Consumenten verdienen bescherming. Ondernemingen verdienen werkbare regels die fair zijn. Die twee zijn perfect verzoenbaar, op voorwaarde dat nieuwe regelgeving steunt op doorslaggevende feiten, proportionaliteit en echte meerwaarde.
Niemand betwist het belang van consumentenbescherming. Integendeel. Ondernemingen hebben er alle belang bij dat consumenten vertrouwen hebben in de markt: zonder vertrouwen geen transacties, zonder transacties geen groei. Maar precies daarom moeten we waakzaam zijn wanneer consumentenbeleid wordt herleid tot een opeenstapeling van regels, verplichtingen en sancties, zonder dat vooraf wordt aangetoond waarom ze nodig zijn en wat hun daadwerkelijke impact is.
Vandaag vertrekken verschillende wetgevende initiatieven vanuit een reflex van méér regulering, eerder dan vanuit een objectieve analyse van de voorliggende feiten. Denk aan dossiers rond direct marketing, influencer marketing, bouwconsumenten, de Consumentenombudsdienst, de Economische Inspectie, de koopkrachtwet voor de telecomsector en phishing. Dat een maatregel in het regeerakkoord staat, bewijst nog niet dat regulering nodig is. Waar zijn de cijfers? Hoe groot is het probleem werkelijk? En vooral, lost de maatregel het ook op? Te vaak blijven die vragen onbeantwoord.
Drie toetsen vóór elke nieuwe regel
Nieuwe regelgeving heeft altijd gevolgen: administratieve lasten, operationele verplichtingen, juridische onzekerheid en bijkomende kosten. Daarom moet elke nieuwe consumentenmaatregel drie toetsen doorstaan, de NIM:
- Noodzaaktoets: er moet transparant worden aangetoond dat er een voldoende groot en representatief probleem is. Niet elk incident rechtvaardigt nieuwe wetgeving, niet elke mediacase verdient een nieuwe verplichting.
- Impacttoets: elke oplossing moet betaalbaar, haalbaar en werkbaar zijn, niet alleen voor de consument, maar ook voor de onderneming die de regels moet toepassen. Niet het minst voor kmo’s, die vandaag al gebukt gaan onder een ongeziene opeenstapeling van verplichtingen.
- Meerwaardetoets: nieuwe regels moeten een duidelijke meerwaarde bieden ten opzichte van het bestaande kader of minder belastende alternatieven, de baten moeten in verhouding staan tot de lasten en de nieuwe regels moeten een oplossing bieden voor het representatieve probleem.
Elke euro die naar bijkomende administratie gaat, kan niet worden geïnvesteerd in innovatie, opleiding of jobs.
Ondernemingen kunnen niet blijven verdrinken
Deze discussie komt op een opmerkelijk moment. De regering voert een moeilijke begrotingsoefening, ons concurrentievermogen staat onder druk en Europa wil zelf de administratieve lasten verminderen. Toch krijgen bedrijven steeds nieuwe verplichtingen en verzwaarde controles en sancties op hun bord. Ondernemingen vragen geen vrijgeleide. Zij vragen redelijkheid en evenwicht. Elke euro die naar bijkomende administratie gaat, kan niet worden geïnvesteerd in innovatie, opleiding of jobs. Elke bijkomende regel waaraan de onderneming zich dient aan te passen en daarenboven zijn doel niet bereikt doet afbreuk aan de broodnodige competitiviteit.
Consumenten en ondernemingen zijn geen tegenpolen
Het grootste misverstand in dit debat is dat wat goed is voor de consument, ten koste moet gaan van de onderneming. Dat klopt niet. Een sterke economie heeft nood aan sterke consumenten én sterke ondernemingen. Consumentenbescherming mag geen wedstrijd in politieke profilering worden.
Problemen oplossen doe je niet door de verantwoordelijkheid bij één partij te leggen. Elke stakeholder moet zijn rol opnemen. Consumentenbescherming werkt het best binnen een ecosysteem waarin overheid, ondernemingen en consumenten elk hun verantwoordelijkheid dragen.
Het VBO vraagt daarom een koerswijziging: geen nieuwe regels zonder transparante noodzaaktoets, geen nieuwe verplichtingen zonder grondige impacttoets, geen regulering om de regulering. Meer feiten, meer proportionaliteit, meer resultaat: dat is geen pleidooi voor minder consumentenbescherming, maar voor betere regelgeving.
Lees meer artikels over:
