Elk jaar analyseert het VBO de evolutie van de sociale lasten op de lonen die bedrijven betalen in ruil voor de effectieve prestaties van werknemers. In 2024 zijn de sociale lasten voor zowel arbeiders als bedienden licht gedaald.
Die evolutie is te verklaren door verschillende elementen. Het aantal afwezigheidsdagen dat door het gewaarborgd loon wordt gedekt, is gedaald bij zowel arbeiders als bedienden. Het aantal afwezigheidsdagen gedekt door een ZIV-uitkering is dan toegenomen bij zowel arbeiders als bedienden.
Bij de arbeiders hebben we ook rekening gehouden met de afschaffing van de carenzdag, wat kosten voor de werkgevers met zich meebrengt (0,23%) en de werkgeversbijdragen doet stijgen.
De bijdragen voor de klassieke opdrachten zijn licht gedaald (ten opzichte van 2023) tot 0,06% of 0,11%, naargelang het bedrijf minder dan 20 werknemers of 20 of meer werknemers in dienst heeft. De bijdrage voor de financiering van de tijdelijke werkloosheid bleef stabiel op 0,09%.

Conclusie: de sociale lasten bedroegen in 2024 64,83% voor arbeiders en 60,54% voor bedienden.
De hoge sociale lasten blijven zwaar wegen op de werkgevers. De daling die we zagen met de implementatie van de taxshift is een positief en onmisbaar element geweest om groei en werkgelegenheid te stimuleren.
