Afgelopen weekend werd de conclusie van COP30 in Belém afgeklopt. Tien jaar na het historische akkoord van Parijs is duidelijk dat ondertussen niet alleen het klimaat, maar ook de onderlinge verhoudingen sterk veranderden.
De voorbije twee weken vond in Brazilië de dertigste VN-klimaattop plaats, tien jaar na het historische akkoord van Parijs. Daar werd toen afgesproken om de temperatuurstijging onder de 2°C te houden, en een beperking tot 1,5°C na te streven. Omwille van dat jubileum, en de sterk veranderde internationale context sinds de COP in Parijs, stond de COP30 symbool voor het voortbestaan van de multilaterale aanpak van de klimaatcrisis.
De COP van de implementatie
Dit moest de top van de implementatie worden. Tien jaar na Parijs was het politieke landschap rijp om niet langer te blijven onderhandelen, maar tot actie over te gaan. Met als een van de belangrijkste uitdagingen de “transitie weg van fossiele brandstoffen” – herinner u de belofte van de COP28 in Dubai. Een blok van meer dan 80 landen, waaronder België en de EU, drong aan op een stappenplan om die belofte in de praktijk om te zetten. Jammer genoeg haalde de roadmap de finale conclusie niet.
Wel werdentwee initiatieven gelanceerd om zo dicht mogelijk bij de doelstelling van 1,5°C te blijven.
- 1. De ‘Global Implementation Accelerator’ moet de implementatie van nationale klimaatplannen versnellen.
- 2. De ‘Belém Mission to 1,5’ is gericht op het waarmaken van nationale bijdragen en adaptatieplannen.
Met die nuance dat beide initiatieven vrijwillig blijven en dus niet afdwingbaar zijn. Ze bevatten bovendien geen concrete doelen. Ze schieten dan ook tekort voor de EU en vele andere partijen.
De meest concrete verworvenheid van de COP30 is het akkoord over de financiering van de maatregelen om zich aan te passen aan de klimaatverandering. De ontwikkelde landen verklaarden zich akkoord om hun financiering van de klimaatadaptatie van ontwikkelingslanden te verdrievoudigen tegen 2035 – dat is vijf jaar later dan waar veel ontwikkelingslanden op hoopten. Komt daarbij dat de Europese Unie het gros van die financiering zal moeten dragen, aangezien China en India nog altijd als ontwikkelingslanden worden beschouwd en de VS niet deelnam aan de COP en zich dus niet engageerde.
Na de teleurstellende COP29 in Baku, kunnen we ook dit jaar niet van een groot succes spreken.
De COP van de waarheid
Met de VS aan de zijlijn werd deze klimaattop ook als de ‘COP of truth’ bestempeld. Hij moest bewijzen dat we nog altijd in staat zijn tot multilaterale oplossingen voor gemeenschappelijke uitdagingen.
Of dat met dit akkoord bewezen werd, valt te betwijfelen. Na de teleurstellende COP29 in Baku, kunnen we ook dit jaar niet van een groot succes spreken. Het lijkt erop dat vooral de Europese Unie veel water bij de wijn moest doen om een top zonder akkoord te vermijden.
Tot slot staat, op vraag van onder andere China, India en Saudi-Arabië, in het akkoord dat “unilaterale klimaatmaatregelen” geen “verhulde restricties voor internationale handel” mogen inhouden. Daarmee schieten ze met scherp op de Europese koolstofgrensbelasting (CBAM).
Slotsom? De COP30 toonde aan dat klimaatdiplomatie niet immuun is voor de hedendaagse geopolitieke verschuivingen. En het lijkt erop dat de EU moet erkennen dat ze de voorbije jaren aan soortelijk gewicht heeft ingeboet.
