Nieuws • 12 september 2025

Loonaandeel zakt: niet omdat de lonen te laag zijn, maar net omdat de loonkost erg hoog is!

Enkele dagen geleden publiceerde de Nationale Bank van België (NBB) een studie over de ontwikkeling van het loonaandeel in België in vergelijking met andere Europese landen. Daaruit blijkt dat in ons land het gedeelte van de toegevoegde waarde van de economie dat naar de verloning van werknemers gaat sinds 2013 is gedaald. In tegenstelling tot wat kan worden verwacht, is dat niet omdat de lonen te laag zijn, maar net omdat ze erg hoog liggen.

Technologische vooruitgang en globalisering doen loonaandeel wereldwijd dalen

Uit de studie blijkt dat het loonaandeel in België is gezakt van 61,8% in 1980 tot 54,2% in 2024. Eenzelfde daling (tot 53,9%) deed zich gemiddeld ook in de gehele eurozone voor. In Nederland was de daling nog wat sterker (tot 52%). In Duitsland daarentegen is het loonaandeel sinds de Hartz-hervormingen van begin deze eeuw opnieuw toegenomen van 54% tot 60%.

De daling van het loonaandeel in België in 2013-2023: partiële verklaringen en essentie

Voor de daling van het loonaandeel in België geeft de NBB zelf een aantal oorzaken aan: in de eerste plaats kunnen de verlagingen van de werkgeversbijdragen-SZ in 2016-2018 (taxshift) een beperkte rol hebben gespeeld. Daarnaast kan een derde worden verklaard door structurele verschuivingen binnen de privésector (compositie-effecten), bijvoorbeeld door de sterke groei van de zeer kapitaalintensieve geneesmiddelenindustrie.

Daarnaast kan de NBB alleen maar vaststellen dat de daling van het loonaandeel zich breed uitsmeerde over alle sectoren en bedrijven groot (-3,7% voor de 1% grootste) en klein (-2,6% voor de 99% kleinste) en dat de productiviteitswinsten dus in de meeste sectoren hoger waren dan de stijging van de loonkosten. De NBB geeft daarbij in één zin aan dat “het mogelijk is dat Belgische bedrijven meer hebben geïnvesteerd in automatisering om zo sterkere productiviteitswinsten te realiseren in reactie op relatief hoge loonkosten”.

En dat is natuurlijk de essentie van de verklaring. Die staat trouwens haaks op de vakbondsretoriek van de voorbije dagen, die stelt dat het dalende loonaandeel het gevolg zou zijn van ‘te sterk ingeperkte’ loonstijgingen door de in 2017 aangepaste loonnormwet.

De realiteit is precies het tegenovergestelde. Omdat onze absolute loonkostenhandicap ten opzichte van de drie grote buurlanden in het voorbije decennium nooit structureel lager is geweest dan 10%, maar, integendeel, door de forse indexeringen van 2022 en 2023, weer sterk is toegenomen tot meer dan 12% in 2023 (bron: CRB), zijn bijna alle Belgische bedrijven het voorbije decennium op zoek moeten blijven gaan naar arbeidsbesparende investeringen.

Lager loonaandeel en dus hoger bruto-exploitatieoverschot gaat vooral naar investeringen en belastingen

Wanneer wordt gekeken naar de aanwending van het resterende deel van de toegevoegde waarde in de privésector na betaling van de loonmassa, het zogenaamde ‘bruto-exploitatieoverschot’ van de bedrijven (en dus het spiegelbeeld van het loonaandeel), wordt die tendens bevestigd.

De afschrijvingen door bedrijven zijn daarin toegenomen van 16,6% van hun toegevoegde waarde in 1995 tot 21,1% in 2023. Belgische bedrijven hebben hun investeringsinspanningen in de voorbije decennia dus stelselmatig opgedreven om te innoveren maar ook en vooral om te besparen op arbeid (en energie).

En daarnaast zijn de door de bedrijven betaalde directe belastingen toegenomen van 3,3% van hun toegevoegde waarde in 1995 (16,5% van hun winst) naar 5,4% van hun toegevoegde waarde (25,4% van hun winst).

Wanneer die zaken in mindering worden gebracht en dus wordt gekeken naar het netto-exploitatieoverschot na belastingen in verhouding tot de kapitaalstock, dan lag die in 2023 slechts op 6,7%, ten opzichte van 8,2% in 1995 en gemiddeld 6,9% in de voorbije dertig jaar.

Conclusie

Het dalend loonaandeel in de toegevoegde waarde van de bedrijven is dus allerminst een indicatie van het feit dat de lonen te traag zouden stijgen. Wel integendeel, het aanhoudend hoge niveau van de loonkosten zorgt er juist voor dat onze economie steeds kapitaalintensiever wordt en steeds minder arbeidsintensief. Bovendien vreten ook de stelselmatig toenemende belastingen op bedrijven een deel van de toegevoegde waarde van de bedrijven weg.

De basisproblemen blijven dus de te hoge loonkosten, te rigide arbeidswetgevingen en te hoge overheidsuitgaven. Het loonaandeel kan beter stijgen door meer mensen aan de slag te krijgen dan door de uurlonen te sterk te verhogen en zo een meer dan proportionele arbeidsuitstoot te veroorzaken.

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Edward Roosens
Competentiecentrum Economie & Conjunctuur