De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW) heeft een verslag gepubliceerd over de transitie naar een groenere arbeidsmarkt. De HRW vraagt zich af of de Belgische arbeidsmarkt klaar is om de groene transitie te begeleiden of te ondersteunen.
Jobs
De ecologische transitie en de decarbonisatie staan centraal in de toekomst van de economische activiteit en vormen voor het voortbestaan van met name de industriële activiteit een voorwaarde. Er ontstaan talrijke jobs in sectoren die gespecialiseerd zijn in milieugoederen en -diensten. Ondanks een aanzienlijke groei in de afgelopen tien jaar kon België in de milieusector echter geen hoge of significante groei van de werkgelegenheid optekenen in vergelijking met andere Europese landen. De werkgelegenheidsgraad is er in overeenstemming met het Europese gemiddelde, maar lager dan in de noordse landen.
Het behoud van het concurrentievermogen in emissie-intensieve sectoren hangt rechtstreeks samen met de ontwikkeling van vaardigheden en beroepen. Als de werkgelegenheidssamenstelling niet verandert, zou een ‘abrupte’ transitie kunnen leiden tot een daling van het aantal jobs dat gekoppeld is aan de Belgische uitvoer.
Vaardigheidsprofielen
Voor beroepen in emissie-intensieve sectoren en voor ‘milieu’-jobs zijn vaak technische profielen nodig, maar die vereisen niet automatisch een hoog opleidingsniveau. Er worden namelijk veel kortgeschoolde profielen gezocht voor knelpuntberoepen.
Paradoxaal genoeg is het opleidingsaanbod zeer divers op het vlak van locaties, thema’s, vereiste niveaus en loopbaanmogelijkheden. Het aanbod is toegankelijk voor zowel werkzoekenden als werknemers die hun milieu- of energiekennis willen bijschaven. Verschillende opleidingen geven bovendien toegang tot knelpuntberoepen. Werkzoekenden die dergelijke opleidingen volgen, komen in aanmerking voor verschillende, vooral financiële, voordelen.
De Raad wijst er echter op dat dat opleidingsaanbod, ondanks de voordelen en loopbaanmogelijkheden die ermee gepaard gaan, “weinig wordt benut”.
Focus op enkele aanbevelingen van de HRW
- Arbeidsmarkt betrekken bij het klimaatbeleid
Het opvoeren van de inspanningen om de uitstoot te verminderen moet worden aangemoedigd en tegelijkertijd moet de werkgelegenheid worden beschermd. Daartoe is een industriebeleid nodig dat een level playing field voor productieactiviteiten en een coherente aanpak tussen de verschillende beleidsterreinen en bevoegdheidsniveaus garandeert.
Er is ook behoefte aan ‘slimme’ mobilisatie van (zowel bestaande als potentiële) arbeidskrachten om de beoogde doelstellingen te bereiken. Beleidsinstrumenten moeten zodanig worden ingezet dat ze een blijvende en voorspelbare invloed hebben op de vraag naar arbeid. - Het klimaatthema ontwikkelen en STEM1-richtingen ondersteunen op alle niveaus van het onderwijs en de permanente opleiding
Concreet betekent dat: de kennis van leerlingen en studenten over milieukwesties vergroten, de efficiëntie van het overheidsbeleid gericht op de ontwikkeling van STEM-vaardigheden analyseren, jongeren bewustmaken van het verband tussen hun studiekeuze en hun beroepstraject, leerkrachten nog beter opleiden en voorbereiden, het onderwijs koppelen aan de realiteit op de arbeidsmarkt, permanente opleiding, ook met het oog op omscholing, aanpassen om transversaliteit en mobiliteit tussen sectoren te bevorderen.
Wat is de essentie en wat denkt het VBO?
Het VBO steunt de meeste bevindingen en aanbevelingen van de HRW. Om de transitie van onze economische activiteit te verwezenlijken hebben we nood aan de ontwikkeling van een echte opleidingscultuur (binnen de gehele bevolking, bij werknemers en in het kader van omscholingen), een opwaardering van technische vaardigheden en STEM-opleidingen, een goede afstemming tussen onderwijs en de behoeften op de arbeidsmarkt en de implementatie van belangrijke arbeidsmarkthervormingen om arbeidsmobiliteit te bevorderen.
- 1. STEM staat voor Science – Technology – Engineering – Mathematics ↩︎
Lees meer artikels over:

