Tijdelijke werkloosheid ‘corona’ gedaald van 30% naar 4%, maar nog steeds aanzienlijk

De COVID-19-pandemie en de maatregelen om ze te bestrijden, hebben sinds midden maart 2020 een zeer zware impact gehad op de economische activiteit in België. Veel bedrijven konden niet blijven voortwerken of konden dat niet meer doen op de normale capaciteit. Uit een studie van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) blijkt dat de tijdelijke werkloosheid veel werd gebruikt. In de eerste week van april werd die het vaakst ingezet: 950.000 personen, of 30% van de loonarbeid in de privésector, zaten op dat moment in dat stelsel van tijdelijke werkloosheid. Daarna maakten we een verbetering van de situatie mee in vier fases, die telkens samenvielen met belangrijke stappen in de opheffing van de lockdown. Nadien bleef het de goede richting uitgaan, behalve in de laatste weken van augustus: toen zagen we een lichte stijging van het cijfer, die samenviel met een eerste aanzet tot een tweede golf van de epidemie. De evolutie van het aantal tijdelijk werklozen wegens overmacht COVID-19 geeft dus een goed beeld van de economische ontwikkelingen in de voorbije maanden. Als we per sector kijken, mag het niet verbazen dat de luchtvaart, de horeca, de non-foodhandel, evenementen en het toerisme het zwaarst getroffen zijn. Minder voor de hand liggend is dat ook heel wat industriële sectoren zwaar door deze crisis - en de ermee gepaard gaande vraaguitval - zijn getroffen.


Pers, COMMUNICATION & EVENTS
22 september 2020

Verschillende concepten voor de globale cijfers

Na een analyse van de RVA-cijfers van de tijdelijke werkloosheid per maand, week en dag, koos het VBO ervoor om de tijdelijke werkloosheid te analyseren op basis van het wekelijkse gemiddelde van de dagcijfers (met daaraan nog het cijfer voor zaterdag toegevoegd).

Uit die analyse blijkt dat vanaf 18 maart, behalve in zogenaamde ‘essentiële’ sectoren, de inzet van tijdelijke werkloosheid het sterkst steeg, om in de eerste week van april haar piek te bereiken met 950.000 aangiftes, of 30% van de loontrekkende werkgelegenheid in de privésector. Vanaf eind april, maar vooral begin mei, toen de strategie voor de opheffing van de lockdown duidelijker vorm kreeg, ging het gebruik van tijdelijke werkloosheid sneller naar beneden, van 25,6% van de tewerkstelling in de privésector in de week van 29 april naar 21% in de week van 6 mei (-144.000). De heropening van alle winkels op 11 mei (-141.000), daarna de heropstart van de contactberoepen (-90.000) gevolgd door de horeca op 8 juni (-144.000 in 2 weken) zijn natuurlijk kantelmomenten waarop de inzet van dat instrument nog sneller daalde, om in de week van 5 augustus het laagste punt te bereiken (119.000). In de laatste weken van augustus zagen we opnieuw een stijging van de tijdelijke werkloosheid naar 125.000 als gevolg van een heropflakkering van het virus in Antwerpen en Brussel.

Analyse per bedrijfstak

Het hoeft niet te verbazen dat de luchtvaart, horeca, sport-, culturele, kunst- en vrijetijdsactiviteiten bij de zwaarst getroffen sectoren horen. Het onrustwekkendst is natuurlijk het probleem van de luchtvaart: daar was in mei tot 100% van het personeel tijdelijk werkloos. De twee volgende maanden verbeterde de situatie wel enigszins, maar in juli zat toch nog altijd bijna de helft van de werkgelegenheid (47%) in tijdelijke werkloosheid. In augustus was dat nog 37%. 

Dan is er natuurlijk de horeca, waarvoor de situatie in mei het alarmerendst was (88%). De twee volgende maanden is dan wel de zeer positieve impact van de heropening van de sector op 8 juni merkbaar. Maar in augustus valt dat percentage heel snel terug tot ‘slechts’ 20%. De sport- en recreatieactiviteiten volgen een gelijkaardige lijn (piek van 80% in mei en terugval tot 10% in augustus).

Naast de sectoren die direct door COVID-19 en de ermee gepaard gaande maatregelen worden getroffen, zijn er echter ook heel wat industriële sectoren waar er nog in ruime mate een beroep moet worden gedaan op tijdelijke werkloosheid. Het gaat o.a. om de productie van vliegtuigonderdelen, bussen en vrachtwagens, de textielindustrie, de meubelnijverheid en de grafische nijverheid. De automobielassemblage en de bouwsector hebben de activiteiten al terug op een vrij hoog niveau kunnen brengen, maar vrezen voor een lagere activiteit naar het jaareinde toe (door het opdrogen van de bestellingen tussen midden maart en begin mei).

“De snelle versoepeling van het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht COVID-19 bood ademruimte aan heel wat bedrijven die niet normaal konden doorwerken. Ook de akkoorden op sectorniveau, zoals in de automobielsector, of op interprofessioneel niveau, zoals de ‘Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan’ opgesteld door de sociale partners, speelden een positieve rol bij het hernemen van het werk. Maar om het voortbestaan van onze ondernemingen te verzekeren, is het nu van het opperste belang dat de nieuwe regering tijdelijk en gericht de zwaarst getroffen sectoren ondersteunt en een sterk relanceplan opstelt”, aldus Edward Roosens, Chief Economist van het VBO.

Raadpleeg de studie via deze link

Onze partners

Actiedomeinen

Een gezond ondernemingsklimaat is essentieel voor een gezonde economie en duurzame groei in België. Als VBO nemen we de verantwoordelijkheid om de motor van onze welvaartsstaat op kruissnelheid te houden. Om dat te bereiken, focussen we op 18 actiedomeinen die bijdragen tot een duurzame groei.


VBO-NIEUWSBRIEVEN

Schrijf u nu in en ontvang wekelijks de laatste artikelen direct in uw mailbox.