“We verkeren in een handelsoorlog met onszelf.” Zo vatte premier De Wever de talrijke handelsbelemmeringen die nog bestaan tussen lidstaten ongeveer een jaar geleden terecht samen.1 Met de Tax Omnibus zet de Europese Commissie een duidelijke stap in de goede richting, maar het is zeer de vraag of ook de lidstaten klaar zijn voor die mentaliteitsshift.
De handelsbelemmeringen tussen lidstaten zijn het equivalent van een handelstarief van 44% voor goederen en maar liefst 110% voor diensten. Een van de oorzaken daarvan zijn de belastingen op geldstromen tussen lidstaten. Dergelijke belastingen verhinderen grensoverschrijdende investeringen en versnipperen op die manier het Europese kapitaal waar onze bedrijven gebruik van zouden kunnen maken.2
Tax Omnibus: what’s in it for us?
Met haar voorstel voor een Tax Omnibus (naast andere ‘omnibussen’) bewijst de Europese Commissie dat ze het meent met haar vereenvoudigingsagenda. De omnibus bevat een indrukwekkend pakket aan maatregelen die komaf maken met een paar van de scherpste randen van de Europese regeldrift die ook het fiscale domein de afgelopen jaren heeft geteisterd. Zo verwijdert het voorstel bijvoorbeeld de overlap tussen de recente wereldwijde minimumbelasting en antimisbruikmaatregelen die al langer bestonden, waardoor bedrijven niet meer twee (of soms drie) keer gecontroleerd worden voor hetzelfde gedrag. Daarnaast harmoniseert en versoepelt het de versnipperde en strenge regels rond de fiscale aftrekbaarheid van financieringskosten. Ook de transparantie- en rapporteringsverplichtingen die het laatste decennium zijn geëxplodeerd houdt men opnieuw tegen het licht om te bekijken welke nu effectief een toegevoegde waarde hebben – en vooral welke niet.
Als kers op de taart bepleit het voorstel niet minder dan de volledige afschaffing van bovenvermelde belasting op intra-Europese geldstromen, die volgens sommigen de ontkenning van de Europese interne marktzijn. Al die maatregelen samen zijn volgens de Commissie goed voor een vermindering van de nalevingskosten voor bedrijven met maar liefst 8 miljard euro per jaar.
Welke hordes moeten er nog genomen worden?
Dat de Europese Commissie bereid is fundamenteel de strijd aan te gaan met de regels die ze nota bene zelf heeft bedacht, is het bewijs van de absolute noodzaak van die strijd. Toch zullen twee elementen de zaken bemoeilijken. In de eerste plaats de unanimiteitsvereiste: de fiscaliteit is zo nauw verbonden met de nationale soevereiniteit dat de EU pas kan bewegen als alle lidstaten het daarover eens zijn. Een tweede is budgettair: ondanks de bewezen voordelen op lange termijn zijn de meeste lidstaten heel terughoudend om budgettaire verliezen op korte termijn te riskeren. Blijkbaar is eensgezindheid gemakkelijker te bereiken over zwaardere belastingen dan over uniformiteit en efficiëntie.
Als lidstaten de Tax Omnibus gaan bekijken als een technisch pakket fiscale maatregen is ze ten dode opgeschreven. De keuze voor of tegen de Tax Omnibus is de politieke keuze voor of tegen een nieuwe Europese mentaliteit. Het is een keuze voor een collectieve investering in de Europese interne markt met de overtuiging dat we meer te winnen hebben bij het slopen van muren dan dat we te verliezen hebben door een fractie minder inkomsten.
Het voorstel van de Commissie is een evenwichtig pakket dat tegelijk de deur tegen internationale belastingontwijking stevig gesloten houdt.
Het voorstel van de Commissie is een evenwichtig pakket dat tegelijk de deur tegen internationale belastingontwijking stevig gesloten houdt. Het is ondenkbaar dat ze haar inspanningen van het laatste decennium op dat vlak zomaar zou tenietdoen. De premier wist zoals wel vaker de vinger op de wonde te leggen. Laat ons meer dan twee jaar na het Draghi-rapport deze kans grijpen om die wonde te beginnen dichten met concrete acties.
1. Toespraak Bart De Wever – HJ Schoo
2. Studie ECB 2026: Euro area household savings allocation and the role of taxation
