Nieuws 26 augustus 2026

Arbeidsmobiliteit blijft in België te zwak

Arbeidsmobiliteit wordt vaak naar voren geschoven als een belangrijke hefboom voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Hoe scoort België voor arbeidsmobiliteit en de overgang naar werk? Welke resultaten boekt ons land en welke impact hebben die op de arbeidsmarkt?

Een werkgelegenheidsgraad van 72,8% begin 2026

De arbeidsmarkt blijft kampen met structurele uitdagingen die wegen op de werkgelegenheidsgraad. Die stijgt wel, maar relatief traag. Begin 2026 had 72,8% van de 20- tot 64-jarigen een job, tegenover een Europees gemiddelde van 76,1%. Volgens de recentste vooruitzichten van het Federaal Planbureau stijgt dat aandeel tegen 2031 tot 74,8%, maar daarmee blijft België nog ver verwijderd van de doelstelling van 80% die het zichzelf heeft opgelegd. Onze arbeidsmarkt krijgt, net als die van andere landen, te maken met de vergrijzing en de digitale en groene transitie, die de evenwichten hertekenen. Om de werkgelegenheidsgraad verder op te krikken, moeten we alle arbeidskrachten activeren, mensen aanmoedigen om langer effectief aan het werk te blijven en de uittredeleeftijd verhogen.

De arbeidsmobiliteit in België blijft steken op 6,6%, terwijl het gemiddelde van de OESO-landen 9,9% bedraagt.

Arbeidsmobiliteit te zwak

In een thematisch verslag wijst de OESO op de beperkte arbeidsmobiliteit in België (6,6%) tegenover het OESO-gemiddelde (9,9%). In Zweden loopt dat percentage bijvoorbeeld op tot 23,8%, in het Verenigd Koninkrijk bedraagt het 14,8%. De OESO herinnert aan het belang van meer arbeidsmobiliteit om meer mensen langer aan het werk te houden. Die mobiliteit ondersteunt bovendien de economische groei, verhoogt de productiviteit en draagt bij aan houdbare overheidsfinanciën. Jongere werknemers wisselen doorgaans vaker van job dan meer ervaren collega’s, al blijft België ook voor die groep relatief zwak presteren.

Oorzaken?

De OESO wijst onder meer op de rigiditeit van onze arbeidsmarkt. De sterke arbeidsbescherming stimuleert werknemers niet om van job te veranderen. Met de uitvoering van het regeerakkoord van 2025 werden de opzeggingstermijnen wel aangepast, met onder meer een plafonnering bij ontslag. Daarnaast blijft ook de geografische en interregionale mobiliteit ontoereikend.

Te weinig doorstroming naar werk

Ook de overstap van werkloosheid of inactiviteit naar werk verloopt in België moeizaam. Tussen het eerste kwartaal van 2025 en het eerste kwartaal van 2026 vond 35% van de werkzoekenden opnieuw een job. Bij de inactieven maakte slechts 7,9% de overstap naar werk. België moet die overgangen sterker ondersteunen en aanmoedigen. De hervormingen die de duur van de werkloosheidsuitkeringen beperken en de hervormingen in het stelsel van ziekte en invaliditeit vormen alvast een eerste stap in de goede richting. De OESO benadrukt daarnaast dat het belangrijk is om drempels naar werk weg te nemen en de financiële en andere prikkels om deel te nemen aan de arbeidsmarkt verder te versterken.

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Alice Defauw
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid
This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.