Nieuws • 24 juni 2026

Overheidsfinanciën: België zit nog steeds in gevaarlijk vaarwater

De Europese Commissie heeft onlangs aangekondigd de procedure wegens buitensporig tekort tegen België op te schorten. Ons land blijft onder verhoogd toezicht, maar de Commissie is van mening dat de regering de toestand nu ernstig neemt en er in dit stadium geen bijkomende maatregelen nodig zijn. Ondanks dat schijnbaar goede nieuws blijft de toestand van de overheidsfinanciën kritiek.

6,7 miljard of 14 miljard: hoe groot is de inspanning?

Sinds haar aantreden heeft de Arizona-regering tal van verregaande hervormingen doorgevoerd en budgettaire oefeningen gedaan om het tekort terug te dringen. Ondanks die inspanningen is de sanering van de overheidsfinanciën nog lang niet rond. Volgens het Monitoringcomité zou België tegen 2029 nog structurele besparingen ten belope van 4,9 miljard euro moeten realiseren om het huidige begrotingstraject te respecteren. Na een recente herziening van die ramingen werd dat bedrag zelfs verhoogd tot 6,7 miljard euro. De Nationale Bank spreekt dan weer van een vereiste aanpassing van ongeveer 14 miljard euro.

Het grote verschil tussen die twee ramingen vloeit niet voort uit een verschil in analyse, maar wel uit de twee verschillende doelstellingen. Het bedrag van 14 miljard stemt overeen met de inspanning die nodig is om het overheidstekort onder de drempel van 3% van het bbp te krijgen tegen 2029. Het cijfer van 6,7 miljard steunt op het nieuwe Europese begrotingsbeleid. Sinds de hervorming van het Stabiliteits- en groeipact wordt de naleving van de begrotingsregels beoordeeld aan de hand van een groeitraject van de netto overheidsuitgaven dat het tekort tegen het einde van de aanpassingsperiode op geloofwaardige en duurzame wijze moet terugbrengen tot minder dan 3% van het bbp.

België heeft een aanpassingsperiode van zeven jaar, dat is tot in 2031, om ervoor te zorgen dat het traject van zijn overheidsfinanciën geleidelijk opnieuw houdbaar wordt. Zolang dat traject wordt gerespecteerd, oordeelt de Commissie dat het land zijn budgettaire verbintenissen nakomt. Maar het activeren van de flexibiliteitsclausule voor de uitgaven voor defensie verandert dat evenwicht. Door tijdelijk hogere militaire uitgaven zonder onmiddellijke budgettaire compensatie toe te staan, kunnen de Europese regels worden nageleefd terwijl het terugdringen van het tekort onder de drempel van 3% van het bbp wordt uitgesteld. De strikte naleving van het Europese begrotingstraject zal dus niet volstaan om het Belgische tekort tegen 2031 terug te brengen tot minder dan 3% van het bbp.

Waarom heeft de regering het zo moeilijk om het tekort terug te dringen ondanks de hervormingen?

De economische conjunctuur speelt sterk in het nadeel van de regering. De geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten hebben voor een hollende inflatie gezorgd, waardoor de kost van de overheidslonen en de sociale uitkeringen mechanisch toeneemt via de automatische indexering. Ook de stijgende rente op leningen is een heel ongunstige macro-economische factor voor België. De grote schuldenlast van de overheid maakt het land zeer gevoelig voor die evolutie. De rentelasten alleen al zouden ongeveer 3% van het bbp bedragen in 2029 (ten opzichte van 1,9% van het bbp in 2023).

België blijft kampen met structurele uitdagingen op lange termijn, in het bijzonder de vergrijzing van de bevolking.

België blijft kampen met structurele uitdagingen op lange termijn, in het bijzonder de vergrijzing van de bevolking die tot hogere uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg leidt. Om dat fenomeen te compenseren, moet de regering de uitgaven verder saneren, onder andere in de sociale zekerheid en de administratie, zoals het regeerakkoord bepaalt.

Echte inspanningen, maar zullen ze volstaan?

De actie van de regering nutteloos noemen, zou dan weer een brug te ver zijn. Dankzij de doorgevoerde hervormingen en gerealiseerde budgettaire inspanningen is het traject van de overheidsfinanciën verbeterd, zoals blijkt uit onderstaande grafiek die het geraamde tekort tussen maart 2025 en maart 2026 vergelijkt. Toch zorgt de omvang van de conjuncturele en structurele inspanningen ervoor dat België zijn doelstelling verre van bereikt heeft. Volgens de jongste ramingen zou het overheidstekort nog ongeveer 5,8% van het bbp bedragen tegen 2030.

Het wordt alsmaar duidelijker dat de 6,7 miljard euro aanpassingen die in het kader van het Europese traject werden vastgelegd, een minimum zijn. Gelet op de jongste budgettaire ramingen lijkt de kans klein dat een inspanning van die omvang volstaat om de Belgische overheidsfinanciën duurzaam te herstellen.

Daarom is het VBO van mening dat er een coherente langetermijnstrategie voor de sanering van de overheidsfinanciën moet worden uitgestippeld. Die vereist in de eerste plaats een meer systematische beheersing van de overheidsuitgaven en verdere structurele hervormingen. Meer dan ooit moeten maatregelen die tewerkstelling, investering, innovatie en het creëren van welvaart bevorderen, voorrang krijgen. Een dynamischere economie en een hogere werkgelegenheidsgraad vormen op lange termijn de doeltreffendste hefbomen om de houdbaarheid van de openbare financiën duurzaam te herstellen.

Deel deze pagina:
Over de auteurs
Julien Duez
Competentiecentrum Economie & Conjunctuur