Vandaag is het koninklijk besluit dat de reële loonnorm voor 2025-2026 vastlegt op 0,0%, (eindelijk) verschenen in het Belgisch Staatsblad. Daarmee wordt de conclusie van het Technisch Verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) van februari 2025 na 7 maanden omgezet in een wetgevende tekst, nadat het interprofessioneel sociaal overleg daarover in april niet tot een akkoord was kunnen komen.
Loonnormwet ’96 beschermt onze ondernemingen
Het aanhouden van de reële loonblokkering is – blijkens dit verslag – nog steeds ten zeerste noodzakelijk na de ongezien hoge loonindexeringen (ongeveer 14%) in de periode 2022-2023 die de “absolute” loonkostenhandicap t.o.v. onze 3 buurlanden opnieuw hebben opgedreven van minder dan 9% in 2019 tot 12,2% in 2023 (marktsector, gewogen gemiddelde).
Daarnaast was ook de “relatieve” handicap t.o.v. onze 3 buurlanden in vergelijking met 1996 opnieuw positief geworden (1,8% in 2023 en nog 1% in 2024). En die nieuwe handicap moet volgens de loonnormwet eerst worden weggewerkt vooraleer nieuwe reële loonstijgingen mogelijk zijn.
Daardoor is er bovenop de verwachte automatische loonindexering van 5,5% in 2025-2026, geen ruimte meer om de lonen nog verder op te trekken als we de competitieve positie van onze bedrijven geleidelijk aan willen rechttrekken. Of nog, een KB met 0% loonmarge betekent nog altijd dat de brutolonen automatisch zullen stijgen met 5,5% in de periode 2025-2026.
Strikte loonmarge blijft nodig
Een strikte beheersing van de loonkostenevolutie blijft meer dan ooit noodzakelijk (ook volgens andere gereputeerde instituten zoals de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), want de concurrentiepositie van onze bedrijven (zowel in industrie, handel als in sommige delen van de bouw- en de dienstensector), staan vandaag zwaar onder druk. Deels omwille van de veel hogere energieprijzen in ons land dan bij onze concurrenten, en deels dus ook omwille van de veel sterker gestegen loonkosten.
Dat weegt op de aantrekkelijkheid van België voor buitenlandse investeringen, doet productievestigingen verdwijnen naar het buitenland (delokalisaties) en zorgt voor een zorgwekkende ontwikkeling van onze marktaandelen op binnen- en buitenlandse markten.
In de periode mei-juli werden bijvoorbeeld al sterke jaar-op-jaardalingen opgetekend van onze uitvoer naar Frankrijk (-9%), Nederland (-7%), het VK (-12%), en Japan (-25%). En uiteraard zorgen de Trump-handelstarieven van 15% die op 1 augustus van kracht werden voor de Belgische en alle EU-uitvoer richting de VS, voor bijkomende neerwaartse risico’s, nadat er in de periode mei-juli al een jaar-op-jaardaling met 12% was vastgesteld van de Belgische uitvoer naar de VS.
Het aanhouden van de reële loonblokkering is dus geen ‘nice to have’, maar een absolute economische noodzaak voor de periode tot eind 2026.
Lees meer artikels over:
