Nieuws • 29 januari 2026

Hernieuwde ambities op de North Sea Summit (Hamburg)

Afgelopen maandag vond in Hamburg de North Sea Summit plaats. Regeringsleiders van de Noordzeelanden herbevestigden daar samen met de offshorewindindustrie en de netbeheerders de ambitie om van de Noordzee de groene elektriciteitsfabriek van Europa te maken.

Voor ons land tekenden eerste minister Bart de Wever en minister Annelies Verlinden, bevoegd voor de Noordzee, present. Verschillende verklaringen en engagementen werden ondertekend met hun tegenhangers uit andere landen die de Noordzee omsluiten (Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk). De engagementen werden voorbereid binnen de North Seas Energy Cooperation (NSEC), een structureel samenwerkingsverband tussen diezelfde landen (uitgezonderd het VK), opgericht om het potentieel van windenergie in de Noordzee maximaal te benutten. 

Tripartiete samenwerking

De meest opvallende uitkomst is het ‘Joint Offshore Wind Investment Pact for the North Seas’, waarin engagementen van overheden, elektriciteitsnetbeheerders en de windindustrie samenkomen. De deelnemende overheden onderschrijven daarin de overkoepelende doelstelling die in Oostende (2023) werd geformuleerd in de ‘Ostend Declaration’: 300 gigawatt offshorewindproductiecapaciteit in de Noordzee tegen 2050. Een derde daarvan moet komen uit samenwerkingsprojecten tussen de verschillende Noordzeelanden die voor de regio de meeste voordelen opleveren in termen van het verlagen van de systeemkosten.

In hetzelfde document engageert de offshorewindindustrie zich er op haar beurt toe 1.000 miljard euro te mobiliseren, en de kost van elektriciteit opgewekt in de Noordzee met 30% terug te dringen tegen 2040.  

Ten derde geeft de Offshore TSO Collaboration (OTC), een samenwerkingsverband tussen de netbeheerders van de Noordzeelanden, aan samen projecten in de Noordzeeregio te identificeren die moeten toelaten de grote elektriciteitsproductie op de meest kosteneffectieve en efficiënte manier aan land te brengen.

Bijkomende investeringen in offshore windenergie zijn een noodzaak.

Autonomie en competitiviteit

De afgelopen periode werden in meerdere landen aanbestedingen voor nieuwe offshore-windturbineparken gelanceerd zonder succes. De redenen lopen uiteen: van oplopende materiaalkosten, tot vraagtekens over de toekomstige vraag naar elektriciteit en onzekere elektriciteitsprijzen.

Bijkomende investeringen in offshorewindenergie zijn in het licht van de elektrificatie van onze economie en voor onze bevoorradingszekerheid nochtans een noodzaak. Daarbij gaat – terecht – steeds meer aandacht naar de energieonafhankelijkheid. Bijkomende eigen productiecapaciteit moet ervoor zorgen dat we in de toekomst minder kwetsbaar zijn voor de ‘weaponisation of energy’1, zoals door Rusland in praktijk gebracht na de inval in Oekraïne.

Daarnaast moeten de projecten bijdragen aan competitievere elektriciteitsprijzen in Europa. Daarom zal het belangrijk zijn te blijven waken over de kostprijs van de projecten. Die kosten worden namelijk hoe dan ook op de consument – gezinnen en bedrijven – verhaald.

Belangrijk is nu dat op korte termijn concrete stappen worden ondernomen om de ambities waar te maken. Wat België betreft te beginnen bij de lancering van de aanbesteding voor de Prinses Elisabeth Zone 1.

  1. 1. Het bewust gebruiken van energie (zoals gas, olie, elektriciteit) om druk uit te oefenen op een ander land of partij. ↩︎

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Maarten Van Eeckhoute
Competentiecentrum Energie, Klimaat & Mobiliteit