Het eenheidsoctrooi en het eengemaakt octrooigerecht (EOG) zijn oorspronkelijk ingevoerd om innovatie in Europa eenvoudiger, goedkoper en toegankelijker te maken voor bedrijven, in de eerste plaats voor kmo’s. In de praktijk tekent zich echter een onevenwicht af: de meeste octrooigeschillen worden in Duitsland behandeld.
Sinds 1 juni 2023 beschikt Europa over een nieuw instrument om uitvindingen te beschermen: het eenheidsoctrooi1. Het eengemaakt octrooigerecht (EOG), een gespecialiseerde, voor achttien EU-lidstaten gemeenschappelijke rechtbank, staat in voor het toezicht op dat eenheidsoctrooi. De uiteindelijke invoering ervan nam veertig jaar in beslag, onder meer door taalkundige vraagstukken die het proces lange tijd vertraagden.
Een eengemaakt octrooigerecht: welke voordelen voor bedrijven?
Tot dusver moesten bedrijven die de geldigheid van een octrooi wilden verdedigen, betwisten of beschermen, heel vaak stappen ondernemen per land, wat gepaard ging met hoge kosten, voornamelijk vertaalkosten, en een risico op uiteenlopende uitspraken. Een eengemaakt octrooigerecht had dus verschillende voordelen:
- centralisatie van geschillen;
- uniforme bescherming;
- kostenbesparing en efficiëntiewinst (het EOG voorkomt parallelle procedures in verschillende lokale rechtsgebieden);
- meer rechtszekerheid.
Onevenwicht als gevolg van disproportioneel aandeel Duitse lokale afdelingen
De oprichting van het EOG werd gevolgd door een echte ‘stresstest’ in de rechtszalen. Een Europese gerechtelijke instantie krijgt immers gestalte door de zaken die zij behandelt en de plaatsen waar zij rechtspreekt. De eerste cijfers tonen echter een duidelijk onevenwicht ten gunste van Duitse lokale afdelingen, die het overgrote deel van de vorderingen naar zich toe trekken.
Die concentratie in Duitsland is niet toevallig: ze is toe te schrijven aan zijn octrooitraditie, hooggespecialiseerde rechters en doorgewinterde praktijkbeoefenaars. Maar ze staat haaks op de doelstelling van het EOG om over één gedecentraliseerd rechtssysteem te beschikken dat in achttien landen op uniforme wijze toegankelijk is. Het was nooit de bedoeling om de geschillen te concentreren bij enkele Duitse afdelingen.
Voor België, dat het EOG actief heeft gesteund, staan concrete belangen op het spel. De lokale afdeling in Brussel werkt in vier Europese talen (Engels, Frans, Nederlands en Duits) en wordt gekenmerkt door een gespecialiseerde rechtspraak die dicht bij het bedrijfsleven staat. Een daling van het aantal lokale dossiers vertaalt zich in minder ervaring voor onze rechters, minder zichtbaarheid voor het innovatie-ecosysteem en, voor kmo’s, rechtszaken op grotere afstand met hogere kosten.
Call to action
Het VBO roept beleidsmakers dan ook op om onmiddellijk actie te ondernemen: zorg voor een evenwichtigere verdeling van rechtszaken, verhoog de mobiliteit van rechters, harmoniseer de procedurele praktijken en waarborg een daadwerkelijk Europese samenstelling van de lokale gerechtelijke instanties. Zoniet dreigt het EOG zijn belofte te ondergraven: innovatieve kmo’s een efficiënte, toegankelijke en echt Europese octrooirechtspraak bieden.
- 1. Het Europees octrooi met eenheidswerking (of Europees eenheidsoctrooi) maakt het mogelijk om een uitvinding via één enkele aanvraag uniform te laten octrooieren en beschermen in meerdere lidstaten van de Europese Unie. ↩︎
Lees meer artikels over:
