Op 1 juni ging in Genève de 114de Internationale Arbeidsconferentie, de jaarlijkse bijeenkomst van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), officieel van start. Meer dan 5000 vertegenwoordigers van regeringen, werkgevers en vakbonden uit de 187 lidstaten zijn geregistreerd voor de conferentie en schuiven aan voor 2 weken van discussie en onderhandeling in het ‘wereldparlement van werk’.
Ze zullen het onder andere hebben over de platformeconomie, over gendergelijkheid in de wereld van werk en over de rol van sociale dialoog en tripartisme. En uiteraard zal de Commissie van de Normen ernstige inbreuken op de conventies van de IAO bespreken. Het uitgebreid rapport van de directeur-generaal, dhr. Gilbert F. Houngbo, getiteld: “Artificiële intelligentie ten dienste van waardig werk” loopt als een rode draad doorheen de conferentie. De delegatieleiders zullen er steun voor betuigen en/of hun kritiek over spuien in toespraken voor de plenaire vergadering.
Een norm voor waardig werk in de platformeconomie
De conferentie wil een internationale norm voor waardig werk in de platformeconomie invoeren. Voor dit tweede jaar van discussies wekt de organiserende commissie een grotere belangstelling op en trekt veel volk aan. In 2025 werden de definities en de toepassingsgebieden van de teksten – Overeenkomst en Aanbeveling – aangenomen na de werkzaamheden. Ze vormen nu de basis van de onderhandelingen. Die elementen zijn nu de grondslag van de bepalingen ten gronde betreffende de rechten en plichten, alsook betreffende de contractuele relaties tussen de platforms en de ‘werknemers’ van de platforms. Er zijn echter nog heel wat discussiepunten die in de twee volgende weken moeten worden bestudeerd en vervolgens aangenomen. In die context blijven de werkgevers de alarmbel luiden voor een overdreven dwingende regelgeving. Een dergelijke regelgeving zou de innovatie kunnen afremmen en de mogelijkheden die dergelijke werkinstrumenten bieden, in gevaar kunnen brengen.
Het structureel versterken van gendergelijkheid op de arbeidsmarkt
Het Comité “Een transformatieve agenda voor gendergelijkheid op het werk” focust op het structureel versterken van gendergelijkheid op de arbeidsmarkt, zoals gelijke verloning, inclusieve arbeidsmarktparticipatie en een veilige werkomgeving. De context is er één van vooruitgang en een duidelijke positieve dynamiek: steeds meer ondernemingen en werkgeversorganisaties zetten actief in op gendergelijkheid en erkennen de meerwaarde ervan voor performantie, talentaantrekking en innovatie. Tegelijk blijft er ruimte om die evolutie verder te versnellen, bijvoorbeeld door meer vrouwen door te laten groeien naar leidinggevende functies en genderinitiatieven sterker te verankeren in de kern van organisaties. Vanuit werkgeversperspectief, ligt de nadruk dan ook op een pragmatische en bedrijfsgedreven aanpak waarbij gendergelijkheid niet als losstaand thema wordt gezien, maar als een strategisch onderdeel van duurzaam ondernemerschap, met aandacht voor haalbare maatregelen en het wegnemen van resterende drempels.
De uitdagingen van een versterkte sociale dialoog
De commissie die belast is met het zogeheten terugkerende punt onderzoekt jaarlijks afwisselend één van de vier pijlers inzake sociale rechtvaardigheid van de IAO. Dit jaar gaat die terugkerende discussie over de sociale dialoog en het model van het tripartisme met het oog op een 3e resolutie, in navolging van de resoluties van 2013 en 2018. De commissie die het thema behandelt, buigt zich over de uitdagingen van een versterkte sociale dialoog, in een periode van verregaande veranderingen, opdat die effectief en doeltreffend is, over de inrichting van een omgeving die open staat voor sociale dialoog en over de rol van de IAO in dit alles. Een aanpak die het evenwicht tussen de belangen en de verwachtingen van de werkgevers en de werknemers behartigt, moet het uitgangspunt zijn van de sociale dialoog waarvan de reikwijdte verder gaat dan de collectieve onderhandeling. Begrip, leefbaarheid en concurrentiekracht van de economische activiteit zijn immers drie belangrijke voorwaarden voor een samenwerking die tot waardig werk en sociale rechtvaardigheid leidt.
Tenslotte is er nog het tribunaal van de conferentie, de permanente commissie voor de toepassing van de normen die een reeks gevallen van niet-toepassing of inbreuken op de internationale normen bespreekt. 23 landen moeten zich dit jaar verantwoorden. In 3 gevallen gaat het om vermeende fundamentele inbreuken. Even was er sprake van dat België voor het eerst in de geschiedenis van de ILO op de lijst zou figureren wegens een vakbondsklacht over vermeende inbreuken op conventie 122 “Werkgelegenheidsbeleid”. Gelukkig is ons land ondertussen van de werkzaamheden verdwenen. In diezelfde commissie vindt, zoals ieder jaar, ook een discussie plaats over een specifiek thema, en dat is deze keer “Werkgelegenheid en waardig werk voor vrede en veerkracht”.

De VBO-delegatie die actief deelneemt aan de debatten bestaat uit (van l. naar r. op de foto) Annick Hellebuyck, Elisabet Lenaerts, Marie-Lise Pottier, Jean-Charles Parizel en Kris De Meester. Voor het VBO, als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven in België, is het belangrijk om op de eerste rij mee te spelen in de internationale discussies over werk in een streven naar een zo gelijk mogelijk speelveld voor ondernemingen en organisaties en naar omstandigheden die duurzaam ondernemen aanmoedigen en mogelijk maken.
Zie ook ilo.org en internationalview.org
Lees meer artikels over:




