- Wat lang ondenkbaar leek, duikt plots op: een meerwaardebelasting op groepsverzekeringen.
- Iets meer dan twintig jaar geleden engageerden werkgevers en werknemers zich gezamenlijk om aanvullend te sparen via de tweede pensioenpijler.
- De aanvullende pensioenen zijn gestoeld op een kapitalisatieprincipe. Werknemers sparen, en dat kapitaal groeit dankzij rendement. Meerwaarde is dus geen toeval, maar het doel.
Wat lang ondenkbaar leek, duikt plots op: een meerwaardebelasting op groepsverzekeringen. Een maatregel die niet alleen haaks staat op twintig jaar sociaal overleg en pensioenbeleid, maar ook het vertrouwen dreigt te ondermijnen van werknemers, werkgevers én toekomstige gepensioneerden.
Iets meer dan twintig jaar geleden sloot toenmalig minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke een pact met de sociale partners. Als lid van de Groep van 10 herinner ik mij nog levendig de geest van de discussie. De eerste pensioenpijler – het wettelijke pensioen – zou op termijn niet volstaan, zeker niet in een vergrijzende samenleving. Dus engageerden werkgevers en werknemers zich gezamenlijk om aanvullend te sparen via de tweede pensioenpijler. Groepsverzekeringen werden gestimuleerd, gefaciliteerd, en fiscaal ondersteund.
Pro memorie, het wettelijke pensioen is gebaseerd op het repartitie-stelsel: ik betaal bijdragen om het pensioen van mijn ouders te financieren, en verwacht dat mijn kinderen bijdragen voor mijn pensioen. De groepsverzekering oftewel het aanvullende pensioen daarentegen is gestoeld op het kapitalisatieprincipe: ik betaal vandaag een premie en beleg die zelf om later een rendement op het gespaard kapitaal te ontvangen. Er is dus een mooi evenwicht tussen beide pijlers van het pensioenstelsel wat de financieringsrisico’s rond pensioenen beperkt.
De aanvullende pensioenen zijn dus gestoeld op een kapitalisatieprincipe. Werknemers sparen, en dat kapitaal groeit dankzij rendement. Meerwaarde is dus geen toeval, maar het doel. En nu, op het moment dat dit systeem geleidelijk aan op kruissnelheid komt, dreigt men de gerealiseerde meerwaarde te belasten. Dat is niet alleen tegenstrijdig – het is ronduit contraproductief.
Het is alsof je mensen uitnodigt om meer te sparen, maar hen vervolgens straft als dat sparen loont.
De contradicties stapelen zich op. De regering wil via het regeerakkoord dat werkgevers meer bijdragen aan de groepsverzekering – richting 3%. Tegelijk overweegt men om de meerwaarde op diezelfde spaarinspanningen af te romen. Het is alsof je mensen uitnodigt om meer te sparen, maar hen vervolgens straft als dat sparen loont.
Een derde contradictie is misschien nog schadelijker. Een meerwaardebelasting zou op korte termijn geld in het laatje kunnen brengen, maar dreigt het hele systeem te ondermijnen. Waarom zouden werkgevers nog extra premies storten als het fiscale voordeel verdampt? Waarom zouden werknemers vertrouwen blijven stellen in een systeem dat wordt uitgehold?
Het antwoord op die vragen zou weleens kunnen zijn: ze doen het niet meer. En dan zijn de maatschappelijke gevolgen niet te overzien. Want dan komt niet enkel de tweede pijler in gevaar, maar ook de hele ambitie om onze pensioenen duurzaam en betaalbaar te maken.
Laat ons dus helder zijn: de tweede pensioenpijler is geen fiscale speeltuin, maar een bouwsteen van het sociaal engagement tussen generaties. Wie daar nu aan tornt, speelt met vuur.
