Nieuws • 19 augustus 2026

Geef de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, de tijd die ze verdient

Een paar weken geleden schreef Pieter Blomme in de Tijd dat de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen misschien wel symbolisch belangrijk is, maar dat ze geen grote besparing zal vormen. Ik ben het fundamenteel oneens met het eerste: deze maatregel is veel meer dan een symbool. En de budgettaire impact is allerminst klein.

Mee verantwoordelijk voor onze lage werkgelegenheidsgraad 

De beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen behoort voor mij tot de vijf meest cruciale structurele hervormingen die de Belgische economie dringend nodig had. Werkloosheidsuitkeringen die onbeperkt in de tijd konden doorlopen, tot gelijke opbouw van sociale rechten leidden en ook nog toegang gaven tot heel wat sociale voordelen en gunsttarieven, waren een van de meest flagrante werkontradende en demotiverende prikkels in onze economie en mee verantwoordelijk voor de lage werkgelegenheidsgraad in ons land.

Daar kwam nog bij dat die onbeperkt doorlopende uitkeringen niet gepaard gingen met enige middelencontrole, waardoor zij konden dienen als een permanente aanvulling op een ander inkomen van een partner, familie en/of zwartwerk. Dat zette dan ook het gevoel van eerlijkheid en solidariteit bij alle andere werkenden stevig onder druk. De beperking tot twee jaar blijft dus een buitengewoon belangrijke maatregel, met positieve gevolgen voor de arbeidsmarkt en economische groei, maar ook voor het welbevinden van de tienduizenden mensen die hopelijk binnenkort een fijne job vinden.

Nuance achter de cijfers en bemoedigende signalen

Dan de stelling dat de impact tegenvalt gezien de hoge uitstroomcijfers richting OCMW’s (44%) en langdurige ziekte (9%) en de beperkte doorstroom naar werk (10%). Die cijfers voor de eerste 100.000 werklozen waarvan de uitkering is stopgezet, verdienen nuance en bevatten ook enkele lichtpunten.

Ten eerste vroeg 53% van de voormalige werklozen wel een leefloon, maar kreeg slechts 44% het effectief. De middelencontrole bij het OCMW werkt dus wel degelijk, wat meteen ook toont dat er in het verleden middelen werden verkwanseld aan mensen die ze niet echt nodig hadden.

Bovendien gaat het hier grotendeels om de moeilijkste groep: mensen die al meer dan acht, soms zelfs meer dan 20 jaar werkloos zijn. Dat 44% van hen naar het OCMW doorstroomt, valt eigenlijk nog goed mee. En de meeste OCMW’s duwen ook nog richting re-integratie op arbeidsmarkt.

De groep die twee tot acht jaar werkloos was, verloor haar uitkering pas sinds april – kort dag om al een nieuwe job gevonden te hebben, zeker gezien de arbeidsmarktomstandigheden. Door de zwakke conjunctuur, de Iran-crisis en de loonkostenontsporing viel de jobcreatie in de privésector in de eerste helft van 2026 zo goed als stil. Zelfs de vraag naar interimarbeid daalt.

In die omstandigheden vallen die eerste cijfers zeker niet tegen. Dit is geen sprint, maar een marathon. Een goede evaluatie kan je pas doen over twee à drie jaar, tegen het einde van de legislatuur. Tegen dan blijft het doel – een derde richting een job, een derde richting OCMW en een derde dat uit het uitkeringsstatuut verdwijnt – zeker mogelijk.

De eerste cijfers van de hervorming van de werkloosheid zijn allesbehalve teleurstellend. Ondanks de moeilijke economische context zijn de budgettaire effecten nu al aanzienlijk.

Nu al aanzienlijke budgettaire opbrengsten 

Zelfs mocht het hierbij blijven (wat we niet verwachten, want de jobcreatie kan verbeteren in 2027-2028), is de budgettaire opbrengst nu al aanzienlijk:

  • 47% van de 99.000 gestopte uitkeringen valt vandaag al niet in een nieuw uitkeringsregime: 730 miljoen euro besparing.
  • 10% vindt werk: 193 miljoen euro extra inkomsten via belastingen en sociale bijdragen.
  • Het leefloon van de 44% OCMW-overstappers ligt gemiddeld lager dan de vroegere werkloosheidsuitkering (hypothese: 15% lager): 102 miljoen euro besparing.

Zo komen we, met deze voorlopige cijfers, al aan minstens 1 miljard euro, oplopend richting 2 à 2,5 miljard euro als we een derde van de 180.000 langdurig werklozen aan de slag krijgen. Dat noem ik een grote en belangrijke besparing.

Onze media pleiten al jaren terecht voor drastische structurele hervormingen. Nu die er komen, moeten we ze even de tijd geven om hun impact ten volle te tonen. Minimaliseren of defaitisme na drie maanden zijn niet echt op hun plaats.

Een marathon, geen sprint: laat de hervorming haar werk doen 

Laat ons liever samen (werkzoekenden, arbeidsbemiddelingsdiensten, OCMW’s, werkgevers, interimkantoren, overheidsdiensten en media) al het mogelijke doen om zoveel mogelijk voormalig werklozen terug in het reguliere arbeidscircuit aan de slag te krijgen. Daar varen we allemaal wel bij.

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Edward Roosens
Competentiecentrum Digitaal & Innovatief Ondernemen