Nieuws • 11 december 2024

Modernisering regelgeving private opsporing

De nieuwe wet op de private opsporing treedt op 16 december in werking. Het VBO volgde dit dossier van dichtbij op. Het was immers hoognodig om de oude wet van 1991 te moderniseren en de regelgeving beter af te stemmen op de hedendaagse technologische, maatschappelijke en juridische behoeften.

De nieuwe wet maakt duidelijk dat onderzoeken naar processen en procedures binnen een onderneming niet onder haar toepassingsgebied vallen, terwijl onderzoeken die zich specifiek richten op personen wel, zonder afbreuk te doen aan:

  • 1. De interne onderzoeken door de HR-afdeling van de onderneming in het kader van de hiërarchische relatie naar bijvoorbeeld werktijden of het gebruik van internet tijdens werkuren, die niet moeten gecertificeerd zijn;
  • 2. De uitzonderingscategorieën, zoals bedrijfsrevisoren of interne auditdiensten;
  • 3. De onderzoeken in het kader van andere wettelijk verplichte regelgeving, zoals de ‘Wet ter bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk’.

We geven nog graag mee dat, om onderzoeken naar werknemers mogelijk te maken, de wet op de private opsporing stelt dat dit voorzien moet zijn in het intern onderzoeksreglement. Hiertoe voorziet het IFA (Institute of Fraud Auditors) als leidraad voor ondernemingen standaarddocumenten op haar website.

Zekerheid en kwaliteitswaarborgen

Het duidelijker definiëren van het toepassingsgebied, inclusief de uitzonderingen, biedt ondernemingen meer juridische zekerheid. Tegelijk was het waarborgen van de kwaliteit en betrouwbaarheid van private onderzoekers een prioritair aandachtspunt. In die context werd ervoor gekozen om de filosofie van de ‘Wet op de Private Veiligheid’ te integreren, een wet die van toepassing is op o.a. de bewakingsdiensten.

Hoewel de doelstellingen van de Wet van 1991 in essentie ongewijzigd bleven, betreurt het VBO dat bij de modernisering het unaniem advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR) niet volledig werd gevolgd. Om misverstanden te voorkomen, moeten volgens het advies van de NAR “toezichtshandelingen in het kader van het werkgeversgezag” expliciet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de wet. Nu bestaat immers het risico dat bepaalde toezichtshandelingen in het kader van werkgeversgezag worden gekwalificeerd als daden van private opsporing. Dat kan leiden tot bijkomende administratieve lasten voor ondernemingen, met name bij de interne implementatie van procedures, zoals onderzoeken uitgevoerd door interne HR- of auditdiensten.

We hadden liever een eenvoudiger systeem met minder administratieve lasten gezien.

Nood aan balans tussen bescherming en werkbaarheid

Hoewel de nieuwe regelgeving deels rekening houdt met de impact op ondernemingen, benadrukt het VBO dat overregulering te allen tijde moet worden vermeden. Administratieve lasten mogen geen onnodige belemmeringen vormen voor bedrijven, terwijl de bescherming van personen die onderzocht worden, absoluut gegarandeerd moet blijven. Een eenvoudiger systeem met minder administratieve lasten, dat tegelijkertijd de nodige waarborgen biedt voor betrokkenen, zou volgens het VBO dan ook beter aansluiten bij de behoeften van ondernemingen. Het VBO blijft die boodschap uitdragen naar beleidsmakers om te pleiten voor een evenwichtige aanpak die zowel bedrijven als hun werknemers ten goede komt.

Deel deze pagina:

Lees meer artikels over:

Over de auteurs
Margo Osier
Competentiecentrum Recht & Onderneming