- België zakt weg naar plaats 30 van de 38 binnen de OESO op het vlak van fiscale competitiviteit.
- Dat is minder te wijten aan Belgische achteruitgang, dan wel vooral aan het gebrek aan vooruitgang die andere landen wél kennen.
- De Tax Competiveness Index houdt nog geen rekening met de meeste hervormingen van de regering-De Wever, die vanaf 2026 progressief zullen ingaan.
België was in 2025 minder competitief dan in 2024, of toch minstens wat de fiscaliteit betreft. De Tax Foundation plaatst ons op de 30e plaats van de 38 OESO-landen. Een weinig benijdenswaardige positie, die tegelijk ook kansen biedt. De achteruitgang is immers niet te wijten aan hogere tarieven of strengere regelgeving, maar aan het gebrek aan vooruitgang die andere landen wél kennen. Meer dan ooit moeten we het roer omgooien: van behoud naar betekenisvolle vooruitgang.
Jaarlijks publiceert de Tax Foundation de International Tax Competiveness Indexwaarin ze de aantrekkelijkheid van de belastingsystemen van de 38 OESO-landen grondig evalueert. Sinds het begin van de index in 2014 raakte België nog nooit in de bovenste helft. De laatste vijf jaar zakken we bovendien systematisch naar beneden in de lijst.

Wat zeggen de feiten?
België doet het vooral slecht wat betreft de belastingen op consumptie (plaats 27), grensoverschrijdende situaties (plaats 27) en kapitaal (plaats 32). Wat de vennootschapsbelasting betreft bevinden we ons in de middenmoot (plaats 18).
In tegenstelling tot de verwachting, is het enige domein waarin we het bovengemiddeld goed doen dat van de personenbelasting. Dat is duidelijk te verklaren: waar we in België de term personenbelasting vaak gelijkstellen met die van ‘belastingen op arbeid’, houdt de Tax Competiveness Index ook rekening met de belastingen op het kapitaal van personen. Dat we daar dus vrij goed scoren, komt omdat we tot 2025 nog geen algemene meerwaardebelasting hadden op aandelen. Aangezien die er vanaf 1 januari 2026 wel komt, zullen we dus vermoedelijk ook op dat vlak een aanzienlijke terugval kennen.
Naast de relatief gunstige beoordeling van de personenbelasting, benadrukt de index in één adem ook nog maar eens dat België het grootste verschil tussen bruto en netto heeft van alle OESO-landen. Die ‘loonwig’ benoemt men als een van de grootste Belgische zwaktes.
Vanwaar de terugval?
In 2025 zakten we dus van de 28e naar de 30e plaats. Hoe komt dat?
Opnieuw, onze achteruitgang is niet noodzakelijk te wijten aan hogere belastingtarieven of strengere regels, maar wel aan het feit dat ons model niet voldoende evolueert. In een internationale context betekent stilstaan achteruitgaan. Hoewel ons eigen systeem in zijn geheel iets beter wordt beoordeeld dan vorig jaar, blijft die verbetering onvoldoende om mee te kunnen met het OESO-peloton.
Wat brengt de toekomst?
De Tax Competiveness Index houdt nog geen rekening met de fiscale hervormingen die de regering-De Wever heeft afgesproken. De meerderheid daarvan zal immers pas in werking treden op 1 januari 2026. Het regeerakkoord erkent de fiscaliteit uitdrukkelijk als een hefboom om onze internationale concurrentiepositie te verbeteren, en dat is meer dan terecht. De index van 2026 zal aantonen of dat doel ook effectief wordt bereikt, maar intussen kunnen we al enkele prognoses maken.
- De hervormingen in de personenbelasting zullen ongetwijfeld een positief effect hebben omdat werken aantrekkelijker wordt. Het gaat daarbij in de eerste plaats over de verhoging van de belastingvrije som, maar ook over de vermindering van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ) en het versterken van de werkbonus. Het zwaartepunt van die hervormingen is echter pas voorzien voor het einde van de legislatuur, en de competitiviteitswinst zal dus ook pas dan volledig worden geboekt. Bovendien zal dat positieve effect waarschijnlijk negatief gecompenseerd worden door de nieuwe meerwaardebelasting ten laste van individuen.
- In de vennootschapsbelasting wordt het DBI-regime (definitief belaste inkomsten) tegelijk versoepeld en verstrengd. Wat daarbij zal doorwegen volgens de internationale waarnemers valt bijgevolg af te wachten. Maatregelen die wel onverkort een positieve impact zullen hebben, zijn bijvoorbeeld de versterking van de investeringsaftrek, de mogelijkheid om bepaalde investeringen versneld af te schrijven en de hervorming van de fiscale controletermijnen en sancties. De geplande bevriezing van de fiscale ondersteuningsmaatregelen voor onderzoek en ontwikkeling of ploegenarbeid zal de activiteiten in België daarentegen weer minder aantrekkelijk maken.
- Op het vlak van kapitaalbelasting zullen internationale investeerders vermoedelijk argwanend kijken naar de verdubbeling van de effectentaks. En door de voorziene btw-verhogingen valt volgend jaar ook geen stijging te verwachten op het vlak van de consumptiebelastingen.
Besluit
In een budgettair en economisch uitdagende context is het niet evident om de concurrentiepositie van ons land te verbeteren. Toch zou het een absolute prioriteit moeten zijn om het tij te keren. De fiscaliteit blijft immers een van de belangrijkste hefbomen om ons concurrentievermogen te versterken.
Fiscale vooruitgang is een van de sleutels tot het versterken van Belgiës concurrentiepositie.
Daarom moeten we onomwonden durven gaan voor betekenisvolle vooruitgang. De Tax Competiveness Index 2025 leert ons immers dat het simpele behoud of zelfs marginale verbetering in relatieve termen achteruitgang betekent. De initiële budgettaire kost van verstandige, betekenisvolle hervormingen betalen zichzelf op termijn vaak terug in de vorm van aantrekkelijkheid, met economische groei en werkgelegenheid als gevolg.
Het VBO monitort de Belgische situatie in een internationale context nauwgezet en doet met de regelmaat van de klok aanbeveling ter bevordering van de Belgische positie. Momenteel wordt hard gewerkt aan een Barometer van de Belgische Fiscaliteit, die we lanceren op woensdag 25 februari. We houden u op de hoogte.
Lees meer artikels over:
