Sinds enkele weken circuleren uitspraken van politici en vakbonden die stellen dat de Belgische staat per jaar bijna 25 miljard euro uitgeeft aan subsidies voor bedrijven. Een bijzonder indrukwekkend cijfer dat, zo voorgesteld, het idee voedt van massale, onrechtmatige overheidssteun aan de privésector.
Die beweringen zijn echter het resultaat van een vooringenomen interpretatie van de recente studie van de Nationale Bank van België met als titel ‘Are government subsidies to enterprises higher in Belgium?’. Een zorgvuldige lezing en gedetailleerde analyse van de tabellen in die studie onthullen echter een veel genuanceerdere realiteit die erg veraf staat van het verhaal dat momenteel de ronde doet. In onze analyse van de statistieken concentreerden we ons op 2023, het laatste jaar waarvoor we alle gedetailleerde uitsplitsingen konden raadplegen.

Een eerste grote hap uit die subsidies betreft steun voor overheidsbedrijven, voor iets meer dan 4 miljard euro, of ongeveer 17% van het totaal. Die steun gaat voornamelijk naar het openbaar vervoer en de post. Die subsidies financieren structureel verlieslatende openbare dienstverleningen en kunnen dus in geen geval worden beschouwd als steunmaatregelen voor de concurrentiekracht van de privésector.
Het grootste deel van de subsidies, bijna 9 miljard euro of 37% van het totaal, gaat naar sociale doeleinden. Die sociale subsidies kunnen we opsplitsen in steun voor gezondheidszorg en voor de non-profitsector, subsidies voor dienstencheques en in een derde component met daarin beroepsinschakeling, opleiding en begeleiding van kwetsbare personen. Het gaat dus om steun voor sociaal beleid in de breedste zin van het woord, ver van het idee van een massale doorsluizing van publieke middelen naar de bedrijven.
Vergroening, O&O en verlaging van de loonkosten
Naast die twee hoofdcategorieën zijn er de subsidies voor de vergroening van de economie, voor een bedrag van ongeveer 2,2 miljard euro, of iets minder dan 10% van het totaal. Die middelen zijn bedoeld om de investeringen in de energie- en milieutransitie te ondersteunen – investeringen die voor velen nog onvoldoende rendabel zijn, maar wel noodzakelijk om onze klimaatdoelstellingen te halen.
Pas na uitsluiting van al die uitgavenposten identificeren we de subsidies die erop gericht zijn het concurrentievermogen en de groei van privébedrijven rechtstreeks te ondersteunen. In 2023 komt het daartoe uitgetrokken bedrag neer op 6,3 miljard euro, of iets meer dan 25% van het totaal. Die steun heeft echter betrekking op twee heel verschillende onderdelen. De rechtstreekse, voornamelijk regionale steun voor economische projecten en onderzoek en ontwikkeling bedraagt slechts ongeveer 1 miljard euro. De resterende 5,3 miljard euro is bestemd voor mechanismen om de loonkosten te verlagen, zoals de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, voor onder meer onderzoekers, nachtarbeid, ploegenarbeid en eerste aanwervingen.
Absoluut geen ‘cadeau’ voor bedrijven
Van een ‘cadeau’ voor bedrijven is daarbij absoluut geen sprake. Het gaat om gerichte maatregelen die een concurrentienadeel van de Belgische economie, namelijk de structureel hogere loonkosten ten opzichte van onze belangrijkste handelspartners, moeten corrigeren. In de huidige context die gekenmerkt wordt door een explosieve stijging van de energieprijzen, loonindexeringen van een nooit eerder gezien niveau op zeer korte tijd, en verschillende opeenvolgende jaren van verlies aan exportmarktaandeel, spelen die maatregelen een essentiële rol voor het behoud van onze industriële basis, werkgelegenheid en investeringsvermogen.
Nee, België geeft geen 25 miljard euro per jaar uit aan subsidies voor privébedrijven.
Tot slot is er een restcategorie van iets meer dan 2 miljard euro voor zeer specifieke steun of steun die in de studie niet gedetailleerd genoeg wordt beschreven om nauwkeurig te kunnen analyseren.
Uit die uitsplitsing blijkt duidelijk dat het overgrote deel van de bedragen die momenteel worden voorgesteld als ‘subsidies voor bedrijven’ in werkelijkheid betrekking hebben op overheidsbeleid, sociaal beleid en beleid in verband met de ecologische transitie, en op de werking van overheidsbedrijven. Het publieke debat verdient beter dan cijfers die zonder context worden rondgebazuind. Nee, België geeft geen 25 miljard euro per jaar uit aan subsidies voor privébedrijven. Het grootste deel van die middelen wordt gebruikt voor de financiering van sociale cohesie, openbare diensten en de ecologische transitie. De rechtstreekse steun voor het concurrentievermogen van privébedrijven is daarentegen beperkt en doelgericht en dient in grote mate om de hoge loonkosten te compenseren.
Lees meer artikels over:
