Wie hoopt op een opinie over De Slimste Mens is eraan voor de moeite. Het gaat hier over iets minder ontspannends, maar des te bepalender: ‘pay transparency’ en ‘stop the clock’! Wie wil er nu op de pauzeknop drukken bij een richtlijn die gendergelijkheid en gelijke beloning wil bevorderen? Wij! Een ‘stop the clock’ impliceert niet dat de doelstelling van de richtlijn of de richtlijn zelf verdwijnt, maar wel dat de omzettingsdeadline van 7 juni 2026 met twee jaar wordt gepauzeerd. De bedoeling is om de loontransparantierichtlijn inhoudelijk te herwerken tot wat ze hoort te zijn: doeltreffend en werkbaar.
Als gelijkheid eenheidsworst wordt
Perfect uitgewerkte sociale rechten op papier die in de praktijk niet werken, leveren geen vooruitgang op. Zeker niet als ze onderweg ook nog eens een hoop ongewenste neveneffecten veroorzaken. Denk maar aan de uitholling van het principe ‘verlonen naar prestatie’ en de verdwijnende of nog minimale loononderhandelingen. Differentiatie tussen werknemers zal plaatsmaken voor vermijding. Wat zal overblijven is een eenheidsworst: veilig voor werkgevers, maar weinig stimulerend voor werknemers. Gelijkheid door (loon)nivellering en -stagnatie. Competitiviteit als collaterale schade. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Toch is dat precies waar de loontransparantierichtlijn vandaag op afstevent. Wat bedoeld is als een duw richting meer gelijkheid, dreigt te eindigen als een verplicht ritueel. Formulieren invullen, vakjes aankruisen, rapporten maken. Veel administratie, weinig gewenste impact. Integendeel, zelfs veel ongewenste impact. Niemand betwist het doel van de richtlijn. Gelijk loon voor gelijkwaardig werk tussen vrouwen en mannen is terecht en nodig. Al mag gezegd worden dat de richtlijn opvallend weinig oog heeft voor het feit dat er meer genders bestaan dan enkel vrouwen en mannen. Maar los daarvan zit het probleem niet in de ambitie, wel in de uitwerking.
De verdedigingsreflex
In plaats van ondernemingen aan te moedigen om werk te maken van échte gelijkheid, jaagt de richtlijn hen een verdedigingsreflex aan. Alles moet worden vastgelegd want alles moet kunnen worden gerechtvaardigd. Alles moet worden bewezen. Niet alleen waar er een probleem is, maar ook waar er geen is. En precies daar wringt het. Zelfs als loonverschillen correct en verdedigbaar zijn, wordt het steeds moeilijker en risicovoller om dat ook aan te tonen. Administratieve verplichtingen worden zo financiële risico’s. En zelfs als de richtlijn niet oplegt om bepaalde zaken bij te houden, zal de praktijk dat toch vereisen omdat een werknemer altijd informatie kan opvragen en een rechtvaardiging voor een eventueel (gerechtvaardigd) loonverschil kan eisen.
Zelfs Zweden zegt vandaag: zo niet! Net het land dat vaak als moreel kompas geldt op het vlak van gendergelijkheid, schuift de omzetting van de loontransparantierichtlijn voor zich uit.
Belgische frustratie
Niemand heeft zin in procedures, sancties of eindeloze discussies (tenzij ze er geld uit kunnen slaan). Voor werkgevers geldt: voorzichtigheid primeert. Inhoud verdwijnt naar de achtergrond. Wat overblijft is compliance om de compliance. En dat terwijl de loonkloof in België volgens Eurostat amper 0,7% bedraagt, tegenover een Europees gemiddelde van ongeveer 12%. De frustratie is dan ook des te groter: precies in een land waar het systeem al werkt, dreigt extra regelgeving vooral extra lasten en extra risico’s te creëren.
Europese noodkreet
Zelfs Zweden zegt vandaag: zo niet! Wie dat wegzet als een klassieke werkgeversreflex, kijkt bewust weg. Net het land dat vaak als moreel kompas geldt op het vlak van gendergelijkheid, schuift de omzetting van de loontransparantierichtlijn voor zich uit zolang ze niet wordt herwerkt. De reden ligt bij een uitwerking die te complex, te administratief en contraproductief is. Ook BusinessEurope, de Europese koepel die alle VBO’s van Europa vertegenwoordigt, pleit al langer voor een ‘stop the clock’ en een grondige bijsturing, met het oog op regels die werken in de praktijk, aansluiten bij nationale systemen en ruimte laten voor sociale dialoog. Het debat draait rond de kwaliteit en de haalbaarheid van sociale rechten. Het gelijkheidsbeginsel bestaat al sinds de vorige eeuw en aan dat beginsel twijfelt niemand. De uitdaging bestaat er vandaag in dat principe écht te versterken, binnen een Europa dat zelf eenvoudiger en slimmer wil reguleren. Als die ambitie ergens telt, dan hier!
Hoe tegenstrijdig het dus ook klinkt, soms moet je op pauze drukken om later beter vooruit te kunnen. Net zoals blaffende honden niet bijten, brullen papieren tijgers evenmin. Ze maken indruk op papier, maar op de werkvloer blijft het stil. Sociale rechten versterken begint met ze werkbaar te maken.
Lees meer artikels over:

