Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) presenteert een Groeiplan met tien concrete quick wins die tegen 2029 de economische groei met 0,5% à 1% kunnen doen toenemen.
Dubbele negatieve spiraal dreigt
Nadat de inflatie richting de 4% is gekropen, klimt nu ook de rente boven de 4%. Daarnaast verliest België marktaandelen op de exportmarkten, en worden er nieuwe belastingen aangekondigd in wat het VBO “het meest belaste land ter wereld” noemt. Volgens het VBO dreigt daardoor een dubbele negatieve spiraal, zeker indien de (belasting)voorstellen van de voorbije weken zouden worden uitgevoerd.
In een eerste negatieve spiraal neemt de groei af, waardoor de belastinginkomsten onder druk komen te staan. Om dat te compenseren worden de belastingen verhoogd, helaas vaak voor ondernemingen en investeerders, wat de economische groei verder ondermijnt en de inkomsten verder doet dalen.
In een tweede negatieve spiraal stijgen de uitgaven sneller dan de inkomsten, waardoor de overheidsschuld toeneemt. Dat leidt tot stijgende rentelasten, die op hun beurt een groter deficit veroorzaken: België belandt zo stilaan in een zogenaamde rentesneeuwbal.
Volgens het VBO kunnen enkel gerichte uitgavenbesparingen, gecombineerd met een efficiënt groeiplan, dat tij keren. Als de overheid daarnaast stopt met het kannibaliseren van de arbeidsmarkt ten nadele van de private sector – haar belangrijkste financierder – zou dat het herstel bijkomend bevorderen.
Een concreet plan binnen het regeerakkoord
Het Groeiplan vereist geen herschrijving van het regeerakkoord: alles kan binnen de geest en de letter van het huidige akkoord blijven. Het plan maakt een onderscheid tussen de korte termijn (2027-2028) en de lange termijn (vanaf 2029 tot 2035/2040), en tussen quick wins, die nu onmiddellijk beslist moeten worden, en een strategische aanpak, waarbij nu procedureel alles op punt wordt gesteld om vanaf 2029-2030 uitrolbaar te worden en waarvan de vruchten dan in toenemende mate geplukt kunnen worden. Het plan is bewust werkbaar en concreet, eerder dan een verzameling ideeën of aanpakken.
Volgens het VBO is het begrotingsprobleem niet oplosbaar met extra belastingen (want we zijn al belastingkampioen), en evenmin met extra schulden. De oplossing voor dat probleem ligt vooral in een goede combinatie van groeimaatregelen (het Groeiplan met zijn quick wins) en uitgavenbesparingen.
De 10 quick wins
De komende maanden zullen cruciaal zijn om het elan richting groei te versterken. Vandaar dat het VBO tien krachtige groeimotoren op korte termijn voorstelt:
- 1. Een eerste quick win betreft de hervorming van de loonwet en het indexmechanisme, een opdracht die is toevertrouwd aan de sociale partners in de Groep van Tien.
- 2. Ten tweede vraagt het VBO dat er geen nieuwe belastingen op ondernemerschap worden ingevoerd. In het meest belaste land ter wereld staat elke nieuwe taks of verhoging van een bestaande belasting gelijk aan een afname van de economische groei.
- 3. Een derde punt gaat over de financieringsstroom richting bedrijven. Het VBO pleit voor:
- – Een moderne variant van de Cooreman-De Clercq-maatregel van begin jaren 80.
- – Een prudentieel kader dat toelaat om de beleggingen van verzekeringsfondsen meer op binnenlandse groei te richten.
- – Het behoud van de interne kredietbeoordelingssystemen van de banken ofwel het voorzien een kmo-rating in het kader van Bazel III.
- – Een extra bankentaks wijst het VBO daarbij expliciet af: elke 100 miljoen euro aan bankentaks zorgt volgens de organisatie voor 1,5 miljard euro verlies aan kredieten.
- 4. Ten vierde vraagt het VBO een daadwerkelijke administratieve vereenvoudiging, met concrete aandacht voor bijvoorbeeld de Pay Transparency-richtlijn (via het ‘stop the clock’-principe) en een vermindering van de rompslomp rond de UBO-verplichtingen. Vooral belangrijk daarbij is dat nieuwe rompslomp wordt vermeden, door de bewaking daarvan structureel in te bouwen in het besluitvormingsproces. Zoals er een Inspectie van Financiën bestaat die de overheidsbeslissingen financieel en budgettair tegen het licht houdt, zou er best ook een inspectie van administratieve vereenvoudiging opgericht worden die bindende adviezen kan uitbrengen over mogelijke extra Kafka die bepaalde beslissingen genereren.
- 5. Een vijfde quick win is een absoluut verbod op gold-plating, geen woorden maar daden, onder meer voor de Corporate Sustainability Reporting-richtlijn en de Corporate Sustainability Due Diligence-richtlijn en de verordening rond verpakkingsafval (PPWR).
- 6. Ten zesde moet de arbeidsmarkt verder geflexibiliseerd worden. Het VBO vraagt daarbij om verplichte tijdsregistratie niet in te voeren, maar wel de annualisering van de arbeidstijd, een vereenvoudiging van de overdadige en cumuleerbare ontslagbescherming, en uitzendarbeid van onbepaalde duur.
- 7. Een zevende punt is een halt aan de kannibalisering van de arbeidsmarkt door de overheid. De voorbije 25 jaar groeide de tewerkstelling bij de overheid met 40%, tegenover 20% in de private sector. Het VBO vraagt daarom een tewerkstellingsnorm, via een absolute wervingsstop voor de globale overheid tot 2029, waarbij binnen de overheid een flexibel en mobiel inzetbare pool wordt gecreëerd. Ook moet gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van AI om een groot aantal processen binnen de overheid sneller en efficiënter te laten verlopen (bv. beoordelen van aanvragen om uitkeringen of vergunningen, productie van statistieken, ondersteunende diensten …)
- 8. Ten achtste moet de afbraak van de O&O-steun stoppen. De bestaande systemen moeten behouden blijven, want ze zijn cruciaal voor de innovatieve en exportsectoren. “Slacht de kip met de gouden eieren niet”, klinkt het bij het VBO. Daarnaast moet de rol van Belspo en de fiscus worden uitgeklaard, en moeten nep-onderzoekers uit het systeem verdwijnen.
- 9. Een negende quick win is een forse versterking van het ’terug naar werk’-beleid. Het VBO vraagt om het TNW-fonds automatisch in te zetten, en om de adviserend arts beduidend sneller fysiek contact te laten opnemen met een arbeidsongeschikte werknemer dan pas tegen het einde van de vierde maand. Daarnaast moet ‘transitie’ worden ingevoerd als nieuw motief voor tijdelijke arbeid, en moeten drempels voor doelgroepen met de laagste werkzaamheidsgraad – vooral oudere personen en personen met een migratieachtergrond – gericht worden bestreden, met bijzondere aandacht voor interregionale arbeidsmobiliteit.
- 10. Tot slot, als tiende quick win, moet de energienorm effectief worden toegepast. Dat houdt in dat de tariefverlaging voor de grote industrieën moet worden doorgevoerd, de accijnzen moeten worden verlaagd en mechanismen zoals het CISAF of de compensatie van indirecte emissies moeten worden ingevoerd.
Daarnaast bevat het groeiplan ook nog vele handvatten voor hervormingen die best nu geïnitieerd worden om bijkomende groei vanaf 2029 te genereren. Dat moet de groei na de verkiezingen van 2029 aanhoudend verder versterken richting 2035.
Drie maanden politieke moed
Het Groeiplan is een concreet plan voor 2027-2028. De 10 quick wins zullen tegen 2029 de economische groei met 0,5% à 1,0% doen toenemen.
Het plan vergt drie maanden politieke moed: de quick wins kunnen tegen eind 2026 allemaal ingevoerd zijn, als er voldoende politieke moed en wil is. Volgens het VBO zullen ook de ratingbureaus een dergelijke aanpak positief onthalen, wat de rentespread zou doen afnemen.
Een dubbele negatieve spiraal ligt op de loer: minder groei zet de belastinginkomsten onder druk, hogere belastingen ondermijnen op hun beurt de groei verder. Enkel gerichte uitgavenbesparingen gecombineerd met een efficiënt groeiplan kunnen ons uit dat moeras trekken. Dit plan vergt drie maanden politieke moed. Onze quick wins – 10 krachtige groeimotoren – kunnen tegen eind 2026 allemaal ingevoerd zijn, als er voldoende politieke wil is”
Lees hier het hele Groeiplan.
Lees meer artikels over:

