Nieuws • 26 maart 2025

Cyberveiligheid: welke verantwoordelijkheid voor bestuurders?

Cyberveiligheid is een prioriteit voor alle bedrijven. Niet alleen voor grote en essentiële bedrijven die onder het toepassingsgebied van de NIS 2-richtlijn vallen vanwege de wettelijke bepalingen inzake hun cyberweerbaarheid, maar ook voor alle andere bedrijven, vanwege de cyberrisico’s.

De NIS 2-richtlijn ter versterking van de cyberweerbaarheid en de wet die de richtlijn omzet in Belgisch recht leggen bestuurders expliciet een verantwoordelijkheid op in het kader van de implementatie van cyberbeveiligingsbeleid in bedrijven. In België vallen zo’n 3.000 ondernemingen onder het toepassingsgebied van NIS 2.

Bestuurders spelen dus een cruciale rol bij de implementatie van en het toezicht op cyberveiligheidsmaatregelen en dragen bijgevolg een verantwoordelijkheid bij de uitvoering van die taken. Daarom is een cyberbeveiligingsbeleid, dat onder de bevoegdheid van de bestuursorganen valt, zo belangrijk.

De NIS 2-richtlijn legt de bestuursorganen op dat zij in de betrokken entiteiten de maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s moeten goedkeuren en dat ze toezicht moeten houden op de uitvoering ervan.

In geval van schending van die verplichtingen wordt, naast de civielrechtelijke aansprakelijkheid waarin het Wetboek van vennootschappen en verenigingen voorziet, in de NIS 2-wet een specifieke aansprakelijkheid vastgesteld voor elke natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor een essentiële of belangrijke entiteit, en daar hangen zware sancties aan vast. We herinneren er ook aan dat de NIS 2-wet in geval van herhaalde inbreuken voorziet in een tijdelijk verbod op de uitoefening van bestuursfuncties totdat de betrokken entiteit de nodige maatregelen heeft genomen om de tekortkomingen te verhelpen of te voldoen aan de eisen van de bevoegde autoriteit die de maatregelen heeft opgelegd.

Bovendien belet de NIS 2-wet de toepassing van strafrechtelijke aansprakelijkheid in geval van inbreuken niet. De aansprakelijkheid betreft de ‘bestuursorganen’, een begrip dat niet in de richtlijn wordt gedefinieerd, maar waarmee een natuurlijke of rechtspersoon wordt bedoeld die een functie uitoefent waarbij hij verantwoordelijk is voor het beheer, de vertegenwoordiging of het nemen van juridisch bindende beslissingen voor de entiteit.

Om die verantwoordelijkheden op zich te kunnen nemen, moeten bestuurders ook een opleiding volgen om de vaardigheden te verwerven die nodig zijn om de risico’s en de gevolgen daarvan voor de door de betrokken entiteit verleende diensten te beoordelen.

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Nathalie Ragheno
Competentiecentrum Recht & Onderneming