Hoe kunnen Belgische ondernemingen beter gebruikmaken van Europese handelsakkoorden? En hoe kan Europa zich wapenen tegen een steeds complexere internationale context zonder de voordelen van open handel uit het oog te verliezen? Die vragen stonden centraal tijdens de Entrepreneurs’ Dialogue die het VBO, samen met de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in België, op 9 oktober organiseerde bij FIB Belgium.
Ondernemers, handelsexperts en vertegenwoordigers van de Europese Commissie gingen met elkaar in gesprek over de Europese handelspolitiek. De discussies vonden plaats tegen een achtergrond van toenemende geopolitieke spanningen, economische veiligheidsvraagstukken en een groeiende druk op internationale waardeketens.
Handelsakkoorden moeten meer opleveren dan markttoegang
Een eerste belangrijke conclusie was dat handelsakkoorden een essentieel instrument blijven om nieuwe markten te openen en de competitiviteit van Belgische ondernemingen te versterken. De uitdaging ligt vandaag echter niet alleen in het onderhandelen over nieuwe akkoorden, maar ook in het maximaal benutten van bestaande overeenkomsten.
De deelnemers wezen erop dat ondernemingen nog vaak geconfronteerd worden met complexe procedures, uiteenlopende normen en administratieve lasten. Een betere implementatie van handelsakkoorden en een sterkere focus op hun daadwerkelijke gebruik door bedrijven kunnen dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan groei en export. Verder ging het ook over het cumulatieve effect dat bepaalde EU-maatregelen hebben op ondernemingen en het handelsbeleid. Denk daarbij aan wetgeving zoals de ontbossingsverordening, het CBAM en verschillende sanctieregimes.
Diversificatie en veerkracht steeds belangrijker
Daarnaast kwam het belang van diversificatie uitgebreid aan bod. De internationale omgeving wordt steeds onvoorspelbaarder, waardoor bedrijven op zoek gaan naar alternatieve exportmarkten, leveranciers en bevoorradingskanalen.
Vanuit dat perspectief werden handelsakkoorden niet enkel bekeken als een instrument voor markttoegang, maar ook als een manier om de veerkracht van Europese en Belgische waardeketens te versterken. Daarbij werd benadrukt dat handelsbeleid steeds vaker moet worden bekeken vanuit het bredere ecosysteem van toeleveranciers, producenten en afnemers.
Openheid en eerlijke concurrentie moeten samengaan
Tot slot werd ook stilgestaan bij de defensieve dimensie van het Europese handelsbeleid. Open markten blijven essentieel voor onze welvaart, maar ondernemingen verwachten tegelijk dat de Europese Unie sneller optreedt tegen marktverstoringen, oneerlijke concurrentie en handelsbelemmeringen.
De deelnemers onderstreepten dat economische veiligheidsmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, op voorwaarde dat zij doelgericht, proportioneel en voorspelbaar blijven. Een sterk handelsbeleid moet immers niet alleen nieuwe kansen creëren, maar ook bijdragen aan eerlijke concurrentie en economische weerbaarheid.
De gedachtewisseling werd verrijkt door de bijdragen van onder meer Thomas de Béthune (vertegenwoordiger van de Europese Commissie in België), René Branders (voorzitter van het Platform International van het VBO), Chris Ruff (coördinator stakeholderrelaties, DG Trade) en Damien Levie (adviseur op het gebied van instrumenten en technologie voor economische veiligheid, DG Trade). Hun uiteenlopende ervaringen uit het bedrijfsleven en de Europese beleidscontext vormden een waardevolle basis voor een open gesprek over de toekomst van de Europese handelspolitiek.
Lees meer artikels over:
