Nieuws • 05 november 2025

Heroriëntatie van de EU-begroting voor 2028-2034

Het debat over het toekomstige Europese meerjarig begrotingskader (MFK 2028-2034) is van start gegaan. De besprekingen vertrekken vanuit de voorstellen die de Europese Commissie deze zomer heeft gepubliceerd. Het VBO is van plan aan die denkoefening deel te nemen en maakte de beleidsmakers al bewust van een reeks prioriteiten.

De Europese Commissie (EC) heeft een begroting van ongeveer 1,26% van het bbp van de EU voorgesteld. Daarbij moet worden opgemerkt dat 0,11% van dat bedrag (bijna 25 miljard euro per jaar tot 2058) bestemd is voor de terugbetaling van een deel van de ‘gezamenlijke lening’ die enkele jaren geleden werd aangegaan en beter bekend staat onder de naam ‘NextGenerationEU’. Het voorstel van de EC heeft, exclusief de terugbetaling van die gemeenschappelijke schuld, dus betrekking op een bedrag van 1,15% van het bbp van de EU. Dat komt vrijwel overeen met eerdere meerjarenbegrotingen.

Steun voor de heroriëntatie van de uitgavenzijde

Binnen die context is het VBO zeer ingenomen met de voorstellen van de Commissie om de EU-begroting te heroriënteren naar cruciale gebieden voor het bedrijfsleven – waaronder concurrentievermogen en innovatie – of voor de veiligheid en veerkracht van de EU. Wij verzoeken België om die noodzakelijke heroriëntatie van de uitgaven te steunen.

De toename van dat soort investeringen, in combinatie met initiatieven om de Europese cofinanciering van bepaalde grote industriële projecten te versterken, wordt des te meer gewaardeerd nu de afgelopen jaren steeds vaker toevlucht wordt genomen tot nationale staatssteun, wat leidt tot concurrentievervalsing tussen ondernemingen binnen de EU.

Bezorgdheid over de inkomstenzijde

De EC vindt het moeilijk om een aanzienlijke verhoging voor te stellen van de rechtstreekse bijdragen van de lidstaten aan de Europese begroting (wat nu al de belangrijkste financieringsbron is). Daarom stelt ze voor nieuwe ‘eigen middelen’ te creëren of de bestaande eigen middelen te verhogen.

Het VBO vreest dat sommige van die voorstellen de bestaande belastingdruk op ondernemingen die in de EU actief zijn, zouden verhogen. Dat zou onze bedrijven minder concurrerend maken op internationaal niveau, en de EU minder aantrekkelijk maken voor buitenlandse investeerders.

Het VBO is zeer ingenomen met de voorstellen van de Commissie om de EU-begroting te heroriënteren naar cruciale gebieden voor het bedrijfsleven, waaronder het concurrentievermogen en innovatie.

Dat geldt vooral voor het voorstel van een forfaitaire ‘CORE’-bijdrage (‘Corporate Resource for Europe’), die gebaseerd is op het omzetcijfer van de betrokken bedrijven, en niet op hun winst. Dat voorstel is onaanvaardbaar.

Het VBO maakt zich daarnaast zorgen over de mogelijke impact van de voorstellen over de behandeling van de ontvangsten uit het ETS 1 en het CBAM. Het benadrukt dat die inkomsten uitsluitend moeten worden aangewend ter ondersteuning van de energietransitie van de ondernemingen die eraan onderworpen zijn (en dus niet mogen opgaan in de algemene EU-begroting).

Het VBO is ook bezorgd over de mogelijke impact van andere voorstellen, waaronder dat rond ‘e-waste’ (non-collected electronic and electrical equipment waste) en de mogelijke gevolgen daarvan voor ophaalbedrijven.

Gezien de gemengde resultaten van de initiële belasting op ‘eigen middelen uit kunststof verpakkingsafval’, die niet heeft geleid tot nieuwe investeringen in recyclagecapaciteit binnen de EU, acht het VBO het ten slotte ongepast die belasting te verhogen.

Verder te onderzoeken pistes

Met het oog op de financiering van belangrijke bedrijfsprojecten beveelt het VBO de EC aan om grondig te onderzoeken welke grotere rol de Europese Investeringsbank (EIB) zou kunnen spelen (met name via het InvestEU-programma) bij het ondersteunen van de strategische investeringen van zowel lidstaten als particulieren. Daarnaast gelooft het VBO dat publiek-private samenwerkingen (PPS), die zinvol kunnen bijdragen aan de uitvoering van grootschalige projecten (zoals infrastructuurprojecten), moeten worden ondersteund zonder plotselinge verhoging van de overheidsschuld.

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Olivier Joris
Competentiecentrum Europa & Internationaal