Woensdag 22 april jongstleden maakte de Groep van Tien de regering een unaniem gedragen voorstel over om onze loonvorming te moderniseren en beter bestand te maken tegen uitzonderlijke energiepieken. Dat voorstel is eenvoudig: wanneer energieprijzen plots sterk stijgen, worden die effecten niet langer onmiddellijk en integraal doorgerekend in de loonkosten, maar gespreid in de tijd. Zo vermijden we abrupte schokken voor ondernemingen zonder afbreuk te doen aan de koopkracht van de werknemers.
Gedragen oplossing
Dat voorstel is het resultaat van overleg tussen werkgevers en vakbonden. Het is transparant, duidelijk, structureel en uitvoerbaar. En vooral: het wordt gedragen door de sociale partners zelf en ondersteund door academici en experten.
Tegenover dat voorstel ligt vandaag een alternatief op tafel: de zogenaamde ‘centenindex’. Maar laat ons eerlijk zijn: die piste creëert vooral extra complexiteit. Ze verhoogt de loonkosten, doet de loonmarge verder oplopen en is tijdelijk van aard. Bovendien bestaat het risico dat men een technisch complex systeem ontwikkelt dat op de werkvloer nauwelijks uitlegbaar of werkbaar is.
En top of the bill, vanaf 2029 wordt de centenindex de facto een centenbijdrage door de invoering van de zogenaamde loonmatigingsbijdrage. Die laatste dreigt de loonkost van de bedrijven eeuwigdurend en structureel op te drijven met vele honderden miljoenen euro’s per jaar.
Historisch
Wat de sociale partners voorstellen, is in se eenvoudig. We brengen de loonvorming in ons land gewoon meer in lijn met wat vandaag al bestaat in onze buurlanden. Wanneer in Frankrijk, Duitsland of Nederland een energieschok plaatsvindt, wordt de impact niet onmiddellijk volledig doorgerekend in de loonkosten. In Duitsland bijvoorbeeld wordt een energieprobleem vaak pas maanden later gradueel geabsorbeerd in de loonvorming. Bij ons gebeurt dat vandaag bijna onmiddellijk. Dat maakt onze economie kwetsbaarder en onze ondernemingen minder competitief.
Wat wij voorstellen, is dus heel eenvoudig een modernisering van een systeem dat vandaag te bruusk reageert op externe schokken.
En laat ons ook de historische draagwijdte van het voorstel erkennen. Sinds de oliecrisis van 1973 bereikten de sociale partners nooit nog een gezamenlijk een akkoord over de index. Dat werkgevers en vakbonden vandaag samen tot een gedragen compromis komen in zo’n gevoelige materie als de inflatie en de index, is op zich uitzonderlijk. Het toont dat iedereen beseft dat onze economie nood heeft aan een stabieler, duidelijker en toekomstgericht systeem.
Het akkoord veroorzaakt geen chaos op de werkvloer. Integendeel. Het voorkomt interpretatieproblemen, vermijdt extra administratieve lasten en biedt rechtszekerheid voor werkgevers én werknemers.
Eenvoudige indexhervorming of complexe centenindex? De sociale partners kiezen duidelijk.
Keuzes maken
De sociale partners verdedigen dit voorstel unaniem omdat het economisch beter is voor het land en in fine de welvaart van zijn inwoners. Omdat het onze concurrentiekracht beschermt zonder het sociale evenwicht te ondermijnen. En omdat het onze loonvorming eindelijk een modern kleedje geeft dat aangepast is aan de economische realiteit van vandaag.
De keuze ligt nu bij de regering. Het is kiezen tussen:
- complexiteit of duidelijkheid en eenvoud
- tijdelijke maatregel of structurele oplossing
- loonkosten verhogen of competitiviteit verbeteren
Wanneer wordt de knoop doorgehakt? Wellicht ergens in de loop van volgende week. Wordt vervolgd.
Lees meer artikels over:
