- De Senaat buigt zich momenteel over de bevordering van de interregionale arbeidsmobiliteit en de sterkere samenwerking tussen de openbare diensten voor arbeidsbemiddeling.
- Met een vacaturegraad van 4,12% heeft ons land nog altijd de hoogste vacaturegraad van Europa, met weliswaar enige verschillen tussen de gewesten.
- Toch kunnen we nog heel wat belemmeringen voor meer interregionale arbeidsmobiliteit identificeren, zoals taalbarrière, vervoer, gebrek aan coördinatie en kennis van mogelijkheden.
De Senaat buigt zich momenteel over de bevordering van de interregionale arbeidsmobiliteit en de sterkere samenwerking tussen de openbare diensten voor arbeidsbemiddeling. Tijdens een recente hoorzitting focuste het VBO op twee structurele mismatches die de werking van de arbeidsmarkt belemmeren, en op het belang van versterkte activering.
Met een vacaturegraad van 4,12% heeft ons land nog altijd de hoogste vacaturegraad van Europa. Met weliswaar enige verschillen tussen de gewesten: Vlaanderen kent de hoogste vacaturegraad met 4,55%, gevolgd door Wallonië met 3,50% en Brussels Hoofdstedelijk Gewest met 3,43%. Daartegenover staat in Vlaanderen een werkloosheidsgraad van 3,2 %, Brussel 11,5% en Wallonië 8,4%. In Vlaanderen blijft de spanningsindex met 2,1 kandidaten per vacature hoog, wat wijst op een duidelijke krapte. In Wallonië zien we echter het omgekeerde, met momenteel ongeveer 40 000 vacatures voor een totaal van 240 000 werkzoekenden1. Dat onevenwicht leidt de Senaat ertoe de onbenutte kansen voor mobiliteit naar Vlaanderen te onderzoeken.
Toch kunnen we nog heel wat belemmeringen voor meer interregionale arbeidsmobiliteit identificeren:
- Taalbarrière: meer dan 6 op 10 Brusselaars en Walen kennen onvoldoende Nederlandswaardoor ze niet overwegen om te solliciteren in Vlaanderen;
- Vervoer: de verbindingen met openbaar vervoer zijn ontoereikend, zeker bij ongewone werktijden;
- Gebrek aan: coördinatie, doelmatigheid en dwingende mechanismen in de samenwerking tussen openbare diensten;
- Gebrek aan kennis van mogelijkheden: meer dan 60% van de Waalse en Brusselse werkzoekenden geeft aan niet te weten waar ze Vlaamse vacatures kunnen raadplegen.
Mismatch werkzoekenden en vacatures
Tijdens de hoorzitting benadrukte het VBO de kloof tussen het profiel van werkzoekenden in Brussel en Wallonië enerzijds, en de noden van Vlaamse bedrijven anderzijds. Vooral kortgeschoolde werkzoekenden lopen vaak tegen diploma- en vaardigheidseisen aan. De opdracht is dus dubbel: er moet worden ingezet op opleiding in knelpuntvaardigheden. Tegelijk moeten werkgevers beseffen dat wachten op de zgn. ‘witte raaf’ zinloos is. Ondernemingen zetten vandaag al in op training on the job, ook al betekent dit dat de werknemer in kwestie vaak nog niet meteen inzetbaar is. Belangrijk is dat werkgevers hiervoor de nodige handvaten aangereikt krijgen zodat ze op een flexibele en toegankelijke manier kunnen inzetten op gepaste opleidingstrajecten. Het rigide kader van de Arbeidsdeal is op dat vlak eerder een rem dan een stimulans.
Ook de beperkte kennis van het Nederlands betekent voor werkgevers een extra drempel bij rekrutering, zeker in sectoren waar een basiskennis van het Nederlands is vereist.
Mismatch werkgevers en arbeidsbemiddelingsdiensten
Ondernemingen blijken vaak onvoldoende vertrouwd met de werking, procedures en voorwaarden van interregionale bemiddeling, zo blijkt ook uit diverse surveys. Nochtans groeien de lijsten van knelpuntberoepen in de verschillende regio’s steeds meer naar elkaar toe – een signaal dat nauwere samenwerking en informatie-uitwisseling noodzakelijk zijn. Aangezien arbeidsmigratie almaar meer aan banden wordt gelegd, is het des te belangrijker dat de nodige dienstverlening wordt voorzien – ook over gewestgrenzen heen – om ondernemingen te ondersteunen in het invullen van hun vacatures.
Volgens het rapport van de Senaat vinden werkgevers uit Vlaanderen moeilijk toegang tot Waalse en Brusselse diensten, en vice versa. Nochtans tonen de cijfers aan dat 53% van de vacatures in België openstaan in Vlaanderen, tegenover 31% in Wallonië en 16% in Brussel. Met slechts 2% van de werkzoekenden dat effectief over de gewestgrenzen heen solliciteert, is de mismatch gigantisch.
Verhoogde activering en proactieve opleiding nodig
Ons land heeft nood aan een sterker activerend beleid om mensen naar de arbeidsmarkt te begeleiden.
Tot slot pleiten de werkgevers voor extra inspanningen op vlak van activering. De federale beslissing om werkloosheidsuitkeringen in de tijd te beperken is volgens het VBO een belangrijke en noodzakelijke stap. Hand in hand met die ingreep is een sterker activerend en aanklampend beleid op regionaal niveau noodzakelijk om mensen naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Ook up- en reskilling (al tijdens de periode van werkloosheid) voor profielen die moeilijker matchen met gezochte competenties, moet deel uitmaken van de actieve begeleiding. Daarvoor kunnen de openbare diensten samenwerken met actoren uit de privésector: zo bestaan er al opleidingstrajecten in de schoot van de sectoren. Snelle opvolging is eveneens cruciaal, hoe vroeger in de periode van werkloosheid, hoe beter.
Niet enkel (publieke en commerciële) arbeidsbemiddelingsdiensten moeten een actieve rol spelen. Ook andere actoren, zoals OCMW’s, kunnen met die diensten samenwerken om mensen te begeleiden naar de arbeidsmarkt.
Tot slot is het aangewezen om ook de hoge inactiviteitsgraad te betrekken in de oefening. Enkel de activering van werkzoekenden is onvoldoende om de vele vacatures in te vullen.
- 1 Cijfers: Statbel ↩︎
Lees meer artikels over:
