Zowel de Belgische als de Europese economie verkeren in een diepgaande structurele crisis. De cijfers zijn veelzeggend: in 70% van de sectoren blijft de activiteit onder het langetermijngemiddelde en de industrie heeft sinds januari 2023 meer dan 15.000 banen geschrapt. Onze energie-intensieve bedrijven worden geconfronteerd met torenhoge kosten die de kloof met onze internationale concurrenten vergroten.
Achter die realiteit gaat een verontrustende waarheid schuil: ons continent, ooit de motor van welvaart, worstelt met de aanpassing aan de nieuwe wereldwijde geopolitieke en economische orde. Groei is niet langer vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend.
Dringend nood aan gecoördineerde reactie
Een jaar na de aanbevelingen van het Draghi-rapport is er niets veranderd: Europa blijft aarzelen in plaats van knopen door te hakken, en stelt uit waar het zou moeten hervormen. Uiteraard blijft het versterken van onze defensie en veiligheid van essentieel belang, maar het economisch concurrentievermogen is vandaag onze grootste kwetsbaarheid.
Met halve maatregelen zullen we het niet halen. We moeten al onze energie richten op drie strategische assen, die ik deze week toelichtte tijdens de jaarlijkse ontmoeting van de VBO-leden en de Belgische Europarlementsleden (*):
1. Bevrijd het Europese ondernemerschap uit het bureaucratisch carcan
De administratieve last, vaak opgelegd op Europees niveau, verstikt initiatief en innovatie. Het omnibusproces is een stap in de goede richting, maar moet snel concrete resultaten opleveren. Bepaalde richtlijnen moeten worden herzien, zoals de loontransparantierichtlijn, die het dagelijkse leven van Belgische bedrijven onnodig bemoeilijkt.
2. Maak van het concurrentievermogen en de interne markt absolute prioriteiten
De eerste initiatieven, zoals de Clean Industrial Deal – als aanvulling op de Green Deal –, het Competitiveness Compass en de strategie voor de interne markt, zijn stappen in de goede richting. Maar onze exportbedrijven zijn afhankelijk van een vlot functionerende Europese markt en botsen nog steeds op te veel hindernissen, vooral in de diensten- en digitale sector. Volgens een IMF-studie bedragen de interne belemmeringen gemiddeld 44% voor goederen en zelfs 110% voor diensten. Onze interne markt moet dus dringend uitgroeien tot een tastbare economische realiteit.
3. Ga voor een ambitieus en open handelsbeleid
In de huidige context zijn diversificatie van onze handel en de toegang tot kritieke grondstoffen van cruciaal belang. Het VBO steunt de ratificatie van het akkoord tussen de EU en Mercosur, vanuit de overtuiging dat protectionisme een doodlopende straat is.
Europa moet de dialoog met de Verenigde Staten openhouden om de handel te vereenvoudigen en oplopende tarieven die onze concurrentiekracht ondermijnen te vermijden. Hoewel we de inspanningen van de Commissie om een handelsoorlog af te wenden toejuichen, hebben invoerrechten van 15% – en soms zelfs veel hoger, zoals 50% op staal, aluminium en afgeleide producten – een negatieve impact op onze concurrentiepositie.
Tijd om vooruit te kijken
Onze oproep is helder: laten we samen bouwen aan een Europa dat niet alleen regels oplegt, maar ook ruimte schept voor ondernemerschap. Een Europa dat niet enkel reageert op crisissen, maar ook vooruitdenkt. Een Europa dat niet alleen praat over concurrentievermogen, maar het ook daadwerkelijk versterkt.
(*) Link naar mijn speech
> Lees ook Draghi opent nogmaals onze ogen, in De Tijd
