Nieuws • 18 maart 2025

Naar een veerkrachtig, concurrerend, inclusief en houdbaar sociaal-economisch model

Op 12 maart 2025 publiceerde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) naar jaarlijkse gewoonte zijn verslag Werkgelegenheid-Concurrentievermogen (VWC). In deze editie richt de CRB zich op de ontwikkeling van een visie en een strategie voor een — op het vlak van milieu en overheidsfinanciën — veerkrachtig, competitief, inclusief en duurzaam sociaal-economisch model tegen 2050. Het verslag werd voorgesteld aan de commissie Economie van het federaal parlement.

In het verslag gaat de CRB in op de verschillende (ecologische, demografische en technologische) transities waarmee onze economie en samenleving geconfronteerd worden en die echte uitdagingen met zich meebrengen.

Ecologische transitie

De ecologische transitie blijft een precair proces, vooral in de nieuwe geopolitieke en competitieve Belgische/Europese context. Het is duidelijk dat gezinnen, ondernemingen en overheden zo snel mogelijk een beleid nodig hebben dat, op het vlak van maatregelen en in de tijd, samenhangend is om hun gedrag aan te passen en zich voor te bereiden op de noodzakelijke investeringen.

Demografische transitie

Een toename van de werkzaamheidsgraad is van essentieel belang voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Een hogere werkzaamheidsgraad versterkt namelijk het concurrentievermogen van ondernemingen door hen voldoende werknemers ter beschikking te stellen. Enerzijds moet daartoe maximaal gebruik worden gemaakt van de beschikbare arbeidsreserves en anderzijds moeten vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar worden afgestemd. Tegelijkertijd zal het de inclusiviteit van ons sociaal-economische model versterken door de inschakeling van de burgers op de arbeidsmarkt te bevorderen.

Technologische transitie

Zoals in de meeste geïndustrialiseerde landen is de geleidelijke verbetering van de productiviteit sinds het einde van de jaren 70 sterk vertraagd. Hebben we de grens bereikt? Nee, want de Verenigde Staten tonen aan dat het inzetten van nieuwe technologieën, zoals AI, een nieuwe bron van werkgelegenheid en groei kan zijn. Het is dus belangrijk dat onze ondernemingen blijven investeren in de digitalisering van hun processen om de erosie van marktaandeel en marges tegen te gaan, maar ook om nieuwe zakelijke kansen te creëren (markten, goederen, diensten …).

In dat kader wordt in het verslag de aandacht gevestigd op een aantal strategieën:

  • Inzetten op vaardigheden (links tussen onderwijs en arbeidsmarkt, STEM- en transversale vaardigheden, duaal leren en permanente vorming).
  • Het innovatie-ecosysteem versterken (gecoördineerde aanpak van O&O en steun voor de opkomst en groei van nieuwe innovatieve ondernemingen die actief zijn op het vlak van AI).
  • De publieke investeringen versterken (met name investeringen die de veerkracht en het groeipotentieel verbeteren).
  • Het traject naar kwalitatief werk bevorderen en faciliteren (de transities op de arbeidsmarkt en de beroepsmobiliteit verbeteren, werkloosheidsvallen wegwerken, de risico’s op ongeschiktheid en invaliditeit beperken, de combinatie van werk en privéleven verbeteren).
  • De transitie naar een circulaire economie versnellen (nood aan een interfederale strategische langetermijnvisie).
  • De houdbaarheid van de overheidsfinanciën vrijwaren (budgettair aanpassingstraject over zeven jaar, noodzakelijk evenwicht tussen de groei, de uitgavendynamiek, de inkomstendynamiek en de terugdringing van het huidige begrotingstekort).
  • De governance versterken (nood aan een betere afstemming tussen beleidsdomeinen en beleidsniveaus).
Deel deze pagina:
Over de auteurs
Koen De Munck
Competentiecentrum Economie & Conjunctuur
Alice Defauw
Competentiecentrum Werk & Sociale zekerheid