Nieuws • 13 mei 2025

Return to work − Responsabiliseren, sensibiliseren en preventie bevorderen

De sociale partners hebben zich binnen de Nationale Arbeidsraad (NAR) uitgesproken over de plannen van de regering rond arbeidsongeschiktheid en re-integratie. Ze pleiten sterk voor maatregelen om alle betrokken actoren bij de kwestie van langdurig zieken bewust te maken van hun rol, hen aan te moedigen tot samenwerking, hun verantwoordelijkheid te doen opnemen voor het zoeken naar oplossingen en voldoende inspanningen te leveren.

De sociale partners zijn voorstander van een positieve, multidisciplinaire, geïntegreerde, globale, dynamische en participatieve aanpak die de verschillende actoren aanspoort tot re-integratie door middel van passende begeleiding, informatie, bewustmaking en middelen. Die aanpak is de rode draad in de vele adviezen en aanbevelingen die de NAR al heeft uitgebracht over de terugkeer van arbeidsongeschikte personen naar werk.

Voor de sociale partners is het ook belangrijk dat werkgevers en werknemers worden aangemoedigd om preventieve maatregelen te nemen, om zo vroeg mogelijk in te spelen op de mogelijke oorzaken van arbeidsongeschiktheid en op die manier arbeidsongeschiktheid en de instroom in invaliditeit te voorkomen. Die preventie moet ook het resultaat zijn van acties op het gebied van de volksgezondheid.

Behoud van contact met arbeidsongeschikte werknemers

De NAR steunt het beginsel van het behoud van contact met arbeidsongeschikte werknemers zoals opgenomen in het ontwerp van programmawet.

Daarnaast is de responsabilisering van artsen net zo belangrijk als die van andere actoren zoals werknemers, hun werkgevers en de ziekenfondsen. Het is van cruciaal belang dat zij hun verantwoordelijkheid nemen in de problematiek van de langdurig zieken.

In dat verband merken de sociale partners echter op dat er op dit moment nog geen concrete, specifieke maatregelen voor die responsabilisering zijn. De sociale partners zullen dus aandacht blijven hebben voor de concrete responsabilisering van de artsen.

In het bijzonder met betrekking tot de solidariteitsbijdrage voor arbeidsongeschikte werknemers die werken voor werkgevers die meer dan 50 werknemers tewerkstellen, vrezen zij dat die bijdrage “weinig of geen positieve invloed zal hebben op het gedrag van de werkgevers, temeer omdat er geen enkele positieve stimulans wordt gegeven om preventie en re-integratie te bevorderen, in tegenstelling tot wat in het regeerakkoord wordt bepleit”.

De werkgever moet die bijdrage bovendien betalen vanaf de vijfde arbeidsongeschiktheidsweek, dat wil zeggen op een moment dat hij niet in staat is om op een zinvolle manier te handelen.

Bovendien vergen goede re-integratiemaatregelen tijd. De NAR dringt er daarom op aan dat, indien de solidariteitsbijdrage gehandhaafd blijft, ze later wordt toegepast tijdens de arbeidsongeschiktheidsperiode, vanaf het moment dat de werkgever de kans had om concreet te handelen en voldoende tijd kreeg om maatregelen te nemen.

Tot slot roept de NAR ook op tot een evenwichtige en gelijktijdige responsabilisering van alle actoren en een evaluatie van het nieuwe systeem na twee jaar toepassing ervan.

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Catherine Vermeersch
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid
Kris De Meester
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid
David Rozenblum
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid