Nieuws • 15 september 2026

Hervorming recht op werkloosheidsuitkeringen ‒ Grondwettelijk Hof bekrachtigt politieke beslissingen

Het Grondwettelijk Hof heeft zich uitgesproken over verschillende beroepen tegen de wet die het recht op werkloosheidsuitkeringen hervormt. In zijn arrest van 10 september 2026 verwerpt het die beroepen grotendeels. Alleen de zogenoemde ‘overgangsregeling’ moet worden aangepast. Het Hof bevestigt bijgevolg de juridische en grondwettelijke geldigheid van die voor de Belgische arbeidsmarkt noodzakelijke hervorming.

De hervorming van het recht op werkloosheidsuitkeringen, met name door de uitkeringen te beperken in de tijd, is een van de maatregelen die in het regeerakkoord werden aangekondigd.

Dat recht wordt voortaan toegekend voor een periode van maximaal 24 maanden, verdeeld over twee uitkeringsperiodes. Daarnaast opent de hervorming het recht op uitkeringen voor werknemers die in de loop van een referteperiode van 36 maanden 312 arbeidsdagen kunnen aantonen, verhoogt ze de loonplafonds voor de eerste uitkeringsperiode en voorziet ze in een sterkere degressiviteit in de daaropvolgende periodes. Ook de gebeurtenissen die aanleiding geven tot een verlenging van de referteperiode en van het recht op een uitkering worden herzien.

Die beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen geldt voor sommige werknemers echter niet, zoals voor werknemers die de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt en een voldoende beroepsverleden kunnen bewijzen.

Ook de regeling voor inschakelingsuitkeringen voor jonge werkzoekenden wordt hervormd.

Beroepen op basis van gelijkheid en standstill

De hervorming werd door een groot aantal verenigingen, vakbonden, ziekenfondsen en particulieren voor het Grondwettelijk Hof aangevochten. De aangevoerde argumenten steunden voornamelijk op de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en op het grondwettelijke beginsel dat eenieder “het recht heeft een menswaardig leven te leiden”, dat aan de basis ligt van de zogenoemde standstillverplichting met betrekking tot het recht op sociale zekerheid.

Na grondige analyse van alle onderdelen van de hervorming oordeelt het Hof dat – als gevolg van de hervorming – de mate van bescherming van het recht op sociale zekerheid weliswaar aanzienlijk achteruitgaat, maar dat die achteruitgang redelijk verantwoord is ten aanzien van de doelstellingen om de arbeidsparticipatie te verhogen en de houdbaarheid van het socialezekerheidsstelsel op lange termijn te waarborgen. De verschillende behandeling van bepaalde werknemers die niet onder de beperking van het recht op uitkeringen vallen, is niet discriminerend, net zoals het niet discriminerend is om werklozen verschillend te behandelen naargelang het soort opleiding dat zij hebben gevolgd. Ook de verkorting van de uitkeringsperiode voor inschakelingsuitkeringen is redelijk verantwoord.

Het Hof is echter van oordeel dat het artikel dat de zogenoemde ‘overgangsperiode’ regelt voor personen die al een werkloosheidsuitkering ontvangen, moet worden vernietigd, aangezien de duur van hun recht op uitkeringen korter is dan de twaalf maanden die in principe voortvloeien uit de nieuwe algemene regeling.

Kortom, het arrest bekrachtigt het regelgevingskader waarmee de politieke beslissing om het stelsel van werkloosheidsuitkeringen in België te hervormen ten uitvoer wordt gelegd vrijwel volledig. De hervorming doet geen afbreuk aan de fundamentele beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie, noch aan het standstillbeginsel.

VBO: hervormen, maar ook begeleiden

Het VBO is verheugd over die gerechtelijke uitspraak, die niet alleen de moedige en noodzakelijke keuze om te hervormen bekrachtigt, maar ook aantoont dat de werkloosheidshervorming goed is uitgevoerd. Het VBO herinnert er bovendien aan dat het al lange tijd oproept tot die noodzakelijke hervorming. Zo krijgt het stelsel opnieuw zijn verzekeringskarakter en wordt de houdbaarheid ervan, in een bijzonder moeilijke budgettaire context, gewaarborgd.

Het Grondwettelijk Hof bekrachtigt het regelgevingskader waarmee de politieke beslissing om het stelsel van werkloosheidsuitkeringen in België te hervormen ten uitvoer wordt gelegd vrijwel volledig.

De beperking van het recht op werkloosheidsuitkeringen is echter geen doel op zich. Alleen door middel van een gepersonaliseerde en snelle begeleiding die tot verbintenissen leidt, kan ze daadwerkelijk bijdragen aan de activering van werkzoekenden.

De uitdaging bestaat er vandaag in om een echt competitiviteitspact tot stand te brengen tussen de federale overheid en de gewesten, om die begeleiding te intensiveren en te voorkomen dat de druk van het werkloosheidsstelsel verschuift naar andere regelingen (sociale bijstand, ziekte …).

> Het persbericht over het arrest van het Grondwettelijk Hof

Deel deze pagina:
Over de auteurs
David Rozenblum
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid