Vorige week startte het parlement de bespreking van een van de centrale doelstellingen van de regering-De Wever: de hervorming van de personenbelasting. Het doel? Een verschil van minstens 500 euro tussen werken en niet-werken. Ook voor zelfstandig ondernemers zit er iets in.
Belastingvrije som fors verhoogd
Dé centrale maatregel is het optrekken van de belastingvrije som. Dat is de eerste schijf belastingen die voor iedereen is vrijgesteld.1 In 2025 bedroeg die een kleine 11.000 euro per jaar. Waar de stijging in 2026-2028 eerder beperkt is, springt dat bedrag naar 14.450 euro in 2029 en naar 15.600 euro in 2030. Ook de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste wordt hervormd, waardoor de vooruitgang groter is voor gezinnen met kinderen.

Focus op werkenden en lage lonen
In totaal mikt de hervorming op een belastingverlaging van zo’n 4 miljard euro, die werkenden tegen 2030 zo’n 69 euro per maand moet opleveren. Doordat ook de fiscale werkbonus wordt versterkt bedraagt het voordeel 100 tot 140 euro per maand voor brutolonen tot 3.300 euro. Op het niveau van het minimumloon wordt bruto zo bijna gelijk aan netto, zo stelt de minister
Aangezien de lastenverlaging zich richt op mensen die werken, wordt ze geneutraliseerd voor personen met een vervangingsinkomen.2 Zij gaan er niet op achteruit, maar genieten dus ook niet van de lastenverlaging.
Maatregelen voor zelfstandigen
De hervorming heeft bovendien bijzondere aandacht voor zelfstandigen zonder vennootschap. De nieuwe ‘ondernemersaftrek’ geeft hen vanaf 2027 een extra aftrek gelijk aan 10% van de belastbare winsten, geplafonneerd op 620 euro (830 euro vanaf 2029). Ook zullen ze niet langer gesanctioneerd worden wanneer ze onvoldoende voorafbetalingen doen.
Andere maatregelen
Het hervormingspakket bevat nog een aantal andere maatregelen die we – hoewel niet per se minder belangrijk – we hier niet in detail kunnen bespreken. Denk aan:
- het ‘single-proof’ maken van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ);
- de afbouw van het huwelijksquotiënt;
- de uitbreiding van de fiscaal interessante regeling voor overuren;
- het opnieuw openstellen van de auteursrechtenregeling voor computerprogramma’s;
- het beperken van de forfaitaire voordelen alle aard op 20% van het loonbegrip;
- het verhogen van de minimale bedrijfsleidersvergoeding naar 50.000 euro voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting;
- een vereenvoudigde 33%-heffing voor werkende gepensioneerden;
- de ‘Vinted-vrijstelling’ voor occasionele inkomsten lager dan 2.000 euro per jaar.
De weg is nog lang
Het is duidelijk dat deze regering de opdracht om werken meer te doen lonen ter harte neemt. Zelfs in de huidige besparingslogica erkent ze daarmee dat de weg vooruit ligt in het stimuleren van werken en ondernemen. De eerste stap in de goede richting is gezet, maar van een ommezwaai kunnen we vooralsnog niet spreken.
De focus op lage lonen is uiteraard verdedigbaar, maar gaat grotendeels voorbij aan een gerichte aanpak van de grootste handicap van de Belgische arbeidsfiscaliteit: de enorme lasten voor lonen boven de mediaan, waarvoor we ‘kampioen’ van de OESO zijn. Hoewel de hervorming een stap in de goede richting is, blijft een ingrijpende hervorming van de (top)tarieven nodig om dat probleem op te lossen.

Meer daarover en de ins en outs van de Belgische fiscaliteit:
> vindt u op onze Barometer van de Belgische Fiscaliteit;
> leest u in ons REFLECT-magazine ‘Fiscaliteit, motor voor groei’.
- 1. Meer weten? www.belgiantaxbarometer.be/arbeid/belastingsvrije-som/! ↩︎
- 2. Bijvoorbeeld voor werkloosheid op pensioenen. ↩︎
Lees meer artikels over:
