Hoe hoger het begrotingstekort, hoe hoger de overheidsschuld. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de interestlasten en hoe kleiner de kansen op groei. En hoe groter het risico op budgettaire en politieke instabiliteit. Dat is geen voorspelling, maar een vaststelling.
De vraag is dus niet óf België moet ingrijpen, maar hoe. Wie denkt dat we ons uit deze situatie kunnen saneren met een lineaire besparingsronde of nieuwe belastingen, vergist zich. Zonder groei valt er niets te verdelen. Daarom vijf to do’s die het verschil kunnen maken en die ministers de komende cruciale maanden boven hun bed moeten hangen.
1. Zet de economie opnieuw centraal
Alle welvaart begint bij de toegevoegde waarde die ondernemingen creëren. Daaruit worden lonen betaald, investeringen gefinancierd en belastingen geïnd. Zonder sterke bedrijven geen sterke overheid. Dat vraagt een fundamentele mentaliteitswijziging. De overheid bestaat niet naast de economie, maar dankzij de economie. Haar eerste opdracht moet dan ook zijn om ondernemerschap, investeringen en competitiviteit maximaal te ondersteunen.
2. Maak van competitiviteit een nationale prioriteit
België hoeft niet altijd nieuwe plannen uit te vinden. Veel winst zit in het wegwerken van wat groei vandaag afremt. Administratieve vereenvoudiging is daar het meest voor de hand liggende voorbeeld van. Stop met extra regels op bestaande Europese regelgeving te stapelen. Geen gold-plating meer – ook niet een klein beetje. Punt. En stop met maatregelen die bedrijven extra kosten opleggen zonder economische meerwaarde te creëren. Meer formulieren, meer rapportage en meer administratieve lasten creëren geen jobs, geen export en geen groei. Wel frustratie en concurrentienadelen.
3. Stop de kannibalisering van private jobs
Sinds 2000 groeide de werkgelegenheid in de publieke sector meer dan dubbel zo snel als in de privésector (+43,0% t.o.v. 19,4%). Dat is budgettair onhoudbaar én economisch onverstandig. Elke extra medewerker die de overheid aantrekt, is een medewerker minder voor ondernemingen die vandaag al kampen met een tekort aan talent. Daarom pleit ik voor een tewerkstellingsnorm voor de overheid: de publieke werkgelegenheid mag niet sneller groeien dan de private. Efficiënter organiseren moet de regel worden, niet automatisch extra aanwerven.
4. Mobiliseer spaargeld voor investeringen
Belgen beschikken over enorme spaargelden (302 miljard euro!). De banksector speelt al een belangrijke rol in het omzetten van kapitaal richting duurzame investeringen. Maar een deel blijft nog onaangeroerd op rekeningen staan en zou actiever richting ondernemerschap kunnen worden gemobiliseerd. Zo hebben ondernemingen kapitaal nodig om te investeren in digitalisering, innovatie en de klimaattransitie. De wet Cooreman-De Clercq bewees ooit dat slimme fiscale stimuli privéspaargeld kunnen omzetten in productieve investeringen. Waarom niet een moderne variant lanceren van een formule die haar waarde heeft bewezen? Idem dito voor de notionele interestaftrek.
5. Belast groei niet weg
België behoort al tot de zwaarst belaste landen ter wereld. Nog meer belastingen zullen onze begrotingsproblemen niet oplossen. Alleen economische groei creëert duurzame inkomsten. Willen we onze sociale bescherming, defensie, zorg en andere maatschappelijke ambities blijven financieren, dan hebben we een groeistrategie nodig die minstens 1,5% economische groei mogelijk maakt, leert onze conjunctuuranalyse. De echte keuze voor beleidsmakers is niet tussen besparen of investeren. De echte keuze is tussen stilstand of groei.
Deze vijf to do’s vereisen een grondige mindshift. Er rest geen andere keuze. Het bobijntje van sparen en belasten is op. De concrete invulling van de vijf to do’s zal niet evident zijn. Het VBO werkt samen met zijn sectorfederaties aan een ambitieus groeiplan met tientallen concrete voorstellen. De tijd van studies, nieuwe werkgroepen en intentieverklaringen is voorbij. Wat België vandaag nodig heeft, is uitvoering. Nu.
Wie durft de handschoen opnemen?
Lees meer artikels over:
