De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW) publiceerde een verslag gewijd aan artificiële intelligentie en de Belgische arbeidsmarkt1. Dat brengt op basis van cijfers in kaart in welke mate bedrijven AI gebruiken en hoe werknemers die toepassingen inzetten. De HRW onderzoekt ook welke beroepen het meest blootstaan aan de impact van AI en geeft een reeks aanbevelingen over vaardigheden, governance en sociaal overleg.
Productiviteit en jobverlies?
Na te hebben aangetoond dat de economie steeds digitaler wordt, zet het rapport het gebruik van artificiële intelligentie in perspectief: in 2025 maakte bijna 35% van de Belgische bedrijven en 33% van de werknemers gebruik van AI. Wat vooral uit het verslag naar voren komt, is een duidelijk tekort aan digitale en AI‑vaardigheden.
De HRW blijft dus niet stilstaan bij de klassieke discussies rond AI (zoals productiviteit en jobverlies). Hij wijst wel op de verhoogde blootstelling van bepaalde categorieën bedrijven (kleine ondernemingen en bepaalde sectoren) en werknemers (jongeren en vrouwen) aan de technologie. De Raad is van mening dat conclusies snel achterhaald kunnen zijn, gezien de razendsnelle evolutie van artificiële intelligentie. Het tekort aan vaardigheden is daarentegen wel overduidelijk.
Het belang van initiële en voortgezette opleiding
Op basis van de cijfers rond AI-gebruik hoort België tot de Europese kopgroep, bij ondernemingen én bij werknemers. Onder dat positieve beeld gaat echter een andere realiteit schuil: de digitale vaardigheden van jongeren zijn “bijzonder slecht”, en de rest van de bevolking scoort ook maar matig. Dat is een stevige handicap voor een land dat nochtans tot de voorlopers in AI‑gebruik behoort.
Zo geeft 39% van de werknemers aan dat ze hun kennis of vaardigheden rond AI-tools en
-systemen verder moeten ontwikkelen voor hun job, maar volgde slechts 14% het afgelopen jaar een opleiding om die vaardigheden te versterken. Belgische werknemers nemen bovendien minder vaak deel aan voortgezette opleiding dan het Europese gemiddelde en AI-gerelateerde thema’s zijn vaak nog niet geïntegreerd in de bestaande vormingen. Onze jongeren worden in de initiële opleiding dus niet genoeg klaargestoomd voor de digitale uitdagingen van morgen. Belgische ondernemingen wijzen dat tekort aan vaardigheden en de hoge kosten aan als de grootste obstakels voor de toepassing van AI.
Het VBO vindt dat de maatschappelijke uitdaging rond het beheersen van artificiële intelligentie in eerste instantie bij de overheid ligt, en meer bepaald bij het onderwijssysteem. Enkel met een stevig fundament van basisvaardigheden kunnen de specifieke noden van sectoren en bedrijven correct worden ingevuld.
Het VBO vindt dat de maatschappelijke uitdaging rond het beheersen van artificiële intelligentie in eerste instantie bij de overheid ligt, en meer bepaald bij het onderwijssysteem.
Wat het VBO onthoudt van de HRW-aanbevelingen
1) Maak vaardigheden de ruggengraat van de AI‑transitie
De HRW pleit voor een onderwijs- en opleidingsstrategie die AI al van bij de start integreert, zonder daarbij de basisvaardigheden of het kritische denken te verwaarlozen. Hij dringt ook aan op een versterking van het levenslang leren, vooral voor kortergeschoolden en oudere werknemers.
2) Ondersteun AI-gebruik in kmo’s
De Raad vindt dat er meer bewustmaking en ondersteuning nodig is voor kleinere structuren, bijvoorbeeld via (financiële of andere) steun en via ecosystemen (zoals referentiecentra), zodat AI makkelijker kan worden geïmplementeerd.
3) Artificiële intelligentie ten dienste van de arbeidsmarkt
Tot slot benadrukt de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid het potentieel van artificiële intelligentie om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren, op voorwaarde dat de uitrol ervan gebeurt binnen een transparant en overlegd kader met oog voor de jobkwaliteit.
- 1. Artificiële intelligentie op de Belgische arbeidsmarkt, 2026, Hoge Raad voor de Werkgelegenheid ↩︎
Lees meer artikels over:
