Uit het recentste Technisch Verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) blijkt dat extra loonstijgingen boven op de index de komende twee jaar onmogelijk zijn. De strikte toepassing van de loonnormwet is cruciaal om onze concurrentiepositie te herstellen.
Om de twee jaar publiceert de CRB het Technisch Verslag, zoals voorgeschreven door de wet van 1996. Dat verslag berekent de loonkostenhandicap en bepaalt de beschikbare ruimte voor reële loonstijgingen boven op de index in de komende twee jaar. En die ruimte is er niet. Waarom?
Uit de recentste cijfers van de CRB blijkt dat eind 2024 de loonkostenhandicap 1% bedroeg. Dat betekent dat de uurloonkosten sinds 1996 1% sneller zijn gestegen dan in de buurlanden. Dat is het gevolg van de energiecrisis, die in de herfst van 2021 begon en in 2022-2023 leidde tot een forse inflatieversnelling. In België werd die snel en direct doorgerekend in de lonen via het automatisch indexeringsmechanisme. Hierdoor liep de handicap op van 0,4% in 2022 naar 2,7% in 2023. Aangezien de reële lonen in België in 2023-2024 ter compensatie en in uitvoering van de loonnormwet niet mochten stijgen en de lonen in de buurlanden een inhaalbeweging kenden ter gedeeltelijke compensatie van de verloren koopkracht, daalde onze handicap in 2024 opnieuw tot 1%.
Voor de komende twee jaar wordt verwacht dat de loonkosten in de buurlanden met 6,4% zullen stijgen. In België zal de indexering alleen al de loonkosten met 5,5% doen toenemen in 2025-2026, als gevolg van een onverwacht hoge inflatie in januari 2025. Dat laat opnieuw geen ruimte voor extra reële loonstijgingen. De snellere loonkostenstijging in de buurlanden zal immers maar net volstaan om, hopelijk, de bestaande loonkostenhandicap van 1% tegen eind 2026 weg te werken.
De strikte toepassing van de loonnormwet is het minimum om ons concurrentievermogen zo snel mogelijk te herstellen.
Absolute loonkostenhandicap steeg naar 11,3%
De loonkostenhandicap in het Technisch Verslag wordt berekend ten opzichte van 1996. Toen was er echter al een loonkostenhandicap – anders gezegd, we vertrokken in 1996 niet van 0%. De absolute loonkostenhandicap geeft daarentegen het werkelijke niveauverschil weer, oftewel hoe veel hoger de uurloonkosten in België liggen in vergelijking met de buurlanden. Volgens de CRB is die handicap gestegen tot 11,3% voor de privésector en zelfs tot 12,2% voor de marktsector. Ook wanneer gecorrigeerd wordt voor de wat hogere productiviteit in België bedraagt de absolute handicap nog 7,4%.
Zoals verwacht evolueerde de inflatiecrisis tot een concurrentiecrisis. Belgische bedrijven verliezen snel marktaandelen en dat gaat gepaard met netto-banenverlies in de privésector – een fenomeen dat in de afgelopen twintig jaar enkel tijdens recessies voorkwam. In de industrie gingen sinds begin 2023 zelfs 12.000 banen verloren. De correcte toepassing van de loonnormwet is in de komende dan ook het absolute minimum om het concurrentievermogen zo snel mogelijk te herstellen. Bijkomende lastenverlagingen zijn aangewezen en ook voorzien in het Regeerakkoord van de Regering De Wever I.
Ontwikkeling van de nominale cao-lonen in de periode 2019-2024

Lees meer artikels over:
