die uiterst moeilijke en gevoelige context reageerde de minister van Werk op die aankondigingen door een denkoefening te starten rond het evalueren en verbeteren van de wet-Renault en eventueel een verplichte financiering van een sociaal plan.


Jean-Charles Parizel, COMPETENTIECENTRUM WERK & SOCIALE ZEKERHEID
02 februari 2021

Dat verbaast het VBO. Ten eerste is daarover immers niets terug te vinden in het regeerakkoord van de regering-De Croo en ten tweede houdt die oefening geen rekening  met de recente werkzaamheden van de sociale partners en draagt ze niet bij tot de doelstelling van een werkzaamheidsgraad van 80%.

Werkzaamheden van vakbonden en werkgevers van 2019-2020 in de praktijk brengen

De sociale partners zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheden en de uitdagingen en hebben alles in het werk gesteld om akkoorden te bereiken door binnen de NAR 2 unanieme adviezen (nrs. 2149 en 2184) en 1 aanbeveling (nr. 28) te realiseren.

Aanbeveling nr. 28 van 17 december 2019 adviseert in het kort om:

-  een duidelijke timing van de uitwisselingen en besprekingen te bepalen om de kwaliteit en de doeltreffendheid van de informatieconsultatie te verhogen;

-  de medecontractanten (onderaannemers, dienstverleners) te identificeren van wie de activiteiten mogelijk een significante negatieve weerslag zullen ervaren door de  herstructurering.

Die aanbeveling speelt dus in op de bezorgdheid van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Ze promoot een doeltreffende en kwalitatieve dialoog en houdt rekening met het watervaleffect voor de medecontractanten.

Ze is het resultaat van lange, intensieve werkzaamheden en onderhandelingen aangevat in 2017 (IPA 2017-2018), op basis waarvan de sociale partners en de leden van de G10 tot een echte consensus kwamen, ondanks het feit dat hun standpunten in het begin lijnrecht tegenover elkaar stonden. Elke fase van de herstructurering werd besproken. Alle partijen vonden er hun eigen speerpunten in terug en waren akkoord met de tekst. Het VBO toonde aan dat het de tekst uitvoert, door in november 2020 in samenwerking met Eubelius en Ketchum, een brochure te publiceren genaamd ‘Herstructureren met of zonder ontslagen’, waarin de aanbeveling wordt toegepast.

Het advies nr. 2184 van 27 oktober 2020 voorziet bovendien om de regelgevende teksten inzake herstructureringen te centraliseren om de toegankelijkheid en eenvoud ervan te verbeteren. Het beveelt ook aan om de informatiestroom tussen de overheden en de werkgevers te vereenvoudigen en te verbeteren via een uniek loket en een uniek informatieplatform. Op die manier konden de sociale partners dus ook een oplossing aanreiken voor het probleem van de versnipperde regelgeving.

Het advies nr. 2149 van 17 december 2019 bepaalt tot slot dat de NAR de aanbevelingen zal evalueren na 3 jaar, te rekenen vanaf 27 oktober 2020, de datum van advies nr. 2184.

Eerder inzetten op vliegende start dan op noodlanding

Zoals werd benadrukt tijdens de parlementaire debatten zijn het behoud van de tewerkstelling (in het algemeen) en het herstel van de economische activiteit de absolute prioriteiten. Die doelstellingen vereisen doeltreffend, toekomstgericht overleg dat de inzetbaarheid van de werknemers en hun toekomstvooruitzichten op de arbeidsmarkt centraal stelt.

Ondernemingen, ongeacht hun omvang, verplichten een sociaal plan te financieren, beantwoordt niet aan die doelstelling van behoud van de tewerkstelling, herstel van de economische activiteit en re-integratie. Een dergelijk plan voorziet enkel in de storting van een som geld op een gegeven tijdstip en garandeert geen vaste tewerkstelling. Erger nog, het verplichte karakter van een dergelijk plan zou de totale stopzetting kunnen versnellen van ondernemingen die niet in staat zijn om zowel een sociaal plan te financieren als een project voor het herstel van de activiteiten te lanceren. De kmo’s staan als werkgever het sterkste bloot aan dat risico, terwijl ze de ruggengraat van de Belgische ondernemingsstructuur vormen. Sinds de wet op het eenheidsstatuut gaat het sociaal passief van de ondernemingen almaar verder de hoogte in (als gevolg van de geharmoniseerde opzegregelingen van arbeiders en bedienden), zodat sommige bedrijven zelfs de wettelijke ontslagvergoedingen niet meer kunnen betalen, op straffe van faillissement.

Om (opnieuw) uit de startblokken te kunnen schieten, zullen ondernemingen al hun middelen nodig hebben om op levensvatbare wijze in hun eigen herstel te investeren en op die manier bij te dragen tot de doelstelling van een werkzaamheidsgraad van 80%.

VBO – De sociale partners hebben onlangs nog bewezen dat ze akkoorden kunnen afsluiten in complexe materies. Nu is het van het allergrootste belang dat die akkoorden worden opgepikt door sectoren en bedrijven. Het VBO moedigt dus alle economische spelers aan om ze toe te passen in de praktijk. De vakbonden en de werkgeversorganisaties kunnen de draagwijdte van die nieuwe maatregelen binnen 3 jaar evalueren. Daar hebben ze zich allemaal toe verbonden. Op basis van die evaluatie kunnen ze kijken of er aanpassingen nodig zijn.

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.