Nieuws • 28 oktober 2026

Individuele annualisering: oproep voor een snel inzetbaar en volwaardig instrument

In uitvoering van het regeerakkoord wil de regering de ‘individuele annualisering’ van de arbeidstijd invoeren. Daarbij kunnen werkgever en werknemer in onderling akkoord overeenkomen om de arbeidstijd flexibeler over het jaar te spreiden, door in bepaalde periodes meer en in andere periodes minder te werken, met behoud van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis.

In het advies van de Nationale Arbeidsraad van 27 oktober verwelkomt het VBO, samen met de andere werkgeversorganisaties, dit initiatief als een belangrijke stap naar een flexibelere arbeidsmarkt. Tegelijk waarschuwen ze dat zware formaliteiten en verplichtingen de flexibiliteit van dit op een individueel akkoord gebaseerd regime dreigen te ondergraven.

Meer maatwerk voor onderneming én werknemer

Het grote voordeel van het nieuwe regime voor de ondernemingen is dat ze hun arbeidsvolumes beter zullen kunnen afstemmen op zowel voorspelbare piek- en dalperiodes als op onverwachte schommelingen in de activiteiten, door in drukke periodes meer en in rustigere periodes minder te laten werken. Op die manier kan ook de nood aan tijdelijke werkloosheid tijdens de rustigere periodes worden verminderd, wat de werknemers ook ten goede komt, die daardoor minder zullen terugvallen op een tijdelijke werkloosheidsuitkering.

Voor werknemers biedt het regime meer ruimte om hun arbeidstijd, in onderling akkoord met de werkgever, af te stemmen op hun persoonlijke situatie en werk-privébalans. Daarbij behouden ze het hele jaar door een vast maandelijks loon, ook in de periodes dat ze minder werken. Als er toch buiten de toepasselijke roosters moet worden gewerkt, blijven de regels rond overuren gelden. De regeling heeft dan ook geen impact op de koopkracht. 

Individuele annualisering moet een eenvoudig en volwaardig instrument zijn, gebaseerd op wederzijds akkoord.

Eenvoudige invoeringsprocedures

Het VBO plaatst vraagtekens bij de bijkomende voorwaarden en formaliteiten die na de eerste lezing in de ministerraad werden toegevoegd. Die dreigen de invoering van het systeem aanzienlijk te vertragen en de administratieve lasten te verhogen, zonder dat daar een aantoonbare meerwaarde tegenover staat.

Zo moet de werkgever vóór de eerste toepassing in de onderneming bijkomende informatieverplichtingen vervullen, alternatieve arbeidsregelingen onderzoeken en daarvan een verslag opstellen. De toegang tot het regime wordt bovendien beperkt tot deeltijdse werknemers die minstens halftijds werken. Ook de verplichte procedure tot wijziging van het arbeidsreglement kan de toepassing vertragen of zelfs blokkeren. Daarnaast kan individuele annualisering bij sectorale cao worden uitgesloten, waardoor de toegang afhankelijk dreigt te worden van het paritair comité. Tot slot worden de bewaartermijnen voor de overeenkomst en de uurroosters zonder afdoende motivering verlengd van één naar vijf jaar.

Het VBO vraagt daarom, samen met de andere werkgeversorganisaties, om de toegevoegde verplichtingen en administratieve lasten te herbekijken, zodat individuele annualisering een volwaardig, eenvoudig en snel inzetbaar instrument wordt waarmee werkgever en werknemer hun arbeidsorganisatie in onderling akkoord beter kunnen afstemmen op hun wederzijdse behoeften.

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Sandra Coenegrachts
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid