De handelsontwikkelingen in de Verenigde Staten tonen hoe abrupt het internationale speelveld kan kantelen. Met de recente gerechtelijke en administratieve beslissingen in Washington blijft de handelsomgeving bijzonder volatiel. Zo veegde het Amerikaanse Hooggerechtshof met één beslissing de juridische basis onder de ‘wederkerige’ tarieven op grond van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA) weg. De Amerikaanse regering reageerde prompt met nieuwe tariefmaatregelen, waardoor Belgische en Europese exporteurs opnieuw met onzekerheid worden geconfronteerd. Voor Europa, en zeker voor België als open economie, zijn dat gebeurtenissen met directe impact op onze ondernemingen.
Daarom overlegt het VBO actief en continu met zijn Europese koepelorganisatie BusinessEurope en met de relevante Europese beleidskanalen, zodat de Belgische bezorgdheden rechtstreeks kunnen doorstromen naar de Europese besluitvorming.
1. Wat betekent de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof?
De uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof op 20 februari maakte duidelijk dat het Witte Huis de IEEPA-wet, in wezen bedoeld voor financiële sancties in noodsituaties, had uitgebreid naar een terrein waarvoor ze eigenlijk niet bedoeld is: invoerheffingen of douanerechten. Het Hooggerechtshof besliste dat die wet daarom geen basis kan vormen voor het opleggen van dergelijke handelstarieven. Daardoor zijn de vroegere ‘wederkerige tarieven’ sinds eind februari formeel stopgezet.
Belangrijk: de uitspraak betekent niet dat de Verenigde Staten hun assertieve handelspolitiek opbergen. Instrumenten zoals Section 232 (voor nationale veiligheid) en Section 301 (voor oneerlijke handelspraktijken) blijven volledig geldig. Meer nog, Washington geeft aan die instrumenten actiever te willen inzetten.
2. Hoe reageerde de administratie-Trump II?
De reactie van de president volgde snel. Via Section 122 van de Trade Act van 1974, een clausule die maar uitzonderlijk wordt toegepast, stelde hij een tijdelijke invoerheffing van 10% in boven op de bestaande tarieven. Die heffing geldt sinds 24 februari en loopt tot eind juli, tenzij ze wordt verlengd met goedkeuring van het Congres.
De officiële ‘Proclamation’ en ‘Fact Sheet’ bepalen exact dat die maatregel nodig is om een “fundamenteel internationaal betalingsprobleem” aan te pakken. Dat argument is financieel-economisch betwistbaar, maar juridisch voldoende om Section 122 te activeren.
Verschillende producten worden uitgesloten van de tijdelijke heffing, onder meer kritieke grondstoffen, bepaalde farmaceutische producten, specifieke elektronica, luchtvaartonderdelen en sommige voertuigen. Ook goederen die al onder Section 232 vallen, krijgen de extra heffing niet, maar blijven onderhevig aan de reeds gekende tarieven. De schorsing van het de-minimisregime1 blijft voorlopig behouden, waardoor ook kleine zendingen duurder blijven.
Er circuleren politieke signalen over een mogelijke verhoging van de Section 122‑heffing, maar tot op vandaag is er geen officiële tekst die een tarief van 15% bevestigt.
3. Wat betekent de uitspraak van het Hooggerechtshof voor het EU‑US Framework Agreement?
Het ‘Framework Agreement’ van augustus 2025 moest stabiliteit brengen na maanden van handelsspanning. Het voorziet onder meer in een maximumplafond van 15% (inclusief het Amerikaanse MFN-tarief2 op het merendeel van de Europese export naar de VS. De nieuwe
Section 122‑heffing kan dus de uitvoering van het akkoord onder druk zetten.
In het Europees Parlement worden de werken ten uitvoering van de deal verdergezet. Op 19 maart werd binnen de handelscommissie de wetgeving, die de tarieven verlaagt voor bepaalde Europese producten, goedgekeurd. Die tarieven worden op 26 maart in de plenaire vergaderingen gestemd. Daarna volgen onderhandelingen met de lidstaten om tot een finale tekst te komen.
Momenteel gaat het dus om een heffing van 10%, waarbij het Amerikaanse MFN‑tarief moet worden opgeteld. Dat betekent in de praktijk een gemiddeld tarief dat schommelt rond 13,4%. Voor bepaalde productcategorieën loopt het gecombineerde tarief evenwel op tot boven het onderhandelde plafond van 15% (bijvoorbeeld voor specifieke voedings-, textiel- en chemische producten).
Mocht het tarief effectief worden verhoogd, dan zouden Europese exportgoederen duidelijk zwaarder worden belast dan voorzien in het Framework Agreement, wat indruist tegen de politieke afspraak die in het Schotse Turnberry werd gesloten.
4. Wat betekent deze wending voor Belgische bedrijven?
De grootste zorg is de onzekerheid en onvoorspelbaarheid van de beslissingen. Het nieuwe tijdelijke tarief van 10% is van kracht voor 150 dagen, en kan worden verlengd, mits het Amerikaanse Congres zijn akkoord geeft. Dat is allesbehalve de duidelijkheid of rechtszekerheid die ondernemingen nodig hebben, niet in het minst vanwege de impact op contractuele afspraken en logistieke planning.
Verder blijven de tarieven onder Section 232 van toepassing, zoals op staal en aluminium en andere categorieën. Die tarieven blijven een structurele rem zetten op de exportpositie van onze bedrijven.
5. Betekent de uitspraak het einde van de Amerikaanse tariefgolf?
Het is onduidelijk wat de toekomst brengt. De ‘United States Trade Representative’ (USTR) kondigde al nieuwe Section 301‑onderzoeken aan.
Op 11 maart lanceerde de USTR een eerste onderzoek gericht op ‘structurele industriële overcapaciteit’ bij 16 economieën, waaronder de EU, China, Japan, India, Mexico, Korea en verschillende ASEAN‑landen. Die overcapaciteit zou volgens de VS de Amerikaanse markt verstoren door massale exportvolumes.
Daarnaast opende de USTR op 12 maart een tweede onderzoek tegen 60 economieën, waaronder opnieuw de EU, wegens een vermeend falen om een effectief verbod op producten uit gedwongen arbeid te handhaven. Die acties kunnen resulteren in aanvullende tarief- of niet‑tariefmaatregelen.
Met die nieuwe onderzoeken bouwt Washington aan een alternatief juridisch fundament voor langdurige en gerichte tariefmaatregelen. 2026 tekent zich daardoor af als een jaar van uitzonderlijke handelspolitieke instabiliteit.
Het VBO volgt de ontwikkelingen in het dossier nauwgezet, dankzij intensieve samenwerking met BusinessEurope, onze Europese contacten en de sectororganisaties. Een stabiel en voorspelbaar beleidskader is en blijft onze absolute prioriteit. Daarom dringen we erop aan dat zowel Europa als de VS snel evolueren van emotionele reacties naar weloverwogen, rationele besluitvorming. De huidige situatie veroorzaakt enkel economische schade en bedreigt de concurrentiepositie van onze bedrijven.
Bekijk de video van onze expert

Lees meer artikels over:
