De 113de Internationale Arbeidsconferentie, de jaarlijkse bijeenkomst van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Genève, is achter de rug. Tijdens de twee weken debat in het ‘wereldparlement van werk’ benadrukten de werkgevers dat het herstel van de koppeling tussen groei, rechten en banen een beleid vereist dat ondernemingen in staat stelt op grote schaal te investeren en werkgelegenheid te creëren.
Zo’n 5400 vertegenwoordigers van overheden, werkgevers en vakbonden uit de 187 lidstaten namen deel aan de 113de Internationale Arbeidsconferentie. Die vond plaats tegen een achtergrond van wereldwijde economische onzekerheid, aanhoudende geopolitieke spanningen en toenemende uitdagingen voor het multilateralisme. Het rapport van de directeur-generaal ging bovendien in op andere ingrijpende verstoringen waarmee de wereldeconomie wordt geconfronteerd: technologische veranderingen, klimaatuitdagingen, demografische verschuivingen, handelsherschikkingen en een verzwakt institutioneel vertrouwen.
De rol van de IAO moet gebaseerd blijven op praktische, empirisch onderbouwde, bedrijfsgerichte oplossingen.
De werkgevers benadrukten dat het herstel van de koppeling tussen groei, rechten en banen een beleid vereist dat ondernemingen in staat stelt op grote schaal te investeren en werkgelegenheid te creëren. De rol van de IAO moet gebaseerd blijven op praktische, empirisch onderbouwde, bedrijfsgerichte oplossingen. Met zijn tussenkomst1 wond onze VBO-delegatieleider Kris De Meester er alvast geen doekjes om: “It is mind-blowing to learn that countries ratify conventions and recommendations without adapting one single word in their regulatory framework or policies, let alone achieving any improvement in practice.”
Voor het VBO, als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven in België, is het belangrijk om op de eerste rij mee te spelen in de internationale discussies over werk. Daarbij streven we naar een zo gelijk mogelijk speelveld voor ondernemingen en organisaties en naar omstandigheden die duurzaam ondernemen aanmoedigen en mogelijk maken.
Opvallende resultaten
De Conferentie slaagde erin een internationale norm over biologische gevaren aan te nemen. Het resultaat: Verdrag nr. 192 inzake preventie en bescherming tegen biologische gevaren in de werkomgeving, vergezeld van een aanbeveling.
Heel veel aandacht ging uit naar de specifieke commissie die zich boog over de platformeconomie. Er werd consensus bereikt over toepassingsgebied en definities maar de concrete uitwerking van beide instrumenten in een verdrag wordt nog een harde noot om te kraken volgend jaar. De werkgevers waarschuwden alvast voor een rigide regelgeving rond platformwerk. Zo’n aanpak dreigt immers kansen voor veel werknemers de grond in te boren.
In de algemene discussie rond de transitie van informele naar formele economie ging veel aandacht naar het enorme aandeel van de informele economie in grote delen van de wereld. De grote uitdaging blijft hoe mensen en organisaties actief in de informele economie te begeleiden in de transitie naar formaliteit. De werkgevers beklemtoonden daarbij:
- het belang van productiviteit als basisvoorwaarde voor duurzame formalisering;
- de nood aan ondersteunende administratieve, fiscale en financiële systemen;
- en de rol van digitalisering en skills als belangrijke drijfveren voor formalisering.
Cruciale hefbomen daarbij zijn een arbeidsregelgeving die formalisering incentiveert in plaats van tegenwerkt, en een duurzame en effectieve sociale bescherming.
België leeft verdragen na
Ten slotte was er nog het tribunaal van de conferentie, de permanente commissie van de normen die een reeks gevallen van niet-toepassing of inbreuken op de internationale normen bespreekt.
De commissie kwam tot duidelijke, evenwichtige en heldere conclusies met betrekking tot schendingen van arbeidsnormen in 24 landen. Voor de goede orde: België figureerde niet op de lijst. De werkgevers wezen wel voor het eerst uitdrukkelijk op de wijdverbreide niet-naleving van geratificeerde verdragen door de lidstaten. Zij vragen landen om grondiger na te gaan, in overleg met de sociale partners, of ze aan de verplichtingen van het verdrag kunnen voldoen alvorens tot bekrachtiging over te gaan. Dat zou overbelasting van het toezichtsysteem helpen vermijden.

De VBO-delegatie die actief deelneemt aan de debatten bestaat uit (van links naar rechts) Ineke De Bisschop, Jan Denys (Randstad), Annick Hellebuyck, Marie-Lise Pottier et Kris De Meester. Als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven in België, is het voor het VBO belangrijk om op de eerste rij te zitten bij internationale discussies over werk in een streven naar een zo gelijk mogelijk speelveld voor ondernemingen en organisaties en naar omstandigheden die duurzaam ondernemen aanmoedigen en mogelijk maken.
- 1. U kunt de tussenkomst van Kris De Meester lezen op https://internationalview.org/2025/06/12/informal-state-of-the-world-address/ ↩︎
Lees meer artikels over:
