In de voorbije tien jaar verzwakte de economische groei in ons land systematisch. Van gemiddeld 2,1% in 2017-2019 tot nog 0,5% in het tweede kwartaal van 2026. Die vertraging is bovendien sterker dan in de eurozone in haar geheel waar de groei in diezelfde periode slechts afgleed van 2,1% naar 1,2%. Vooral onze exportgerichte industrie krijgt zware klappen met een aanhoudende activiteitskrimp van 0,4% per jaar sinds het tweede kwartaal van 2023. Ons land doet het in die sector beduidend slechter dan de eurozone in haar geheel (+1% per jaar) en zelfs slechter dan de veelgeplaagde Duitse industrie (+0,1%).
Achteruitgang is geen verrassing
De giftige cocktail voor Belgische bedrijven is bekend: sterk gestegen energiekosten – sinds de Russische inval in Oekraïne, nog geëscaleerd door de recente Amerikaanse militaire acties tegen Iran – deden de inflatie ontsporen. Dat vertaalt zich door de automatische loonindexering sneller dan bij de concurrentie in stijgende loonkosten. In het spoor daarvan: sterk stijgende rentevoeten die bedrijfskredieten duurder maken en de financiën van onze met schulden overladen overheden verder uit evenwicht duwen.
In het kielzog daarvan kwamen er nieuwe en complexe belastingen op ondernemerschap (meerwaardebelasting, verhogingen roerende voorheffing, hogere effectentaksen en bankentaksen). Komt daar nog bovenop: de Europese (over)regulering in tal van domeinen (loontransparantie, verpakkingen, digitale regelgeving, anti-witwas en tal van milieurichtlijnen) en Belgische overheden die daar op alle niveaus vaak een extra laag bureaucratie en inefficiënte of onduidelijke uitvoering aan toevoegen. Dat laatste vertaalt zich in een onverantwoord sterke groei van de tewerkstelling bij de overheid (+42% sinds 2000) die zo de tewerkstelling in de privésector steeds meer kannibaliseert.
Positieve evoluties?
Die rist ongunstige factoren overschaduwen momenteel een aantal positieve evoluties, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd, de groeiende flexibilisering van de arbeidsmarkt, enkele kleine lastenverlagingen en de eerste aanzetten richting administratieve vereenvoudiging op Europees en federaal niveau.
Ondanks die positieve signalen kunnen we alleen maar vaststellen dat bij veel ondernemers een zekere moedeloosheid is ontstaan. Het overgrote deel heeft het gevoel dat ze alleen maar tegenwind ervaren en/of zich niet meer kunnen focussen op hun kerntaken: innovatieve producten of diensten ontwikkelen, nieuwe klanten en markten veroveren om zo hun omzet en toegevoegde waarde te laten groeien.
Groeiplan: tien quick wins
Om die ontwikkelingen tegen te gaan, lanceert het VBO deze week zijn groeiplan. Daarin stellen we ingrijpende hervormingen voor op 13 domeinen:
- 1. loon- en energiekosten
2. administratieve lasten
3. innovatie
4. onderwijs
5. financiering ondernemingen
6. vergunningen
7. infrastructuur
8. fiscaliteit
9. arbeidsmarktflexibiliteit
10. arbeidsaanbod
11. buitenlandse handel
12. strategische autonomie
13. economische voordelen van AI
Tegelijk distilleren we tien quick wins die onze Europese, federale en regionale overheden al op korte termijn kunnen uitvoeren om zo de groei van onze economie zo snel mogelijk op te krikken. Op het terrein betekent zo’n quick win vaak: sneller uitvoeren van al gepland beleid – denk aan de plannen rond administratieve vereenvoudiging, de geplande verlaging van de energiekosten, de verlagingen van de werkgeversbijdragen sociale zekerheid. Of nog: het tegenhouden van de meest groeiremmende initiatieven die op de agenda staan, zoals de nieuwe regels op loontransparantie, de verplichte tijdsregistratie, de nieuwe belastingen op ondernemerschap.
De quick wins zijn één zaak. Ook voor de voorstellen met een impact op middellange termijn moet er nu al actie worden ondernomen. Dan denk ik aan het versterken van onze energie-infrastructuur, betere financieringsmogelijkheden voor bedrijven, het krimpen van de overheidstewerkstelling – de zogenaamde tewerkstellingsnorm voor de overheid.
0,5 à 1% extra groei
Mochten alle voorgestelde maatregelen nog maar een half procentje extra structurele groei realiseren dan kan dat de broodnodige saneringsoefening van de overheidsfinanciën jaar na jaar al met 1,5 à 3 miljard euro verlichten.
Een half procentje extra structurele groei kan de sanering van de overheidsfinanciën jaar na jaar tot 3 miljard euro verlichten.
Nu nog de politieke moed vinden om hoogdringend werk te maken van alle hervormingen. Met één doel voor ogen: geef ondernemers opnieuw een kader dat kansen biedt zodat ze kunnen doen wat ze als de beste kunnen: ONDERNEMEN!
Lees meer artikels over:
