Veel ondernemingen gebruiken de Belgische binnenwateren om hun goederen te vervoeren. Maar dat zou nog makkelijker kunnen als de oude wetgeving (1936) wordt aangepast aan de moderne, hoogtechnologische tijd. Dat is nu gebeurd. De nieuwe regels zijn vanaf 1 januari 2025 van toepassing.
Hoewel de binnenvaart in België de laatste decennia een alsmaar grotere bedrijvigheid kende, was het wettelijk kader sinds 1936 niet meer aangepast. Het hield geen rekening met de hedendaagse internationale context, noch met de veranderende vervoersmethoden en nieuwe technologieën.
De FOD Mobiliteit en Vervoer bracht de verschillende belangengroepen (opdrachtgevers, vervoerders en tussenpersonen) samen en slaagde erin om binnen één wettelijk kader de volledige regelgeving op een evenwichtige manier te hervormen. Lacunes werden weggewerkt, internationale regelgeving geïntegreerd en modernisering gerealiseerd met inachtneming van de eigenheid van de binnenvaart, evenals haar continu veranderende omgeving.
Verplichtingen per type transport
Zo legt de nieuwe wet een aantal types van transport vast voor de binnenscheepvaart:
- Bevrachting (rompbevrachting, scheepshuurkoop, tijdbevrachting, reisbevrachting, tonnageovereenkomst, ligovereenkomst, overeenkomst om te liggen en/of te varen);
- Vervoer (vervoer van goederen);
- Meenemen (duwovereenkomsten, sleepovereenkomsten, scheepstreinovereenkomsten).
De sleepovereenkomsten in de zeevaart of passagiersvervoer vallen niet onder het toepassingsgebied.
Voor elk type gelden specifieke verplichtingen en verboden regelingen (ongeoorloofde bedingen, zoals het verkorten van de verjaringstermijn en ongeoorloofde handelingen, zoals verbod om beroep te doen op een niet verzekerd schip).
Heel wat bepalingen zijn wel van aanvullend recht. Dat betekent dat contracten kunnen afwijken van wat de nieuwe wet voorschrijft.
De nieuwe wet integreert ook de bepalingen van toepassing op het internationaal Vervoer (het Verdrag van Boedapest, CMNI). Van die bepalingen kan in het contract niet worden afgeweken.
Voor elke type binnenvaart gelden nu specifieke regels.
Verschillen met verouderde wet van 1936
Met de nieuwe wet wil de overheid een rechtszeker en evenwichtig kader bieden, dat tegelijk rekening houdt met nieuwe technologieën. Nieuw zijn o.a.:
- Aangaande de melding: de aankomst van het schip op de laad- of losplaats kan elektronisch worden gemeld;
- Aangaande de ligtijd:
- Aanvang van zodra het schip is aangekomen en gemeld;
- Zondagen en wettelijke feestdagen gelden als ligtijd;
- Bij overschrijding heeft de vervoerder recht op een schadevergoeding.
- Aangaande beëindigingsrechten:
- De afzender beschikt over bijzondere beëindigingsrechten als het schip niet lading- of vaargeschikt is of niet is voorzien van de wettelijke vereiste documenten en bemanning;
- De vervoerder beschikt over bijzondere beëindigingsrechten.
- Aangaande vermoedens:
- Het schip wordt vermoed geschikt te zijn om te varen als het voorzien is van de geldige scheepscertificaten;
- Het laden van het schip zonder voorafgaandelijke opmerking geldt als vermoeden dat het schip ladinggeschikt is.
‘Smart shipping’
Met de invoering van de scheepstreinovereenkomst, wordt rekening gehouden met nieuwe vervoerstechnieken. Denk aan het inzetten van elektronisch of automatisch aangestuurde schepen. Of schepen waarbij de navigatie in handen van één van deze schepen, al dan niet op afstand, gebeurt.
Scheepvaartongevallen
De wet voorziet een nieuwe regeling m.b.t. de aansprakelijkheid ingeval van scheepvaartongevallen. Daarbij staat de aansprakelijkheid van de scheepsexploitant van het schip centraal en dus niet meer die van de scheepseigenaar.
Commissie Binnenvaart
Tot slot voorziet de wet in een Commissie Binnenvaart. Die zal de minister van Mobiliteit adviseren over zaken betreffende de binnenvaartsector.
Meer info vindt u op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer.
De nieuwe wet vindt u hier.
Lees meer artikels over:
