Op 14 juni 2024 kwam een einde aan de 112de Internationale Arbeidsconferentie, de jaarlijkse bijeenkomst van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Genève. Ongeveer 3500 vertegenwoordigers van regeringen, werkgevers en vakbonden uit de 187 lidstaten schoven aan voor twee weken debat in het ‘wereldparlement van werk’.

De zitting vond plaats in een tijd van grote mondiale onzekerheid, gekenmerkt door aanhoudende conflicten. Die geopolitieke spanningen voegden een extra laag van urgentie toe aan de discussies, aangezien landen wereldwijd getroffen blijven worden door economische instabiliteit en de behoefte aan sterkere internationale samenwerking.
Dit jaar stond de conferentie in het teken van de lancering van de Global Coalition for Social Justice. Dat initiatief is gericht op het versterken van de samenwerking tussen de IAO en de VN, de internationale financiële instellingen, regionale ontwikkelingsbanken en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het initiatief presenteert sociale rechtvaardigheid als “een van de hoekstenen van het vernieuwde multilateralisme dat nodig is om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden”. De lancering van dat initiatief ging gepaard met een engagement van werkgevers om de dialoog te bevorderen, beste praktijken te delen en praktische oplossingen te ontwikkelen om sociale rechtvaardigheid wereldwijd te verbeteren.
De conferentie startte een normgevend proces om in twee jaar tijd een internationale norm over biologische gevaren aan te nemen. Na enkele moeilijke debatten zou het resultaat van dit jaar wel eens tot bevredigende instrumenten voor de werkgevers kunnen leiden in 2025, maar er is nog heel veel werk aan de winkel.
Veel aandacht ging uit naar de specifieke commissie die zich boog over waardig werk in de zorgeconomie. De uitkomst: een conclusie en een resolutie met een positieve, pragmatische en praktische aanpak als leidraad om een duurzame zorgeconomie te bevorderen.
De terugkerende discussie omtrent de fundamentele beginselen en rechten op het werk (vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandeling, verbod op kinderarbeid, gedwongen arbeid en discriminatie, en een veilige en gezonde werkomgeving) resulteerde in de goedkeuring van een evenwichtige reeks conclusies en aanbevelingen, die specifiek aandacht besteden aan de behoeften en ondersteuning van middelgrote en kleine bedrijven.
Ten slotte boog de Commissie van de normen zich over de voorwaarden van een goed functionerende arbeidsadministratie. Die moet in gelijke mate rekening houden met de behoeften van werknemers en werkgevers. Dezelfde commissie richtte een aantal belangrijke aanbevelingen naar een 24-tal regeringen die de internationale sociale normen niet voldoende naleven. Als reactie op het uitgebreid rapport van directeur-generaal Gilbert F. Houngbo, getiteld ‘Naar een vernieuwd sociaal contract’, riepen de werkgevers op tot een constructieve aanpak, gericht op noodzakelijke sociale en macro-economische beleidsmaatregelen die de hele samenleving ten goede komen, in plaats van veel middelen te besteden aan diepgaande theoretische beschouwingen over een ‘nieuw sociaal contract’.
De tussenkomst van het VBO door delegatieleider Kris De Meester leest u hier.
Lees meer artikels over:



