Nieuws • 22 september 2026

Belasting van de digitale economie ‒ Belgisch antwoord op internationaal vraagstuk?

De belasting van de digitale economie doorkruist regelmatig de politieke vaarwateren, zowel op nationaal als internationaal niveau. Het federale regeerakkoord plande bovendien de invoering ervan en recente wetgevende voorstellen gaan in dezelfde richting. Het thema verdient een diepgaande reflectie, want de invoering van een eenzijdige Belgische heffing zou wel eens verstrekkende gevolgen kunnen hebben.

De digitalisering van de economie heeft de afgelopen decennia veel zaken fundamenteel veranderd. Een van de zaken die volgens sommigen nog niet voldoende is aangepast, is de internationale fiscaliteit. De vraag welke staat welke (digitale) inkomsten en operatoren mag belasten, moet volgens hen opnieuw onder de loep.

Fysieke vs. digitale aanwezigheid

De fysieke aanwezigheid van ondernemingen binnen een bepaalde jurisdictie is altijd het basiscriterium geweest om de belastingbevoegdheid van staten te bepalen. De digitalisering van de economie maakt het voor bedrijven mogelijk om in een bepaald land een significante digitale aanwezigheid te hebben, zonder daar ook (of slechts beperkt) fysiek aanwezig te zijn. De vraag hoe je waardecreatie in een digitale economie belast, ligt daardoor al lang op tafel bij onder andere de OESO, de VN en de EU.

De discussies binnen internationale organisaties verlopen moeizaam, en dat is logisch. Om begrijpelijke redenen zijn landen die wél een grote fysieke aanwezigheid van digitale spelers hebben zeer afkerig tegen elk voorstel dat hun capaciteit om die ondernemingen te belasten vermindert. Wanneer die landen dan ook nog eens de economische macht hebben om anderen te verbieden er zelf aan te sleutelen, wordt het moeilijk om resultaten te boeken.

Nationale oplossing voor internationaal vraagstuk?

Het is mogelijk dat de internationale fiscaliteit vandaag niet volledig in staat is om een passend antwoord te bieden op de actuele uitdagingen. Beweren dat er voor dit internationale vraagstuk een nationale oplossing bestaat, is daarom nog niet juist.

De kunst van het verdelen van belastingbevoegdheden tussen staten bestaat erin dubbele belasting te vermijden. De gevonden evenwichten zijn in de eerste plaats gebaseerd op wederkerigheid. Een eenzijdige belasting van activiteiten die volgens de klassieke internationale spelregels niet onder de bevoegdheid van de staat in kwestie vallen, leidt daardoor bijna per definitie tot schending van internationale verdragen én tot dubbele belasting. De centrale vraag is immers niet alleen of België zelf een nieuwe interpretatie kan toepassen, maar ook of de andere verdragsstaten dezelfde interpretatie zullen willen volgen.

De vraag is immers niet alleen of België een nieuwe interpretatie zelf kan toepassen, maar ook of de andere staten die interpretatie zullen willen volgen.

Verstrekkende gevolgen

De potentiële nevenschade van een eenzijdige digitaks mag niet worden onderschat. Het is namelijk een illusie om te denken dat een belasting op digitale diensten enkel de grote digitale spelers zal treffen. Zelfs als men erin slaagt om te definiëren welke ondernemingen of diensten geviseerd zullen worden, zullen ondernemingen en consumenten die gebruik maken van die diensten ongetwijfeld mee de rekening betalen. Bovendien zouden ook alle ondernemingen mee de gevolgen dragen van eventuele handelssancties en het competitieve nadeel van duurdere digitale diensten. Dergelijke verstoringen staan simpelweg niet in verhouding tot de verhoopte baten, zeker in de context van de Europese interne markt.

Als men de spelregels van de internationale fiscaliteit wil aanpassen is een globale en geharmoniseerde aanpak de enige redelijke optie. Laten we in afwachting daarvan niet in onze eigen voet schieten.




Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Robbe Reyns
Competentiecentrum Fiscaliteit & Investeringen