Zelden stonden de Belgische overheidsfinanciën onder zo veel druk. De snelle opeenvolging van crises – de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne – heeft, in combinatie met de onderliggende vergrijzingstrend, het tekort blijvend vergroot en de staatsschuld verzwaard. Bij die factoren komen vandaag nog de nieuwe financieringsvereisten, met name op het vlak van defensie, met als doel de NAVO-norm van 2% van het bbp te bereiken. Tegen die gespannen achtergrond moest België in maart voor het eerst zijn begrotingsplan voor de middellange termijn presenteren als onderdeel van het onlangs herziene pact voor Europees begrotingstoezicht.
Volgens de nieuwe regels moet elke lidstaat een meerjarig traject vaststellen voor de groei van zijn netto-uitgaven, vergezeld van een duidelijke toelichting over de geplande structurele hervormingen die moeten verzekeren dat dat pad wordt gevolgd. Op 18 maart diende ons land dit traject in, waarin het zich ertoe verbindt om de groei van zijn netto-uitgaven tot 2031 te beperken tot gemiddeld 2,5% per jaar. Indien die koers wordt gevolgd, zou het overheidstekort tegen 2029 onder de 3% van het bbp komen te liggen. Om daartoe te komen, plant de regering een aantal belangrijke hervormingen, zoals het beperken van de werkloosheidsuitkeringen tot twee jaar en het gelijk trekken van de voorwaarden voor vervroegde uittreding.
De Europese Commissie keurde in haar advies van 21 mei het Belgische plan goed, maar maakte wel enkele kanttekeningen. Net als het Rekenhof uitte ze twijfels over de degelijkheid van verschillende belangrijke hypotheses, met name die met betrekking tot de werkgelegenheidsgraad en de verwachte terugverdieneffecten. Door de combinatie van de ambitieuze doelstelling om tegen 2030 een werkgelegenheidsgraad van 80% te bereiken en bepaalde methodologische problemen, plaatst de Commissie vraagtekens bij de werkelijke omvang van die beoogde terugverdieneffecten. Daarnaast wees de Commissie erop dat de begrotingsinspanning wel bijzonder ‘backloaded’1 is en wierp ze ook de risico’s op die verbonden zijn aan onvoldoende coördinatie tussen de beleidsniveaus, twee aspecten die het welslagen van de begrotingsaanpassing kunnen ondergraven.
Dat welslagen is des te onzekerder omdat de late regeringsvorming de uitvoering van de noodzakelijke maatregelen heeft vertraagd. Hoewel in het plan werd voorzien dat de netto-uitgaven in 2025 met maar 3,6% zouden stijgen, wijzen de eerste voorspellingen nu op 4,1%. Tegelijkertijd zou het overheidstekort, aanvankelijk geraamd op -4,7% van het bbp, uiteindelijk kunnen uitkomen op -5,5%, ofwel bijna 34 miljard euro, een hoog startpunt dat het moeilijker zal maken om het traject te halen.
De aangekondigde hervormingen van de regering gaan echter in de goede richting en het is normaal dat de gevolgen daarvan niet onmiddellijk zichtbaar zijn. Maar om het tekort en de schuld op een duurzaam spoor te houden, zullen die inspanningen niet alleen moeten worden voortgezet, maar hoogstwaarschijnlijk ook moeten worden versterkt. De evolutie van de werkgelegenheidsgraad zal daarbij een centrale rol spelen. Een reële en duurzame verbetering van de arbeidsmarktactiviteit zal grotendeels bepalend zijn voor het succes van de begrotingsaanpassing en zal de duurzaamheid en welvaart van ons economisch en sociaal model waarborgen.
- 1. De term ‘backloaded’ verwijst naar een begrotingsaanpassingsprofiel waarvan de voornaamste inspanning aan het einde van de periode plaatsvindt. ↩︎
Lees meer artikels over:
